Opinie

Alweer naar de stembus is alles behalve winst voor de democratie

Beeld anp

Een minderheidskabinet heeft vele voordelen, zeker na het wegvallen van de PVV. Deze constitutionele noviteit had langer de kans moeten krijgen.

Nu het kabinet van VVD en CDA is gevallen, mogen we al in september weer naar de stembus: voor de vijfde keer in krap elf jaar. Dit is allesbehalve winst voor de democratie.

Wanneer volksvertegenwoordigers gemiddeld één keer per twee jaar terug naar de burger moeten, dreigt ons bestel te ontsporen. De reguliere regeerperiode van vier jaar maakt langetermijnbeleid al moeilijk. Het huidige politieke landschap dwingt dan ook tot constitutionele vernieuwing en het zoeken van alternatieven.

In Nederland ligt de uitvoerende macht bij de regering, terwijl de wetgevende macht wordt gedeeld door regering en parlement. Afgezien van het initiatiefrecht van de Tweede Kamer, is de gebruikelijke procedure dan ook zo dat de regering de wetten maakt en het parlement de wetten vaststelt. In de ideale situatie vormt het parlement, en dan vooral de Tweede Kamer, een stevige controle op van de regering afkomstige wetgeving en beleid.

Deze dubbele controlefunctie wordt echter in ernstige mate gehinderd door de praktijk van regeerakkoorden. Na verkiezingen is het gebruikelijk dat partijen proberen tot een coalitie te komen die kan rekenen op een 'stabiele meerderheid' in de Tweede Kamer.

Daar blijft het helaas niet bij. De partijen spreken niet enkel af samen te werken (de eigenlijke 'coalitie'), maar leggen bovendien in een regeerakkoord tot in de kleinste details hun onderlinge afspraken vast. De regering weet zich hierdoor verzekerd van een permanente meerderheid in de Tweede Kamer.

Deze versmelting tussen regering en Kamermeerderheid zorgt ervoor dat de regering ongestoord kan beginnen met de 'tenuitvoerlegging' van het regeerakkoord: haar wetsvoorstellen worden immers consequent braaf afgestempeld door de aan het regeerakkoord gebonden meerderheid in de Tweede Kamer. De oppositie moet toekijken.

Conflicten vinden dan ook niet plaats tussen regering en Tweede Kamer, maar tussen de regeringspartners onderling, in de ministerraad. Het debat verplaatst zich daarmee van de openbaarheid en het hart van de democratie naar de geslotenheid en achterkamertjes van de regeringspartijen.

De machteloze oppositie, en de daarmee tandeloze Tweede Kamer, rest veelal niets anders dan het cultiveren van incidenten, in de hoop de regeringspartners uit elkaar te drijven. De Tweede Kamer houdt zich door dit alles te veel met incidenten en randzaken bezig, en te weinig met haar eigenlijke, inhoudelijke taak: wetgeving en controle van het regeringsbeleid.

Met het minderheidskabinet Rutte-Verhagen ontstond er voor Nederland een geheel nieuwe situatie. Het kabinet werd slechts gedoogd door de PVV op bepaalde vooraf afgesproken punten. Dit had tot gevolg dat de regering, voor alle wetsvoorstellen die niet gedekt werden door het gedoogakkoord, op zoek moest naar wisselende meerderheden in de Tweede Kamer.

De effecten daarvan zijn niet gemakkelijk te overschatten. De oppositie, en daarmee de Tweede Kamer, kreeg tanden. In plaats van enkel toekijken, kon zij nu politiek wisselgeld eisen in ruil voor steun aan wetsvoorstellen. En, in tegenstelling tot voorheen, diende de regering ook daadwerkelijk te luisteren. Regelmatig moest zij nu daadwerkelijk in onderhandeling treden met de verschillende partijen.

Dit zorgde onder meer voor levendige debatten over de politiemissie in Kunduz en de financiële steun aan Griekenland, op de plaats waar die debatten thuishoren: de Tweede Kamer. Bovendien kreeg de oppositie - juist door die wisselende meerderheden - de mogelijkheid om hun kiezers wezenlijk te representeren. En hoe meer partijen participeren in het wetgevingsproces, hoe hoger het democratisch gehalte.

Toegegeven, de voordelen van de minderheidsconstructie werden nog niet altijd ten volle benut. Het gedoogakkoord met de PVV beperkte het aantal onderwerpen waarop naar wisselende meerderheden in de Tweede Kamer gezocht diende te worden. De democratische potentie van de minderheidsconstructie als zodanig is evenwel overduidelijk.

Het wegvallen van het gedoogakkoord met de PVV maakte de weg vrij om volledig als minderheidskabinet te functioneren. Wat dat kan opleveren, zagen we bij het begrotingsakkoord van de 'Kunduz-coalitie'.

Een minderheidskabinet met een aantal sympathiserende fracties in de Tweede Kamer zou verrassend stabiel kunnen zijn. De ideologische verschillen tussen de coalitiepartners zullen logischerwijs minder groot zijn, hetgeen de kans op interne conflicten vermindert. Daarnaast heeft zo'n kabinet, door de wisselende meerderheden, steeds verschillende opties bij de uitvoering van haar beleid.

Of een minderheidsconstructie in de praktijk ook daadwerkelijk stabieler zal zijn, valt nog te bezien, maar met de huidige gemiddelde zittingsduur van twee jaar ligt de lat alvast niet erg hoog. Het is dan ook betreurenswaardig dat deze constitutionele noviteit niet langer heeft mogen rijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden