Ambassadeur en dissident

DiplomaatCoen Stork (1928) was bij het proces in 1964 tegen Nelson Mandela, volgde de vuile oorlog in Argentinië. Hij botste hard met zijn reactionaire baas, de Nederlandse ambassadeur in Madrid toen Franco daar nog de scepter zwaaide, en maakte de val van Ceau¿escu in Roemenië mee. Zijn zoons speelden met de broertjes van Che Guevara.

'A ls we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.' Aan dit prachtige citaat uit 'De tijgerkat' van de Italiaanse schrijver Tomasi di Lampedusa moest ik in de jaren na de revolutie vaak denken. Hier, in Roemenië, leek alles anders te zijn geworden, maar steeds vaker kregen we het idee dat er weinig veranderd was. En wij wilden die verandering juist wél.

Revolutie - als de Roemenen over de val van Nicolae Ceausescu spreken, mijden ze het woord 'revolutie'. Ze spreken liever van de Gebeurtenissen of de Opstand. Destijds deden er op gezette tijden mythische verhalen de ronde over deze opstand: Michail Gorbatsjov zou erachter hebben gezeten, nee, de Amerikaanse regering, nee, de CIA. Ik geloof nog steeds dat de eenvoudigste kijk op die decembermaand de juiste is: het volk kwam in opstand, het volk heeft het regime omvergeworpen - al zou je hierbij kunnen aantekenen dat het leger of de Securitate zich niet maximaal tegen deze opstand heeft verzet. Hoe dan ook, het woord 'Opstand' lijkt mij het beste.

Een revolutie in de betekenis van algehele verandering of ommekeer was deze Opstand niet. Daarvoor bleef er te veel bij het oude. De nieuwe regering werd het Front van Nationale Redding genoemd en stond onder leiding van Ion Iliescu. Deze voormalige communist had tijdens het bewind van Ceausescu belangrijke functies bekleed, maar was de laatste jaren wat uit de gratie geraakt. Het Front benoemde Iliescu eerst tot 'voorlopig president', daarna kozen de Roemenen hem twee keer achter elkaar democratisch tot president. In 2000 werd hij voor de derde keer tot president gekozen. Die laatste ambtstermijn liep in december 2004 af, vijftien jaar na de Opstand.

Van meet af aan hebben gezaghebbende dissidenten, zoals Doina Cornea, felle kritiek geleverd op de nieuwe machthebbers, die slechts uit zouden zijn op eigen gewin. Mijn zoon David heeft, onmiddellijk weer overgekomen uit Los Angeles, na de Opstand een prachtige foto genomen van het eerste provisorische parlement, waarin de bekende dissidenten zitting hadden. Maar die dissidenten zijn er al na een paar weken uitgestapt, omdat zij vonden dat het de verkeerde kant op ging. Ik had aanvankelijk wel respect voor Iliescu, die zichtbaar hard werkte aan de nieuwe Grondwet. Zijn gezwoeg werd zelfs op televisie vertoond.

Niet lang na de Opstand verschenen er kreten op de muren van de universiteit: 'Weg met de neocommunisten', 'Weg met Iliescu'. De studenten begonnen ook weer te demonstreren: 52 dagen lang hielden ze het Universiteitsplein bezet, dat het hart van Boekarest vormt, waardoor ook een deel van het verkeer tot stilstand was gekomen. Nadat Iliescu op 20 mei 1990 met ruime meerderheid was gekozen tot president verliep dat protest. Er bleven alleen nog een paar hongerstakers over.

Toch keerde daarmee de rust niet terug in Boekarest. Af en toe staken de studentenprotesten weer de kop op, een enkele keer demonstreerde de bevolking mee, soms trad de oproerpolitie op, soms leek ze partij te kiezen voor de menigte. Om de gebeurtenissen enigszins te kunnen blijven duiden, bleven de ambassadeurs van de EU - toen nog EEG - nog steeds wekelijks bij elkaar komen. Daar waren we vóór de revolutie mee begonnen, en die traditie is blijven bestaan tot na mijn vertrek. Dat was uitzonderlijk, nergens vond zulk diplomatiek overleg met zo'n frequentie plaats.

Op 10 juni heeft Iliescu met een verbijsterende overmacht 's ochtends vroeg met geweld het plein schoongeveegd, waar nauwelijks meer mensen bivakkeerden. Niemand begreep dit buitensporige vertoon van macht. De verontwaardiging was dan ook groot. Onmiddellijk werd een grote mars gehouden door de studenten en dissidenten. Opnieuw klonk er: 'Jos Iliescu' - weg met Iliescu.

Op de mooie namiddag van 13 juni 1990 zat ik in de auto op weg naar de afscheidsreceptie van de Zwitserse ambassadeur. Ik was aan de late kant, en hoorde op de radio het zes-uurjournaal. Daarin deed Iliescu een oproep aan 'de verantwoordelijke sociale en politieke krachten in het land om het nieuwe regime te hulp te komen en te verdedigen tegen de ondermijnende krachten'. Mijn Roemeens was inmiddels goed genoeg om te begrijpen dat deze oproep van Iliescu belangrijk nieuws was.

In zijn boek 'lti - Lingua Tertii Imperii: Notizbuch eines Philologen' uit 1947 analyseert de Joodse schrijver Victor Klemperer het taalgebruik van het Derde Rijk. Bij mijn weten is er nooit een vergelijkbare studie geschreven over de taal van de stalinisten, maar de terminologie die Iliescu op die mooie namiddag gebruikte, was identiek aan die van Ceausescu, en andere dictators uit het voormalige Oostblok.

Op de receptie liep ik onmiddellijk een van de ambtenaren tegen het lijf die na de omwenteling op hun post waren gebleven: Girbea, het voormalige hoofd van de persafdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een paar jaar daarvoor had ik één keer met hem te maken gehad, toen hij zich beestachtig onhebbelijk gedroeg tegenover journalisten van het VPRO-televisieprogramma 'Diogenes', die een filmpje wilden maken over wat het laatste partijcongres van Ceausescu zou worden. Hij heeft de journalisten met niets geholpen, integendeel, hij heeft hun werk eindeloos gesaboteerd.

Nu stond ik ineens tegenover hem - en ik vermoed dat van alle aanwezigen alleen wij tweeën op dat moment op de hoogte waren van de oproep van Iliescu. "Hoe gaat het met u, ambassadeur?" vroeg hij in het Duits.

"Goed", antwoordde ik, "en met u?"

"Ja hoor, goed, dank u. We doen ons best."

"Dat is fijn", zei ik, "want ik heb vroeger weleens het vermoeden gehad dat u niet altijd uw best deed."

Naast mij verstijfde een functionaris van de Franse ambassade. Girbea niet, hij leek voorbereid op mijn aanval. "U moet zich niet in mij vergissen", antwoordde hij. "Ik weet dat u doelt op enkele voorvallen van vóór de revolutie en misschien vindt u het vreemd dat ik ook nu nog voor het ministerie werk, maar ik heb mijn vaderland altijd loyaal gediend. En dat doe ik nog steeds." Girbea voelde zich vast en zeker gesterkt door Iliescu's oproep aan de verantwoordelijke sociale en politieke krachten, die natuurlijk in feite gericht was aan de mijnwerkers, die al eerder als botte bijl gebruikt waren om critici van het regime de kop in te slaan.

Zijn antwoord schoot me in het verkeerde keelgat.

"Meneer Girbea", zei ik, "laat ik u één ding zeggen: het is aan mensen als u te wijten dat dit volk, dit Roemeense volk, op de grond ligt van ellende en verwarring."

We stonden tegenover elkaar, doodstil en stokstijf. Ik was zelf van mijn uitval geschrokken. Toen zette hij zijn glas rode wijn neer en vertrok.

Daarna vertelde ik de andere ambassadeurs over de oproep van Iliescu, en allemaal trokken we dezelfde conclusie: dit was de aankondiging van een nieuwe, en nu veel grootschaliger invasie van de mijnwerkers.

Onmiddellijk na de oproep van Iliescu is de actie op touw gezet. Er werden drieduizend mijnwerkers opgetrommeld uit de Jiuvallei, die driehonderd kilometer verderop ligt. Ze werden op de trein gezet en trokken de volgende ochtend op open vrachtauto's de stad in. Ze hadden de mijnlampen nog op hun helmen zitten. Ze werden door Securitate-agenten naar de partijkantoren van de oppositie geloodst, waar ze alles kort en klein sloegen. Daarna doorkruisten ze de hele stad. Alles en iedereen die er maar intellectueel of kunstzinnig uitzag - baard, boek onder de arm - werd gemolesteerd. Er vielen gewonden en enkele doden.

De onrust sloeg nu echt toe in Boekarest. De stapel visumaanvragen werd hoger, dikwijls van aardige jonge mensen die dachten dat het nooit meer goed zou komen met hun land. Onder aanvoering van de zeer charismatische studentenleider Marian Munteanu - een beetje een Jezus- figuur - braken overal in de stad rellen uit. Tijdens een van de veldslagen tussen studenten en oproerpolitie werd Munteanu in elkaar geslagen.

De volgende ochtend zag ik hem op het journaal: flink toegetakeld lag hij in een bed van het ziekenhuis van de beruchte Jilavagevangenis buiten Boekarest.

Nog voor ik Den Haag goed en wel op de hoogte had gesteld van deze alarmerend negatieve ontwikkelingen, ging de telefoon. Het was Jacques Schmitz, de journalist van Het Parool die ik in februari 1988 had leren kennen, bij een bezoek aan Roemenië.

"Coen", zei hij, "Ik zit in je huis."

In mijn huis? Dat verbaasde me. "Dan zit je vlak naast me, ik zit op kantoor, twee deuren verderop."

"Dat hoopte ik al, want ik heb een probleem. Ik zit hier namelijk met Claudia Munteanu."

"De vrouw van de studentenleider?"

"Ja."

"Wat doe jij met de vrouw van een studentenleider?"

"Ze is doodsbang dat ze ook in elkaar geslagen wordt. Daarom leek het me goed haar mee naar jou te nemen, hier is ze veilig. Ze is met haar dochter."

Schmitz had gelijk, Claudia Munteanu was inderdaad veilig in mijn huis, want de ambtswoning van de ambassadeur is onschendbaar. Maar goed, het was lunchtijd, en ik ben naar huis gegaan. Daar hoorde ik hetzelfde verhaal nog een keer.

"En ik ben ook bang dat ze mijn dochter ontvoeren", zei ze, "zodat ze nog meer druk op mijn man kunnen uitoefenen."

"Blijf maar, zolang je wilt", zei ik.

Jacques Schmitz schreef hier een berichtje over in Het Parool. Onmiddellijk na de publicatie van dit stukje in de krant ontving ik een codebericht van Buitenlandse Zaken: "Is het bericht juist dat u politiek asiel hebt verleend aan iemand die betrokken is bij het studentenverzet in Roemenië?"

Nu moest ik snel reageren. "Nee", seinde ik terug, "ik heb geen asiel verleend. Ik heb iemand in huis genomen die bang was. Ze is mijn gast, niet meer en niet minder."

Twee dagen later vertrokken de mijnwerkers met hun stokken en houwelen. De vrouwen vertrokken ook, nadat ze de verzekering hadden gekregen dat ze geen haar gekrenkt zou worden. Ik was weer alleen. En zonder telefoon. Opmerkelijk genoeg werd het telefoon- en telexverkeer tussen Nederland en Roemenië in die dagen vaak verbroken. Een Nederlandse journalist achterhaalde waarom. Nadat hij vijf uur had proberen te bellen naar de ambassade kreeg hij van een telefoniste te horen: "Maar u kunt zich misschien voorstellen dat er mensen zijn tussen u en de internationale centrale die niet willen dat het lukt." Het was duidelijk dat de Securitate aan zijn wederopstanding was begonnen.

In mijn wekelijkse brief aan mijn moeder schreef ik kort daarna: "Door Iliescu's krankzinnige oproep aan het volk om hem te hulp te komen, is wat er hier aan democratie tot stand was gekomen behoorlijk in elkaar getrapt. Overal steken de Securitate en de angst weer de kop op. Zoals je wel zult weten, had ik de vrouw van een van de gearresteerde studentenleiders drie dagen in huis, bang om ook in elkaar geslagen te worden. Je reinste fascisme."

Peter Henk Steenhuis: 'De rode ambassadeur. De twintigste eeuw door de ogen van Coen Stork', 208 blz,

€ 17,95.

Stork leidde het leven van een diplomaat in de brandhaarden van de wereld, maar werd geboren in de sprookjesachtige wereld van de grootindustriëlen van de Stork-fabrieken. Met zijn beroepsethiek én zijn onorthodoxe levenswandel was hij een buitenbeentje in politiek en diplomatie. Het dossier dat de Roemeense veiligheidsdienst over hem aanlegde is dikker dan het telefoonboek van New York, en zijn ambassade in Boekarest was een vrijhaven voor Roemeense dissidenten.

Trouw-redacteur Henk Steenhuis schreef een boek over de 'rode ambassadeur' Coen Stork. In deze voorpublicatie vertelt Stork over zijn tijd in Roemenië.

Expositie over Stork

Ter gelegenheid van de verschijning van 'De Rode ambassadeur' heeft Bijzondere Collecties van de UvA een kleine tentoonstelling ingericht over Coen Stork. Locatie: Museumcafé van de Bijzondere Collecties, Oude Turfmarkt 129 te Amsterdam. Openingstijden: vr 25 mei van 9.30-13.00, ma 28 mei 13.00-17.00, di 29 mei en woe 30 mei van 9.30-17.00. Toegang vrij.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden