Column

Alweer een alles-moet-anders-show. En nu?

Nelleke Noordervliet.

Toen mijn grootvader voor het eerst mocht stemmen, waarschijnlijk bij de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen in 1917, was dat te danken aan de nieuwe politieke beweging van de sociaal-democratie. De vastgeroeste verhoudingen werden opgeschud door sterke arbeidershanden.

Toen mijn moeder voor het eerst mocht stemmen in de jaren dertig van de twintigste eeuw, was er een nieuwe beweging opgekomen die een eind wilde maken aan de hopeloze situatie waarin de gevestigde partijen het land hadden gebracht, een beweging die zich verbond aan het fascisme van Mussolini en het nazisme van Hitler. Velen geloofden in het nieuwe heil van rechts, van de laarzen en de uniformen. Zo niet mijn moeder. Zo niet mijn grootvader. Die bleven bij de SDAP.

Toen ik voor het eerst mocht stemmen in 1966 was er weer een nieuwe beweging in opkomst die wat staatsrechtelijk leven in de brouwerij van de oude partijen wenste te brengen. Hans van Mierlo leidde D66 met moderne communicatiemiddelen naar een eclatante overwinning. Ik wilde bij vernieuwing horen, ik stemde toen dus op de groengerande sociaal-liberalen. Openheid en directe democratie, dat paste bij de jaren zestig en bij het verzet tegen autoriteiten dat mijn generatie kenmerkte.

Einde van de geschiedenis

Toen mijn dochters voor het eerst mochten stemmen, had de val van de muur juist het ‘Einde van de Geschiedenis’ en de triomf van de liberale democratie ingeluid en waren de euforische jaren negentig de bakermat voor een ­liberaal reveil. De sociaal-democratie schudde zijn ideologische veren af en sloeg de Derde Weg in. Ik weet niet wat mijn kinderen stemden. Ik geloof niet dat ze erg met politiek bezig waren.

Nu de oudste kleinkinderen mogen stemmen, is er weer een politieke ­beweging in opkomst. Na de valse start van Pim Fortuyn, voortgezet door de rancuneuze Wilders, is Forum voor ­Democratie de stem van populistisch ‘fatsoenlijk’ rechts geworden, waarin veel mensen hun eigen ideeën horen klinken.

Een beweging is meer dan een politieke partij, een beweging heeft niet zozeer een program als wel een emotie in de aanbieding. En emoties: daar zijn we dol op. De emoties waarop de sociaal-democratie, het fascisme, de vrijheden van de sixties en de nostalgie van de nationale identiteit werden geënt, leverden totaal verschillende programma’s en totaal verschillende politici op.

De verrukking van de overwinningseuforie

In de grond was de strijdkreet ­dezelfde: ‘Alles moet anders’. En wie ­‘alles moet anders’ roept, vindt altijd medestanders. Hoewel mensen over het algemeen beducht zijn voor veranderingen en dat ook duidelijk laten merken wanneer er concrete voorstellen worden gedaan, zijn ze wel te porren voor een emotionele leuze.

‘Alles moet hetzelfde blijven’ werkt niet echt inspirerend. De richting die het ‘alles moet anders’ neemt, maakt niet uit. Vlucht vooruit of vlucht in het verleden, als het maar weg van het ­heden is. Er is een gevoel van bevrijding, van opluchting.

Het gevoel begrijp ik, en ik herken de verrukking van de overwinningseuforie. Maar dan. Elke beweging die grote winst boekt komt voor het ‘maar dan...’ te staan. De sociaal-democratie heeft het nog een eeuw volgehouden maar valt nu terug op een handvol ­getrouwen. Wat er met Mussert gebeurde weten we allen. D66 ging als een jojo heen en weer in de kiezersgunst, afhankelijk van het charisma van de leider. Om de jonge Jetten te steunen werd nu de oude Jan Terlouw ingezet. Maar zijn nostalgische touwtje-uit-de-brievenbus-stem mocht niet baten. De LPF was zonder Fortuyn geen knip voor de neus waard. De tijd van Wilders is voorbij. Hij weigerde verantwoordelijkheid te aanvaarden. Zijn positie heeft helemaal niets opgeleverd.

Nu is het de beurt aan Thierry Baudets alles-moet-anders-show. Het ‘partijkartel’ is opgeblazen. De elite kijkt op haar neus. En nu? Wie verantwoordelijkheid aanvaardt moet in de Nederlandse verhoudingen compromissen sluiten. Onderhandelen. Wie meeregeert wordt onvermijdelijk deel van de elite, deel van een kartel. Ik ben benieuwd met welke beweging mijn achterkleinkinderen kunnen meedeinen.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden