Ambassadeur van het straatvoetbal

Oud-international Edgar Davids richt zich de laatste jaren meer en meer op straatvoetbal. Nu is er een fotoboek.

Stelt u zich Londen voor. Er rijden zwarte taxi's door de straten en de rode dubbeldekkers trekken in de avondspits van halte naar halte. Het begint te schemeren. In de auto vraagt de beroemde oud-voetballer aan de chauffeur of hij wil stoppen. Je hoort hem 'thank you' zeggen tegen de bestuurder. De portier gaat open. Straatgeluiden dringen binnen via de telefoon. De voetballer slaat het portier achter zich dicht.

"Wat vind jij er dan van?", vraagt de onnavolgbare Edgar Davids door de telefoon. Hij loopt hoorbaar over straat. Meteen nog een vraag. "Waar kom jij vandaan?" De man die ze 'de pitbull' noemden en die tussen 1994 en 2005 voor het Nederlands elftal speelde, begint een beetje te lachen. Nee, dat is toch geen stad, dus dat was ook geen echt straatvoetbal.

"Wij zijn denk ik ongeveer even oud, toch?", zegt Davids (41). "Weet je wat ik nou vreemd vind? Dat er in onze tijd zoveel basketbalpleintjes waren zonder doeltjes, terwijl wij in Nederland helemaal geen basketbalcultuur hebben, maar een voetbalcultuur."

Davids klinkt opgewekt, door de telefoon. Hij groet een bekende en gaat verder met zijn verhaal. "Nou, ja", zegt hij, "je kunt ook tegen die basketbalpaal schieten en dat gewoon tellen als een goal. Wees creatief. Dat is de straat."

Kansen voor jongeren

Edgar Davids stopte vorig jaar definitief met voetbal, als speler/coach van Barnet FC, dat toen speelde in de vijfde divisie in Engeland. Het was een einde van een opmerkelijke loopbaan, die bol stond van controverses en succes.

Hij vertelt tegenwoordig druk te zijn met zijn straatvoetbalmerk Monta en met projecten als StreetPro van de Straat Voetbal Bond Nederland. Davids voelt zich ambassadeur, noemt straatvoetbal een 'pilaar van de maatschappij' en vertelt dat zulke projecten jongeren kansen bieden.

Zelf leerde Davids overleven op de pleintjes van Amsterdam-Noord, voordat hij in 1987 als veertienjarig voetballertje bij Ajax terechtkwam. In 1991 debuteerde hij in het eerste elftal om in de jaren daarna met agressief en verbeten spel de wereld te veroveren in Italië, Spanje en Engeland, als een speler die zich vastbeet in de tegenstander.

In 2005 ¿ hij speelde in Londen bij Tottenham ¿ begon hij met Street Legends, een straatvoetbalproject waarvan allerlei filmpjes op YouTube werden gezet van potjes tegen teams uit Amsterdam, Londen, Parijs, Kenia, Senegal, Ghana en Zuid-Afrika. Sommige van die fragmenten werden meer dan een miljoen keer bekeken op internet.

Nu ligt het fotoboek 'Street Legends' in de winkel, dat het verhaal vertelt van een reis die de straatvoetballers van Davids vorig jaar maakten door Rotterdam, Parijs, Marseille, Londen en Rio de Janeiro.

Opvallend is de summiere introductie, ook verderop zijn de teksten spaarzaam. 'Street legends' is vooral een bombardement aan foto's, soms grofkorrelige beelden, vaak onscherp, een tikje kunstig en overgoten met een zweem van straatwijsheid en -geloofwaardigheid.

Ook in 'Street Legends' komen we er niet achter wie de hoofdrolspelers Djudju, Vaantje, Pinto, Orrie, 'D' en 'N' zijn en wat ze beweegt. Het blijven onbekenden die ook in de filmpjes anoniem acteerden in de modern gemonteerde scènes, die afwisselend gedragen worden door rapmuziek, kamerensembles, symfonieorkesten en vlotte beats.

Davids, lopend door Londen, zegt: "Ja, maar straatvoetbal ís ook anoniem, het hoeven ook niet je vrienden te zijn met wie je speelt. Je vraagt om een beurt, om mee te mogen doen. Als je niet wint, sluit je weer achteraan aan in de rij."

Dat gevoel van de straat wilde Davids documenteren in een boek. "Als je het over de straat hebt", zegt hij, "klinkt dat voor veel mensen negatief. Maar weet je, straatvoetbal verbroedert ook. We zijn voor dit project in hele slechte wijken geweest en hebben daar gespeeld, maar er waren nooit problemen. We hadden een fantastische tijd."

De straat is puur en echt, vertelt Davids. Hij meent dat je je er niet kunt verstoppen. De straat van Davids is rauw, spannend en eerlijk en het vormt je. Iedereen die op straat heeft gevoetbald vindt het leuk, meent hij, en kan dat gevoel in dit boek terugvinden. Via dit boek, vertelt hij, kun je de tournee die ook op YouTube staat, herbeleven.

"Maar wat vind jij van het boek?", vraagt hij. Davids luistert. Er staat bewust weinig tekst in, vertelt hij. Je moet het de jeugd namelijk niet allemaal makkelijk voorschotelen, meent hij. Ja, ga het gewoon ervaren, is zijn credo. "Je moet het ze niet opleggen. Je moet je eigen verhaal erbij maken."

Plotseling: "Zag je die truc laatst? Zag je die? Van die Ajax-speler? Hoe heet hij ook alweer?"

Ricardo Kishna speelde in een competitiewedstrijd een verdediger van Heerenveen door de benen op de achterlijn, een onvervalste 'panna' en dan ook nog eens uitgevoerd achter het standbeen langs. "Dat is rechtsreeks van YouTube. Dat komt van de straat. Je ziet het nog wel op de velden, maar weet je, die truc is al weer oud, man. Ja, echt. De beweging is verouderd."

Wenen 1995

Het is dit jaar twintig jaar geleden dat Davids als speler van Ajax de Champions League won door winst op AC Milan in de finale in Wenen, de laatste triomf van een Nederlandse club in het belangrijkste Europese bekertoernooi. In 1996 vertrok hij naar het buitenland, verdiende miljoenen en speelde voor clubs als Juventus, AC Milan, Internazionale, en Barcelona.

"Eerlijk?", vraagt Davids. "Ik kijk nog steeds weinig naar andere wedstrijden op televisie. Voor mij is er weinig veranderd. En als ik kijk, kan ik veel clubs aanmoedigen, want ik heb bij veel clubs gespeeld. Het is alleen soms lastig als ze tegen elkaar spelen."

En wat vindt hij van de recente problemen waarmee het internationale voetbal te kampen heeft; corruptie bij de Fifa, omkoping bij de toewijzing van grote toernooien, en het grootste gezwel: matchfixing?

"Wie zegt dat het dertig jaar geleden niet ook zo was", riposteert Davids. "Nu zijn er social media en komt het wellicht eerder aan de oppervlakte. Ik ben er alleen maar blij mee dat het naar buiten komt. En hey, op de straat valt niets te fixen, hè. Als je verliest, moet je achteraan de rij aansluiten."

Davids vertelt dat hij nog wel geniet van de wedstrijden in de Champions League en zich niet herkent in de kritiek dat het allemaal veel te voorspelbaar is geworden en die eindeloze poulewedstrijden voetbalverlamming bespoedigen.

"Maar wat je zegt, klopt wel", zegt Davids. "Soms is het ook wel een schaakspel. Ik heb trouwens veel meer problemen met de voetballers zelf. Wij waren toch veel meer gefocust, heb ik het idee. Mijn gevoel is dat ze nu ook heel veel met andere dingen bezig zijn. Dat is de cultuur. Er is nu veel te doen buiten het voetbal."

"Wacht even", zegt hij. Een nieuwe begroeting op straat volgt. "Sorry. Weet je? Ik heb de Champions League gewonnen en daarover zegt mijn familie: leuk. Maar nu bieden we jongens via het straatvoetbal enig toekomstperspectief. En daar zijn ze trots op. Dat is het verschil. Ik hecht daar ook veel meer waarde aan. Ik ben hier trotser op dan op die Champions League."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden