Amateur kan meer uit voetbal halen

Techniek en tactiek zijn vaak zoek op het amateurvoetbalveld. Dat kan beter.

Nederland telt meer dan een miljoen amateurvoetballers, vooral mannelijke, jong en oud. Maar ook bijna 100.000 vrouwen stappen met regelmaat in hun kicksen het veld op. Het overgrote deel speelt in een lager elftal en het gaat de spelers vooral om de ontspanning. Van techniek is vaak geen sprake en de tactiek is volgens het principe ’naar voren!’ of ’met zijn allen voor de goal hangen’. In de kantine volgt dan na de wedstrijd de evaluatie over hoe de opkomende man opgevangen had kunnen worden of hoe de spitsen hadden kunnen meeverdedigen.

Bij Swift 5 in Amsterdam Oud-Zuid wist niemand er het fijne van en dat bracht Vincent Breij en Boudewijn Smid – allebei voetballend bij Swift 5 – ertoe om de theorie eens te boek te stellen. Want er was tot voor kort geen voetbalboek dat de geïnteresseerde amateur in begrijpelijk taal vertelde hoe hij zijn positie het beste kan invullen. En de tienduizenden recreatievoetballers die zonder coaching de wei in gaan moeten het helemaal zelf maar uitzoeken. Breij en Smid: „Daarom besloten we tot het schrijven van dit handboek, bestemd voor de voetballer die meer uit zijn hobby wil halen. Immers, het technisch niveau en vooral het tactische inzicht op amateurniveau laat nogal eens te wensen over. Gewoon, omdat de meeste amateurs nooit goede training hebben genoten. Op dat vlak valt dus nog veel te winnen. Als team en als individuele speler.”

’De geur van gras’ behandelt techniek, teamtactiek en per veldpositie wat van een amateurvoetballer mag worden verwacht. Hoe hij met wat aanwijzingen tactisch slimmer kan voetballen. Breij en Smid willen geen einde maken aan de kantinediscussies. „Die behoren immers tot de charmes van het voetbal. Wel geeft het boek tips die het plezier in het voetbal vergroten, het samenspel ten goede komen en waarschijnlijk zelfs tot betere resultaten zullen leiden. We beschrijven het voetbal van binnenuit, met herkenbare situaties uit ons eigen voetballeven.”

Een elftal bestaat, inderdaad, uit elf spelers maar de ervaring heeft Breij en Smid en hun Swift 5 geleerd dat een team uit minstens vijftien voetballers moet bestaan. Dat vanwege mogelijk verzuim en blessures. En van vijftien verschillende personages moest in elk geval bij Swift 5 een team worden gesmeed, wat ’een prestatie op zich’ was. Een team bestaat, als het even kan, uit drie generaties: twintigers, dertigers en ’veteranen’ van voor in de veertig. Met te veel ouderen dreigt opheffing wegens stoppen met spelen. En jongeren zorgen voor de dynamiek in het spel.

Elk team heeft een hiërarchie, een pikorde. Vaak is die onuitgesproken en intuïtief bij iedereen bekend, Bij Swift 5 heeft de oudere generatie – Bernhard en Boudewijn – de touwtjes in handen. Zij delen het aanvoerderschap en maken de opstelling. De jongere generatie daagt hen regelmatig uit. Jongste aanwinst Bastiaan droomt – als reservekeeper – van het aanvoerderschap. „Veelzeggend was dat Bastiaan onlangs voor een wedstrijd op Boudewijn afstapte, hem een papiertje in de handen drukte en zonder blikken of blozen zei: ’Hier is de opstelling’. Boudewijns mond zakte open, hij keek op het papiertje en antwoordde ongelovig lachend: ’Ik ga er zo over nadenken’. Om daarna zwaar gepikeerd een totaal andere opstelling op het veld te toveren. Bastiaan moet nog even geduld opbrengen.”

Waarom laat de techniek van de meeste amateurvoetballers flink te wensen over?, vragen Breij en Smid. Te weinig training. Als je niet meer dan twee keer per week traint moet je bij die training de wedstrijd zo goed mogelijk benaderen, heeft Foppe de Haan (oud-trainer van Heerenveen en nu coach van Jong Oranje) de schrijvers voorgehouden. „De doordeweekse partij met vrienden in het park blijkt zo slecht nog niet.” Conditie en voeding moeten ook serieus worden genomen. Net als de mentale training en conditie.

Bij het hoofdje tactiek ontbreekt uiteraard de buitenspelval niet. Niet zonder risico, vooral als de aanvallers van de tegenpartij sneller zijn dan de eigen verdedigers. Boven alles geldt: de buitenspelval behoeft veel oefening en samenspel. Daarom verbood Rinus Michels, die hem (her)uitvond zijn spelers bij het EK van 1992 om op buitenspel te spelen. „Te gevaarlijk omdat de verdedigers van de verschillende clubs te weinig op elkaar ingespeeld waren.”

Amateurvoetballers moeten zich niet blind staren op de techniek van topvoetballers als Dennis Bergkamp. Dat zijn volgens hen allemaal voorbeelden van technische staaltjes die nauwelijks zijn aan te leren en die op amateurniveau zelden een wedstrijd beslissen. „Veel belangrijker is een goede balaanname, hoge handelingssnelheid, een nauwkeurige pass en een goede koptechniek. Daarmee win je wedstrijden. En die aspecten zijn aan te leren of te verbeteren, ook al ben je dertig.”

Het aardige van ’De geur van gras’ is dat het met de franje, de rand- en persoonlijke stukjes, uitstijgt boven de status van instructie- en spelregelboek en daardoor ook voor de niet zo fanatieke voetbalfan leesbaar is. Vincent Breij liep ooit in korte tijd drie botbreuken op en toen hij zijn orthopeed vroeg of hij misschien brozere botten had dan andere mensen keek die hem onderzoekend aan en zei: „Jij broze botten? Op jouw leeftijd? Welnee, je bent accident prone door jouw manier van voetballen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden