ALVA, ALVA WE HOUDEN VAN JE

wreed en bloeddorstig heerser. Maar de Spaanse geschiedenisboekjes noemen hem El Gran Duque, de Grote Hertog. "Hij was menslievend." , vertelt Carlos, een hedendaagse telg van het Huis van Alva. De familie heeft meer legendarische figuren voortgebracht: het blote meisje van Goya bijvoorbeeld. En bijna zou ook de tegenwoordige hertogin onsterfelijk zijn geworden. Maar ze aarzelde iets te lang.

Een frele dame getooid met een sierkam en een kanten hoofddoek laat zich door haar oudste zoon uit een koets helpen. 'Cayetana, Cayetana, we houden van je', klinkt op uit de diep ontroerde menigte. Uren hebben ze gewacht - de vrouwen van Sevilla die zich met hun waaiers koelte toewuiven. Vanachter dranghekken hebben zij de verzamelde Spaanse adel de kathedraal zien binnen gaan.

Over de rode loper schrijdt de rijkste dame en grootste grootgrondbezitter van Spanje: Maria de Rosario Cayetana Fitz-James Stuart y Silva, de hertogin van Alva. De geestdrift waarop zij wordt onthaald grenst aan hysterie. De Andalusische hoofdstad doet denken aan de Semana Santa, de heilige Paasweek waarin de stad haar katholieke inborst op straat uitstort. Het volk is voor Cayetana van Alva uitgelopen, en niet zozeer voor de bruiloft van haar zoon Carlos.

Op het moment dat het rijtuig met de bruid en haar familie arriveert, kan de plechtigheid beginnen.

Zij, Matilde Solis-Martinez (25) betreedt het godshuis aan de arm van haar vader, de markies van Motilla en tevens president-directeur van de Banco de Andaluca. Tien bruidsmeisjes zijn nodig om de sleep van de jurk te dragen, waarin zeventig meter Indische zijde is verwerkt.

Hij, Carlos Fitz-James Stuart, (39) gaat aan de arm van Cayetana. Gekleed in een scharlaken kostuum van een cavalerieaanvoerder, lijkt hij een levend anachronisme. Ieder moment kan hij zijn sabel trekken en de oorlog verklaren aan de protestanten uit de Lage Landen.

"Hoewel het mijn bruiloft was" , zegt Carlos terugblikkend, drieeneenhalf jaar nadien, "draaide alles in feite om mijn moeder. Zij is per slot van rekening de hertogin van Alva. Ze is zeer geliefd. Waarom dat zo is weet ik niet. De mensen houden nou eenmaal erg veel van haar."

Cayetana van Alva is een bejaarde dame met een bol meisjesgezicht, asblonde krullen en een ijle stem die onverstaanbaar is. Ze is niet alleen hertogin van Alva, maar ook van Arjona, van Liria, van Montoro, van Berwick, en van nog veel meer. Ze is niet alleen vele malen hertogin, ze is ook vele malen markiezin, gravin, jonkvrouw, barones en wat je zoal hebt. Ze bezit zo veel titels dat volgens het adellijk protocol zelfs koningin Elisabeth voor haar op de knieen moet. "Haar bloed is blauwer dan al het blauwe bloed van de wereld" , schrijft de Italiaanse journaliste Oriana Fallaci, die eens een vraaggesprek met haar had.

De hertogin wenst niet meer met de pers over de tint van haar bloed te praten. "Adellijke titels, die hangen me de keel uit" , verzucht ze. Wie precies wil weten hoe het zit, kan haar speciale visitekaartje krijgen. Het is een blad geschept papier ter grootte van een menukaart, dat zij in een opwelling van narcisme en cynisme heeft laten drukken. Al haar drieenvijftig titels staan er in mooie krullen op vermeld.

Haar media-appeal is altijd erg groot geweest. Foto's van de hertogin van Alva te paard, als heuse matadora in het heetst van een stierengevecht, of als gastvrouw van Diors voorjaars-modeshow bij haar thuis in het paleis van Liria, haalden de geillustreerde pers over de hele wereld. Op het hoogtepunt van haar roem in de jaren zestig verscheen ze als knappe flamenco-danseres op de omslagen van Harper's Bazaar, Vogue en Life. Samen met Jackie Kennedy bezocht de charmante hertogin in 1966 de Feria van Sevilla (de feesten in de Heilige Week), op de voet gevolgd door driehonderd journalisten.

In stapels schriften met blauwe en rode kaften bewaart de hertogin alle kranteknipsels die ooit over de Alva's zijn verschenen. Roddelverhalen (Cayetana van Alva: 'mijn man en ik gaan iedere nacht met elkaar naar bed') en boosaardige onthullingen (de belastingaanslag van de Alva's) verdwijnen in de rode mappen; lovende kwezelarij (verkiezing tot Lady Espana in 1987) in de blauwe. Haar verzameling bevat nu al over de vijftigduizend knipsels.

Cayetana van Alva is op 28 maart 1926 geboren in het Palacio de Liria pal in het centrum van Madrid. Koning Alfonso XIII en koningin Victoria Eugenia worden haar peetouders, bij wie ze veel over de vloer komt. Cayetana is nog geen acht jaar als haar moeder sterft. De Spaanse burgeroorlog breekt uit en de Alva's verhuizen naar het buitenland. Luis, die later haar eerst man zou worden, meldt zich als vrijwilliger aan bij Franco's falangisten.

Cayetana woont met haar vader, de zeventiende hertog van Alva, in Londen. De oude Alva wordt de ambassadeur in Groot-Brittannie van de Generalsimo in de tweede wereldoorlog. Hij is een norse, stijve aristocraat die zijn enigst kind door onbuigzame nanny's laat opvoeden.

Wanneer de Luftwaffe de Engelse hoofdstad begint te bombarderen, schrijft Alva een verzoek aan nazi-Duitsland om zijn landgoed Albury Park te ontzien. "We zullen doen wat we kunnen" , antwoordt Hitlers ambassade in Madrid. "Echter, gezien de dikwijls zeer slechte atmosferische condities kunnen we de veiligheid van het landgoed helaas niet volledig garanderen." En passant bedanken de Duitsers voor de ' waardevolle geografische gegevens' die de Spaanse ambassadeur bij zijn schrijven had gevoegd.

Niettemin is de oude Alva zo koningsgezind dat hij na de oorlog zijn ontslag indient omdat Franco voorlopig weigert de monarchie te herstellen. ' Zeg maar tegen de generaal dat er in Spanje nog altijd standen bestaan', zal hij tegen diens secretaris grommen.

De politieke ideeen van zijn dochter Cayetana zijn tegenstrijdig, vaag en niet te doorgronden. Haar vriendschap met Imelda Marcos heeft onwillekeurig een politiek karakter. In 1974 lopen de twee arm in arm door de straten van Manila om schoenen te kopen. Hoewel in die tijd de Franco-dictatuur in haar terminale fase is beland, weet eigenlijk niemand wat de hertogin precies van hem vindt. Pas bij de dood van de generaal zal ze met klare taal komen: "Wij Spanjaarden moeten hem onze totale dank betuigen voor de vrede en de ontwikkeling die hij ons vaderland heeft geschonken. Zijn dood doet mij groot verdriet, aangezien ik zijn persoon altijd diep heb bewonderd." Toch heeft de hertogin het Huis van Alva nooit met huid en haar aan de militaire junta verkocht.

Acht jaar na de dood van Luis en vier jaar na de dictatuur trouwt Cayetana opnieuw, dit maal met de ex-jezuetenpater Jesus Aguirre. Hij is zo ongeveer haar tegenpool, al was het alleen maar omdat hij er wel vast omlijnde politieke ideeen op na houdt. De aangetrouwde Aguirre is de Spaanse vertaler van de neo-marxistische Duitse filosofen Theodor Adorno en Walter Benjamin. In de jaren zestig en zeventig bewijst Aguirre diensten aan het verzet tegen Franco, dat vooral vanuit het buitenland wordt gecoordineerd. Hij raakt onder meer bevriend met Felipe Gonzalez en Jorge Semprun, die later minister van cultuur zal worden. Sinds zijn intrede in het Huis van Alva waaiert de vriendenkring van het hertogspaar uit over de hele breedte van het politieke spectrum: van de traditionalistische katholieke beweging Opus Dei tot ver links voorbij de linkervleugel van de regerende socialistische partij.

De hertogin laat zich zelden zien op een van haar vijftig hoeves op het platteland; zij prefereert haar vakantiehuisjes in Marbella en Ibiza ('s zomers) en haar paleizen in Salamanca, Sevilla en Madrid (de rest van het jaar). De officiele residentie van de Alva's is het Liria-paleis in Madrid. De Alva's hebben dat paleis op eigen kosten laten renoveren nadat het was uitgebrand ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Een zwaar projectiel van het Condor Legioen, een eskader Duitse bommenwerpers waarmee Hitler Franco te hulp was geschoten, was dwars door de gevel gezeild. "De rooien" , zegt Cayetana, "hebben het paleis vervolgens leeggeplunderd."

Er viel alleen niets te plunderen want de inboedel - een van 's werelds grootste particuliere kunstverzamelingen - was veilig opgeborgen, verspreid over de kluizen van de Centrale Bank in Madrid en de Spaanse ambassade in Londen.

Mayordomo meneer Munoz, de kalende kunstschatbewaarder van de Alva's, geeft eens per week een rondleiding door twaalf volgestouwde zalen met schilderijen, tapijten, kroonluchters en snuisterijen. Langs de muren staan dressoirs met ingelegde marmeren mozaiekjes - vol met hebbedingetjes en dure kitsch. Overal staan kandelaars met nepkaarsen. Telkens wanneer hij van het ene naar het andere vertrek wandelt, knipt de milieubewuste lakei de in serie geschakelde kerstboomverlichting weer uit.

Hij weet evenveel van de schilderijen van Titiaan en Veronese in de Italiaanse salon als van de paraplubak in het trapportaal. Het ding is gemaakt van een uitgeholde olifantenvoet. "Kijk, hier staan de slagtanden" , zegt Munoz op een passende, gedempte toon. "Het dier is in 1913 in Soedan geschoten door de vader van Cayetana."

Het bijzondere van het paleis is dat het, hoewel ingericht als een museum, gewoon wordt bewoond. Niet dat er speelgoed van kleinkinderen rondslingert, maar overal staan meubels en asbakken en er hangen ingelijste foto's aan de muren. Zoals eentje van een knielende Cayetana die een handkus van koning Juan Carlos krijgt. Of het soft-focus portret van Felipe Gonzalez, waar hij een krabbel op heeft gezet: 'Voor Cayetana, met affectie'.

De Spaanse salon is behangen met doeken van Goya, Velazquez en El Greco; de Vlaamse en Hollandse met schilderijen van Rembrandt, Rubens, Ruysdael en Jordaens. Het zijn soevenirs die het geslacht van veldheren en gouverneurs op hun omzwervingen in heel Europa bijeen hebben gegaard, later aangevuld met nog wat van Pablo Picasso omdat Cayetana dat zo aardig vond. Toch laat het gros van de doeken haar koud. De hertogin is ermee opgegroeid. Voor haar zijn het dode dingen aan de muur. Heel anders is dat met het hondenkerkhof in de paleistuin, waar zij de herinnering levend houdt aan de achtentwintig trouwe troeteldieren die de afgelopen eeuw door het paleis hebben gedraafd. Stuk voor stuk zijn ze geeerd met een klein mausoleum en een inscriptie in de deksteen: hier rust Pammy, en hier Jolly, Ricky, Jimmy, Jasmijn.

Onroerend goed (hele dorpen), landbouwondernemingen, vee, aandelen, schilderijen en diamanten - alles bij elkaar beschikt de hertogin over een fortuin ergens in de buurt van de tien miljard gulden. Zonde alleen dat de rijkste vrouw van Spanje niet van geld houdt. "Geld" , zegt Cayetana in het interview met Oriana Fallaci, "altijd maar dat gepraat over geld. Oh, wat vind ik dat toch plat, onterend, affreux, disgusting. Ik haat geld en maak me er nooit druk om. Waartoe dient geld? Om er goed van te kunnen leven . . . en daarmee basta. Het noodzakelijke, oke. Maar het overtollige, waar dient het voor?"

De legende wil dat het Huis van Alva zulke uitgestrekte landgoederen bezit, dat je van de Pyreneeen naar Gibraltar kunt lopen zonder van de geitenpaadjes op Alva's velden te hoeven afwijken. De meeste van die landerijen en jachtgebieden zijn al eeuwen in bezit van het hertogdom. Pachtboeren en dagloners hoeden er varkens en geiten, verbouwen er graan en onderhouden de olijfgaarden.

Heel even, in de jaren dertig, kregen de landarbeiders het voor het zeggen toen de Republikeinen de velden van de adel hadden onteigend. Zodra Franco aan de macht kwam, draaide hij die maatregel terug. Ieder protest met opgeheven hooivorken werd in bloed gesmoord. In zijn laatste levensjaar heeft Franco nog bepaald dat de schilderijen en juwelen van de hertogin van Alva buiten de vermogensbelasting vallen, mits zij ze niet als beleggingsobjecten gaat gebruiken.

De persoonlijke genegenheid van Felipe Gonzalez voor Cayetana ten spijt, beginnen de regerende socialisten langzaam maar zeker het familiekapitaal te ondermijnen. Want Spanje haakt aan bij Europa en rekent in hoog tempo af met de erfenis van veertig jaar rottende stagnatie onder Franco. Daartoe moeten de laatste restjes middeleeuwen, de zweem van feodaliteit op het platteland, plaats maken voor een hoog-produktieve, moderne landbouw. De Reforma Agraria maakt het mogelijk om grote lappen zo goed als braakliggende grond te onteigenen.

Een van de eerste toepassingen van deze wet richt zich tegen een landgoed van de Alva's in de provincie Extremadura vlak bij de grens met Portugal. De hertogen spelen het hoog, voor hen is het een principe-kwestie. Inzet is een hoeve die is omgeven door een onafzienbaar en dor heuvelland. Straatarme herders laten er een paar honderd varkens, geiten en schapen grazen. Via hun advocaten vechten de Alva's de aanspraak van de overheid op hun landerijen aan met het argument dat de landhervorming tegen de grondwet indruist. Afgelopen zomer stelde het Hooggerechtshof het Huis van Alva echter in het ongelijk. Het 'sociale belang' van de boeren gaf de doorslag.

De driehonderd boerenfamilies uit het nabuurschap Zahinos verwijten het hertogshuis een totale desinteresse in hun lot en de verwaarlozing van de hacienda. "Onzin" , roept hertogszoon Carlos uit. "Van alle onzinpraat is dat de grootste die ik ooit heb gehoord."

Carlos kan zich oprecht opwinden over 'de demagogen' die zulke opruiende meningen onder zijn pachtboeren verspreiden. "Wij hebben die hoeve verpacht. We hebben er helemaal niets in te brengen, niets te zoeken. Als de boeren er een puinhoop van maken dan is dat hun zaak. Vergelijk het met een huurhuis. Stel, je huurt een flat. Dan staat het je vrij de stoelen daar te zetten waar je wilt, om de boel schoon te houden of smerig te laten worden, een diner te geven of een feest . . ."

De toekomstige hertog van Alva mag zich alvast hertog noemen, hertog van Huescar, een titel die hij van zijn moeder cadeau kreeg op een leeftijd dat andere kinderen een brommer krijgen. Hij gaat gekleed in een donderblauw pak en zijn golvende haar ligt als een tapijtje op zijn hoofd.

"Carlos is intellectueel noch kunstzinnig, hij leest niet veel, is niet sportief en heeft geen hobby's. Hij vat zijn rol als toekom stig hertog van Alva veel te zwaar op" , schrijft een weinig vleiende Ismael Fuen te, de biograaf van de Alva's. Ook zou hij te veel gefixeerd zijn op het verleden van het hertogshuis en het conserveren van de kunstschatten.

Met genoegen toont Carlos het kostbare bezit van de paleisbibliotheek. Als een goochelaar haalt hij een doek weg, en voila, in een glazen vitrine ligt de eerste uitgave van Don Quijote. In een tweede uitstalkast bevindt zich een fragment van het scheepsjournaal van Columbus' eer ste ontdekkingsreis - dat grotendeels verloren is gegaan - met daarnaast een lijst namen van de bemanningsleden. On der de glasplaat ligt ook een ruwe schets (datum: najaar 1492) van de kustlijn van het Carabische eiland Hispaniola - te genwoordig het gedeelde grondgebied van de Dominicaanse Republiek en Haiti.

Net als Columbus is ook het Huis van Alva onlosmakelijk verbonden met vijf eeu wen Spaanse historie. Het prestige van de derde hertog van Alva, Fernando Alva rez de Toledo, is door geen van zijn vijf tien opvolgers geevenaard. Hij is de IJze ren Hertog die als gezant van koning Philips II in de zestiende eeuw de op stand der protestanten in de Lage Lan den kwam onderdrukken. P. C. Hooft heeft in zijn boek Nederlandse Historien een ' Persoonsbeschrijving van Alva' op genomen. "Van een wreedheid, de snoodste niet alleen der menselijke maar ook der helse boosheden, was hem het hart zo bezeten (. . .) dat hij met voorbe dachte rade en krachtens vonnis een gro te menigte onschuldige lieden liet om brengen."

Hooft meet de nukken van deze 'hologi ge, rijzige persoon met zijn streng gelaat' breed uit. Hij wrijft de hertog 'een bo demloze baatzucht' aan. Alva was 'kloek en tegelijk ook kalm'; 'een onverbiddelijk handhaver der tucht'; 'een doortrapte driftkop'.

De bloedtribunalen en de Tiende Penning brachten hem de reputatie van een mee dogenloos heerser. Althans in Vlaande ren en Nederland. In Spanje is hij een royaal gedecoreerde historische held. In de geschiedenisboekjes heet hij El Gran Duque, de Grote Hertog.

"De Grote Hertog was een strateeg, en ontwikkeld man" , vertelt Carlos. Hij om schrijft het karakter van zijn voorvader als 'humaan'. "Jazeker, hij was menslie vend. Zeer begaan met het wel en wee van de troepen. Tegelijk ook hard, zoals een geducht militair betaamt. In oorlogs tijd kun je niet anders dan van 'ijzer' zijn.'

Het Huis van Alva heeft in de loop der eeuwen nog een legendari sche figuur voortgebracht: Ma ria del Pilar Teresa Cayetana de Silva y Alvarez de Toledo - de dertiende op rij. Deze 'Cayetana' uit de achttiende eeuw ontleent haar faam aan haar geheime verhouding met de veertig jaar oudere hofschilder Francisco de Goya. Het mooi ste bewijsstuk van hun onmogelijke lief de hangt in het Museo del Prado in Ma drid.

Het blote meisje met de blos op haar wangen die bevallig met haar handen achter haar hoofd poseert, eenmaal ge kleed, eenmaal naakt, op Goya's be roemdste tweelingschilderij - la Maja vestida y desnuda - zou namelijk nie mand minder zijn dan Cayetana, de her togin van Alva uit de achttiende eeuw. Weliswaar verwijst het woord 'Maja' naar een willekeurig schoonheidsprinses je uit het volk, maar die titel hebben de twee geliefden waarschijnlijk verzonnen om de buitenwacht zand in de ogen te strooien. Kunsthistorici hebben hele boe ken vol geschreven over de ware identi teit van de Maja. Zowel voor als tegen standers van de these dat zij de hertogin van Alva voorstelt, baseren zich op Goy a's levensgrote en officiele portret van Cayetana, dat tot de privecollectie van de Alva's behoort.

De kuise versie van de minnares van Goya toont de hertogin in een stijve pose. Cayetana kijkt je aan met een zuinige mond. Vooral haar lange rechte neus en ingesnoerde taille springen eruit. De sfeer is suikerzoet: de poedel op de voor grond heeft een rood strikje om zijn linke rachterpoot. Hoe anders dan de wufte gloed die van de Maja desnuda spat. Hertogin of volksmeid, voor de Spaanse Inquisitie gaf het rosse plukje schaam haar aanstoot genoeg om de hofschilder eens ernstig te kapittelen.

Francisco de Goya heeft een nog groter schandaal willen voorkomen door de mo gelijke sporen van herkenning van de her togin zorgvuldig te verhullen. De deftige dame aan de muur draagt een hoogslui tende japon. Het hele schilderij draait om haar gezichtsuitdrukking. De Maja daar entegen heeft een leeg, vlak en nietszeg geind gezichtje; zij spreekt met haar li chaam. En toch: het is de samenzweerde rige blik in de ogen van de Cayetana van Alva die de gelijkenis verraadt met de blote Maja. "Welnee" , beweert de huidi ge hertogin van Alva "de Maja is klein en gedrongen. Het is gewoon een of andere boerendeerne."

De levende Cayetana heeft wer kelijk alles geprobeerd om wat zij noemt 'de zwarte legende' over haar naamgenote uit de wereld te helpen. Ze heeft zelfs het lichaam uit de familietombe laten lichten voor een onaf hankelijk oordeel van drie lijkschouwers. Op een afgezaagde voet na die ergens buiten de doodskist rondslingerde, zaten alle botten van de dode hertogin nog op hun plaats. Na de afmetingen van het skelet te hebben opgenomen, kwamen de geleerden tot de eensluidende slot som: het heupgewricht van deze Alva is zo smal dat het onmogelijk kan corres ponderen met de rondingen van Goya's wellustige model op de sofa. Van een hofschilder in de late achttiende eeuw werd niet verwacht dat hij de billen van zijn naakten zou hebben aangedikt.

De hardnekkigheid waarmee Cayetana de vermeende romance ontkent (een Alva als minnares van een schilder? Veer tig jaar ouder dan zij, en niet eens van adel? Kom nou!) slijt in de loop der jaren. De hertogin begint zelf ook te schilderen, harlekijnen en honden en zo, eerst nog natuurgetrouw, later meer abstract.

Wanneer Pablo Picasso vraagt of zij - eenmaal gekleed, eenmaal naakt - voor hem wil poseren, raakt ze van haar stuk. Picasso wil een eigentijdse interpre tatie van Goya's meesterwerk met de eigentijdse hertogin van Alva, in dezelfde trant als hij Las Meninas van Velazquez heeft nageschilderd. Cayetana wil maar wat graag, maar Luis, haar ultrakatholie ke echtgenoot, verbiedt haar zulke gril len. Maar als deze in 1972 sterft aan kanker in een ziekenhuis in Houston staat niets het portret meer in de weg. Zou je denken. De hertogin aarzelt en aarzelt. Tot het te laat is, want een jaar later sterft ook Picasso.

Cayetana van Alva mist de kans van haar leven om als onsterfelijke Maja van de twintigste eeuw de geschiedenis in te gaan. Het wachten is nu op een volgende legendarische telg uit het geslacht van Alva.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden