Alweer reed daar een jongensdroom voorbij

Een beetje beschaamd over mijn opstandige gedachten van de vorige dag schaarde ik mij voor de derde en laatste maal onder de congresbezoekers. Het woord was vandaag aan de staat als scheidsrechter van alle gewelddadige aspiraties van particulieren.

Een Ierse socioloog uit Dublin kwam als eerste aan het woord over de beschavingsontwikkeling aan de Amerikaanse frontier, de westelijk schuivende grens. Hij wees op de 'ruige individualistische persoonlijkheden' die het Wilde Westen had opgeleverd, en daar reed al weer een jongensdroom voorbij. Cowboys en ridders hebben meer dan het paard gemeen als je de balladen van John Wayne en Clint Eastwood moet geloven. Maar Stephen Mennel zocht de overeenkomsten tussen het vroege Europa en de Amerikaanse kolonialen in prozaïsche factoren als de strijd om het land en de uitschakeling van rivalen, zoals een socioloog betaamt. Want de jonge kolonialen waren lang niet zulke 'rationele dieren en behept met een aangeboren gevoel voor rechtvaardigheid' als Thomas Jefferson en andere founding fathers van de Verenigde Staten wel dachten. In het vroege Amerika werden bij de ontginning en vestiging net zo hardhandig partijen uitgeschakeld - de Indianen in de eerste plaats, vervolgens de Hollanders, Fransen, de Spanjaarden en ten slotte de Engelsen -, als in de oorlogen tussen de Europese vorstenhuizen. De slag om de goede kansen aan de frontier schiep een gevaarlijk slag mensen, waar het officiële Amerika beurtelings trots en beschaamd over was. Ingetogen Noren, goedmoedige Hessen, bijgelovige Ieren, en bedaagde Drenthen ontwikkelden een rücksichtslos opportunisme. De Europeanen, voornaamste leverancier van Amerikanen, hebben alleen al daarom geen reden om hovaardig te doen over onbehouwen Yankees.

Maar de Amerikaan Randall Collins ging zo ver de hoofdzakelijk West-Europese toehoorders gerust te stellen over de huidige ontwikkelingen op hun eigen continent, waar grote staten ineenstorten en plaatsmaken voor agressieve mini-staatjes. Geen reden ons bezorgd te maken, verzekerde hij. De val van het sovjetimperium, die van Duitsland via de Balkan en de Kaukasus tot diep in Azië doordreunde, had waarachtig geen barbarisering tot gevolg: we moesten de moordpartijen in Grozni en Sarajevo maar als de onaangename ruis opvatten van een systeem dat zich overstrekt had. En Collins kon het weten! Was hij niet de enige socioloog die in het begin van de jaren tachtig de ineenstorting van de Sovjet-Unie voorzien had? Het Rijk van het Kwaad, zoals Ronald Reagan zijn tegenspeler placht te noemen, had zich een hartinfarct aangedaan in de wapenwedloop met de Amerikanen. Bezweken onder de sociaal-economische lasten. Nu waren de diverse groepen die er ooit onderdeel van uitmaakten aan een eigen carrière begonnen, die over niet al te lange tijd wel weer in een nieuw evenwicht zou uitmonden. Collins' rationalisaties van de bloedbaden leken, maar dan bij wijze van schrale troost, op de uitspraken van oude bekenden uit de politiek die altijd wel 'een herstel van oude waarden' of 'de geboorte van een nieuwe maatschappij' onderkennen in moord en doodslag. Ik had niet de indruk dat de Amerikaanse 'Realsocioloog' het publiek erg ontlastte van de 'hachelijke situatie van de moderne wereld', en de volgende spreker deed dat des te minder.

Eric Dunning, een Engelse socioloog, sprak over een onderwerp waar hij zelfs samen met Norbert Elias nog onderzoek naar had gedaan: sport. Meer in het bijzonder, de kopzorgen die voetbalvandalisme de samenleving bezorgt. Boven het auditorium toverde hij rijen schanddaden van het sportieve publiek in deze eeuw. De statistieken van Dunning wezen wel uit dat het gros van de slachtoffers van voetbalgeweld in de Derde wereld vielen, maar wij stonden ons mannetje. Deze solide socioloog was trouwens ook maar een Engelsman, en hij deed enige moeite de veertig doden in het Belgisch voetbalstadion van Heizel (1985) aan de gebrekkige materiële en politiële omstandigheden te wijten, maar het waren nu eenmaal Engelse supporters die de slachtoffers de dood in hadden gedreven.

In mijn hoofd begonnen nu ook andere namen te knipperen naast de onheilsplaatsen Amsterdam en Leeuwarden, die mij naar deze conferentie hadden doen spoeden: Beverwijk en Rotterdam, plaatsen die het voetbalgeboefte in slagvelden had veranderd.

De Amsterdamse socioloog Abram de Swaan probeerde het theoretisch tumult meester te worden, dat de levendige voorbeelden van sociologen en historici hadden geschapen. Hij gaf het evenwichtige beeld van een samenleving die zich via een centrale overheid over de hele emotionele linie beperkingen oplegt prijs. Het bleek bijvoorbeeld mogelijk voor Nederland om binnen een tiental jaren geheel 'uit de kleren te gaan' zonder dat die losheid van zeden tot opvallende aanrandings- en verkrachtingstaferelen leidde. Andere 'decivilisaties' of 'ontschavingen' hadden niets frivools. De nazi's hadden bewezen dat beschaafde naties in hun midden reservaten van moordzucht en gruwel konden handhaven, zonder dat die lokale onderdruk het algemeen zedelijk peil bijzonder aantastte.

De Swaan wees ook op een ander vuiltje in het sociologisch systeem dat juist een klein optimisme wettigde. In het duistere hart van de Congo veerden onlangs na de afmars van de legerbendes weer kleine gemeenschappen op, zonder daartoe geprest of geïnspireerd te zijn door enig monopolistisch leiderschap, en hervatten het gewone leven. Mijn twijfel aan de effectiviteit van het geweldsmonopolie verkeerde bij De Swaan soepel in een uitbreiding van het theoretisch bereik. Staatsverval hoefde zijns inziens niet altijd met moreel verval gepaard te gaan, evenmin als staatskracht algemeen fatsoen garandeerde. Geweld kon toenemen bij afnemend staatstoezicht, maar ook het omgekeerde was mogelijk. Slimme toevoegingen, maar of de verklarende kracht van Elias' beschavingsmachine met al die hulpstukken groter wordt, valt nog te bezien.

Het venijn van deze dag, en daarmee van het hele congres, zat in de staart, zo bleek toen de laatste spreker begon aan wat een beredeneerde samenvatting van zijn voorgangers had moeten zijn. De Israëlische gast had echter een minder afgewogen rede in de zin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden