Ambassadeurs houden carnavalstraditie in ere

reportage | Iedereen in Oeteldonk is gelijk. Vandaar die boerenkiel.

"Eigenlijk is carnaval een heel raar woord", begint Willem van der Zande zijn verhaal aan de middenbouwklas van basisschool Merlijn. "Jullie vinden het misschien net zo normaal als het woord 'plafond'." Stoel! Tafel! Vloer!, klinkt uit de klas. Sssst, sust juffrouw Saskia. Van der Zande's mondhoeken gaan even omhoog, maar hij trekt snel zijn gezicht weer in de plooi.

Van der Zande en zijn collega Monique Gloudemans zijn de ambassadeurs van de Oeteldonksche Club van 1882, de carnavalsvereniging van 's-Hertogenbosch. Elk jaar gaan ze, in de weken voorafgaand aan het feest, de basisscholen af om zoveel mogelijk kinderen de plaatselijke tradities bij te brengen. De twee hopen op die manier de Oeteldonkse erfenis in stand te houden.

Op de Merlijn is de traditie in ieder geval springlevend. De school is behangen met slingers in de clubkleuren rood, wit en geel. Op de gekste plekken prijken kikkers van papier-maché - het symbool van het Bossche carnaval.

Gloudemans neemt het stokje van haar collega over. "Het woord carnaval komt uit een heel oude taal, het Latijn. Die taal wordt niet veel meer gebruikt, alleen door een paar wijze mensen, zoals de dokter of de rechter ('of een advocaat!'). Carne betekent vlees ('oja!'), val betekent weg." "Vleesweg!" gilt een meisje voorin het lokaal.

Veel leerlingen kennen het verhaal inmiddels wel, toch hangen ze aan hun lippen. Gloudemans en Van der Zande weten elkaar zó aan te vullen dat het lijkt of ze het hele jaar niets anders doen.

Ze vertellen hoe carnaval 'een soort omgekeerde ramadan' is: eerst 'de bûkskes vol eten', daarna een vastenperiode. Hoe de 19de-eeuwse Bosschenaren zóveel biertjes naar binnen goten, dat ze dronken werden, ruzie maakten en 'een beetje vieze dingen deden'. Hoe ze, als ze buiten stonden en het café niet meer in konden, allemaal tegen de Sint Jan aan piesten ('getver!'). En hoe de bisschop, de baas van de kerk, zo kwaad werd dat hij het feest verbood. Voortaan zou iedereen een weekend lang moeten bidden.

"Daar had natuurlijk niemand zin in", zegt Van der Zande. "Dus verzonnen die slimme Bosschenaren een list. Voor drie dagen veranderden ze Den Bosch in het 'boerendurp Oeteldonk'. Zo had de katholieke baas niets meer over ze te zeggen (de klas begint te klappen).

"Ze nodigden een prins uit, Prins Amadeiro. Op de eerste carnavalsdag komt hij aan op het Oeteldonk Centraol.

Met een koets rijdt hij naar de Grote Markt en onthult hij het standbeeld van Knillis, een van de oprichters van de Oeteldonksche Club van 1882. Daarna is het feest officieel begonnen."

De geschiedenis kent een ontelbaar aantal personages, bijzonderheden en verhaallijnen. Elk detail krijgen de kinderen te horen.

Maar van één aspect vinden de twee ambassadeurs het heel belangrijk dat iedereen het in zijn oren knoopt: "Geen gezeik, we zijn allemaal gelijk." En daarom gaat met het Oeteldonkse carnaval iedereen verkleed in boerenkiel.

Rijnlands en Bourgondisch

Nederland kent grofweg twee carnavalstradities: de Rijnlandse en de Bourgondische. Deze stromingen hebben weer tal van vertakkingen en kruisingen. Bijna iedere gemeente houdt er zo zijn eigen gewoontes op na.

Het Oeteldonkse feest heeft zijn oorsprong in het Bourgondische carnaval. Van oudsher is dit in de eerste plaats een eetfestijn waarbij iedereen sober gekleed gaat, zoals in een boerenkiel.

Het Rijnlands carnaval komt voornamelijk voor in Limburg. De feestvierders hebben over het algemeen een veel uitbundiger kostuum dan hun Bourgondische buren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden