Amanda Smyth hernieuwt de tropenroman

Een roman die lijkt op de oude, koloniale verhalen,

Tragische roman over opgroeiend meisje roept een wereld van tropische geuren, geluiden en kleuren op

maar toch totaal anders is

Vergeet voor even de koude, natte Nederlandse zomer. Denk aan Trinidad. Denk aan de tropische zon, wuivende palmen, de rode bloemen van de hibiscus, de blauwe zee en witte, houten huizen met brede veranda's. Op zo'n veranda zat zo'n dertig jaar geleden de kleine Amanda Smyth naar de verhalen van haar grootmoeder te luisteren. Haar favoriete verhaal ging over de onopgeklaarde moord op haar overgrootvader in de jaren vijftig. Deze van oorsprong Britse plantagehouder werd doodgeschoten toen hij op weg was om zijn werknemers te betalen.

Dat verhaal inspireerde Smyth tot het schrijven van haar debuutroman 'Het huis bij de plantage', waarin ook een plantagehouder wordt vermoord. Maar de hoofdpersoon is Celia, een weesmeisje, dat bij haar tante Tassi in Jamaica opgroeit. Als zij als zestienjarige door haar tante's man wordt verkracht, vlucht ze naar Trinidad, waar ze een baan vindt als kindermeisje bij een artsengezin.

Aanvankelijk was Smyth van plan om Celia de plantagehouder te laten vermoorden, want volgens het familieverhaal was bij diens dood een vrouw betrokken. Maar het liep anders, vertelde Smyth onlangs in een interview: "Het personage veranderde in een heel ander iemand. Ik probeerde haar te dwingen iets te doen wat ze van nature helemaal niet kon doen. Daarom heb ik het verhaal helemaal omgegooid. Er vindt nog steeds een moord plaats, maar Celia is daarvoor niet verantwoordelijk." Zo veranderde 'Het huis bij de plantage' van een psychologisch verhaal in een intrigerende ontwikkelingsroman over een meisje dat op zoek gaat naar het geluk. Die beslissing heeft Smyth bepaald geen windeieren gelegd. Haar eersteling kreeg lovende kritieken in de Britse en Amerikaanse pers en is inmiddels in vier talen vertaald. En terecht. Want 'Het huis bij de plantage' is niet alleen inhoudelijk aansprekend, maar ook stilistisch een hoogstandje.

Celia wordt geboren in Black Rock, een dorpje aan een rivier. Haar moeder is kort na de bevalling gestorven. Van haar vader lijkt niemand meer te weten dan dat hij een blanke Engelsman is en in Southampton woont. Celia zelf is een eigenzinnig en intelligent meisje, dat haar tante de oren van het hoofd vraagt. Als ze hoort dat haar moeder mooi was, wil ze precies weten hoe mooi. In beeldende zinnen laat de schrijfster Celia's grote verbeeldingskracht tot uitdrukking komen: "Hoe droeg ze haar haar? En hoe lang was ze? En wat voor kleur ogen had ze precies? U zegt wel zwart, maar waren ze houtachtig zwart of zo zwart als de Afrikaanse bijen die op een keer uit de vermolmde kapokboom kwamen vliegen, of zo zwart als asfalt uit het pekmeer van Trinidad? Waren ze rond of amandelvormig, groot of klein? Wat vonden de mensen als ze haar zagen? Keken ze om of liepen ze gewoon voorbij?"

Na haar verkrachting verandert Celia echter van een vrolijk en nieuwsgierig meisje in een stille, maar vastberaden jonge vrouw. Ze besluit naar Engeland te reizen om haar vader te zoeken, te studeren en een beter leven op te bouwen. Van een waarzegster krijgt ze echter te horen dat haar geen gelukkig leven beschoren is. De man die met Celia wil trouwen, zal haar niet bekoren, en de man op wie ze verliefd zal worden, zal niet van haar houden.

Als Celia in Trinidad bij dokter Rodriguez en zijn vrouw gaat werken om haar reis naar Engeland te kunnen betalen, lijkt de voorspelling uit te komen. William, een lieve jongen die Celia aan haar baan heeft geholpen, wordt stapelverliefd op haar, maar zij vindt hem te jong en te onaantrekkelijk. Zijzelf verliest haar hart aan de dokter, een knappe, zinnelijke man van Portugese afkomst, die weliswaar zegt dat hij niet zonder haar kan, maar die niet van haar houdt.

Op dat moment begint het verhaal gelijkenis te te vertonen met de tropenromans uit de koloniale tijd, zoals die van William Somerset Maugham. De benauwende tropische regens kondigen onheil aan, de blanke dokter laat zich bedwelmen door Celia's donkere schoonheid, en zijn overgevoelige westerse echtgenote gaat ten onder aan jaloezie, migraine en zenuwtoevallen.

Te midden van al dat tumult roept Smyth een wereld van geuren, geluiden en kleuren op, waar je je nauwelijks aan kunt onttrekken. Het is alsof ze al je zintuigen beroert: ze laat je de vruchten proeven, de bloemen en zelfs de zware regens ruiken. Ook de spanningen tussen de verschillende personages maakt ze tastbaar. Als mevrouw Rodriguez erachter komt dat haar man een affaire heeft met Celia, levert dat letterlijk een enorm gekletter op. Tijdens een kinderfeestje maait ze met een stok door de servieskast, waardoor alle kinderen als gekken beginnen te gillen. Haar man neemt haar in een houdgreep, en beveelt Celia het huis te verlaten. Celia vindt onderdak bij een tante die voor een Britse plantagehouder werkt.

Als de tante sterft en de plantagehouder bij een roofoverval om het leven komt, gaat Celia terug naar tante Tassi. Die vertelt haar nichtje dat de waarzegster is gestorven. "Het was een mooie begrafenis met veel gezang", zegt tante Tassi. "Maar wat iedereen zo graag wou weten: als ze zo helderziend was, waarom had ze het dan niet zien aankomen?" Deze ontnuchterende opmerking brengt niet alleen Celia's geloof in duistere krachten aan het wankelen, maar is een voorbode van een hele rits demystificaties. Op dat moment besef je dat 'Het huis bij de plantage' de traditionele koloniale romans niet imiteert, maar parodieert en zelfs corrigeert, wat een aangenaam verfrissend effect heeft.

Toch overheerst in dit verhaal de tragiek. Na alle onthullingen moet Celia vaststellen dat ze niets meer heeft, geen dromen meer en geen idealen, geen antwoorden en zelfs geen vragen: "Er was niets dan hitte en het felle licht dat die hitte voortbracht. Er was geen schaduw, nergens om uit te rusten, nergens waar de zon niet kwam." En dan, aan het einde van het verhaal, biedt Smyth toch nog een sprankje hoop. "Nu kijk ik naar de toekomst", laat ze Celia zeggen. "Misschien maak ik er iets van."

Amanda Smyth: Het huis bij de plantage. (Black Rock) Vertaald door V. van der Tol en Roelien Vermaant. Van Gennep, Amsterdam; 271 blz. € 19,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden