Altruïsme is echt geen vies woord

Nederland kent miljoenen vrijwilligers - maar waarom wordt hun politieke betrokkenheid er niet beter op, vraagt oud-politica Evelien Tonkens zich af? Ze pleit voor burgerfora die middels loting worden samengesteld.

Miljoenen burgers zijn dagelijks met veel passie in de weer om hun leefomgeving te verbeteren. Een derde van de Nederlanders is actief als vrijwilliger, een kwart als mantelzorger voor familie of vrienden.

Vrijwilligerswerk en actievoeren gaan soms samen, bijvoorbeeld bij het burgerinitiatief voor een windmolenpark in de gemeente Utrecht. Daar hebben burgers zich, gestimuleerd door de overheid, georganiseerd om zelf bij te dragen aan energiebesparing. Inmiddels zijn er vergevorderde plannen voor een windmolenpark in Utrecht-West. De initiatiefnemers willen dat park zelf beheren en de winst daarvan gebruiken voor nieuwe energiebeparingsprojecten.

Niet minder gedreven is Minnie uit Kanaleneiland-Zuid. Zij kon niet langer aanzien hoe haar dochter op straat werd gepest. Toen er ook nog bij haar werd ingebroken, bedacht ze de Vreedzame Straat. Doel: mensen 'verantwoordelijkheid leren nemen voor hun eigen straat'.

Weer heel anders is het initiatief van een Leidenaar om een jeu de boule-baan aan te leggen in zijn wijk. Of Fatima die in Amsterdam-Slotermeer koffieochtenden organiseert om Marokkaanse vrouwen uit hun isolement te halen.

Zo zijn er miljoenen burgers aan de gang, de laatste jaren daartoe uitgenodigd en gestimuleerd door beleidsmakers - vaak met wat geld. In sommige gemeenten worden honderden plannen als die van Minnie en Fatima ingediend, met of zonder financiële bijdrage in het verschiet. Mensen verzorgen maaltijden voor ouderen in verzorgingshuizen, collecteren, zamelen afgedankte kleren in, schrijven buurtkrantjes vol. Nederland heeft een sterke traditie van dergelijk sociaal burgerschap, ook al langere tijd, zoals de historicus James Kennedy heeft laten zien.

Beleidsmakers willen de verantwoordelijkheid voor de samenleving weer meer aan burgers teruggeven. Ze willen dat ze aan het werk gaan én vrijwilliger worden. Een heel ander motief van het bestuur voor deze teruggave van verantwoordelijkheden is dat ze de kloof tussen burgers en bestuur willen dichten en zo wantrouwen en cynisme willen wegnemen. Wanneer burgers actief worden als vrijwilliger zou hun afzijdigheid en gemopper op politiek en beleid omslaan in begrip en vruchtbare samenwerking. Van 'zij zakkenvullers' naar 'wij burgers', die volmondig beamen: de maatschappij, dat zijn wij.

Maar zo werkt het niet. Mensen die sociaal actief worden, krijgen niet vanzelf meer begrip voor of betrokkenheid bij bestuur en politiek, zo blijkt onder meer uit onderzoek dat wij als Universiteit van Amsterdam op dit moment uitvoeren in Leiden. Politiek en sociaal burgerschap blijven twee gescheiden werelden.

De meeste mensen vinden 'de politiek' een slangenkuil vol zakkenvullende en ruziënde politici die geen idee hebben van de werkelijke zorgen en problemen van burgers. En dat zijn heus niet alleen de PVV-stemmers, die ook afgelopen woensdag weer van zich lieten horen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Veel burgers hebben het gevoel dat deze samenleving niet van hen is, dat zij geen enkele invloed hebben op de koers ervan. Vrijwilligerswerk verandert daar meestal niet veel aan. Wie een koffieochtend organiseert, krijgt niet meteen zin om in de gemeenteraad te gaan zitten. Vrijwilligers worden er wel iets vaker voor gevraagd, maar ze hebben het al zo druk.

Ook smaken hun ervaringen met politiek en bestuur vaak juist niet naar meer. Zo verkeren de activisten van het Utrechtse Windmolenpark momenteel in een ingewikkelde verhouding met de gemeente: de gemeente vindt windmolens zo belangrijk dat ze er liever zelf de controle over houdt. De kans bestaat dat het burgerinitiatief daarop strandt. Dan liggen cynisme en wantrouwen op de loer, juist bij mensen die heel betrokken waren.

Sociale betrokkenheid leidt zoals gezegd dus niet tot grotere betrokkenheid en begrip voor politiek en bestuur. En omgekeerd: ook politiek en bestuur hebben introverte neigingen. Veel mensen die in hun vrije tijd politiek actief zijn, zijn hier beroepshalve vaak ook mee bezig. Veel lokale of provinciale politici zijn tegelijkertijd ambtenaar, zij het in een andere gemeente of bij een ministerie. De politiek is het speelveld geworden van beroepspolitici, van ambtenaren en van jongeren met ambities in de politiek.

Dat sociaal actieve burgers niet ook politiek actief zijn, is op zich geen nieuw verschijnsel. Zelfs ten tijde van de verzuiling was dat zo: alleen hadden toen de sociaal actieven er wel vertrouwen in dat zij door mensen uit hun zuil vertegenwoordigd werden. Dat vertrouwen is er nu niet, want het verband tussen sociaal en politiek actieven ontbreekt vaak. De hoop van het bestuur op politieke betrokkenheid en vertrouwen door sociaal burgerschap lijkt als zodanig dus vergeefs.

Vanwaar dat defaitisme en wantrouwen, ondanks zoveel sociale activiteit? Waar komt die kloof tussen sociaal en politiek activisme vandaan en wat houdt deze in stand? Het blijft gissen, want direct onderzocht is het niet. Maar ik zie een paar mogelijke oorzaken.

Ten eerste is het vertrouwen dat mensen iets anders dan hun naakte eigenbelang najagen de afgelopen decennia aan erosie onderhevig geweest. Waar publiek vertrouwen slijt, is het begrijpelijk dat mensen zich naar binnen keren, naar de eigen wereld die nog wel te vertrouwen en te overzien is. De afgelopen twintig jaar hebben we vooral veel gehoord over het toenemende individualisme, dat iedereen zijn eigen belang najaagt, en dat dit maar het beste is ook. Altruïsme en publiek belang golden als dekmantels voor eigenbelang. Het zou eerlijker zijn om er maar direct voor uit te komen wat je enige echte eigen belangen zijn.

De erosie van publieke belangen en altruïsme is een van de onbedoelde en onvoorziene gevolgen van de markt als dominant organisatiemodel.

Politici en bestuurders bleven natuurlijk praten over publieke belangen. Logisch, want het is onzinnig te betogen dat je de stad schoner, veiliger en mooier wilt maken uit louter eigenbelang. Maar door de afkalving van het publieke belang wekte hun beroep erop vooral wantrouwen. Wat zit erachter? Er moet toch een naakt eigenbelang achter die mooie praatjes zitten!

Gevraagd naar wat ze beweegt, zeggen sociaal actieve burgers zelf ook snel dat ze het 'gewoon leuk' vinden of dat ze er zelf veel van leren; ze schromen om te zeggen dat ze het (ook) voor anderen doen. Ja, ik doe het natuurlijk voor anderen, zeggen ze uiteindelijk wel, maar ik doe gewoon wat ik kan doen, ik ga daar geen grote broek over aantrekken. Ik houd me dus ook verre van politici en andere zakkenvullers.

Intussen is er wel behoefte aan een betekenisvolle grotere context, en dus naar grote verhalen. Maar politici slagen er niet goed in die te verwoorden; kreten als 'meer eigen inzet' (Rutte), of: 'wat meer overheid' (links) blijven slappe thee. Wilders houdt zo het monopolie op een groot verhaal - dat niet bindend werkt, maar uitsluit.

Ten tweede missen we connecties tussen grote maatschappelijke processen als Europeanisering en globalisering en ons dagelijks leven.

In mijn jeugd stond bij ons op de eettafel de Novib-collectebus 'Gast aan tafel', waar we geacht werden regelmatig een kwartje van ons zakgeld in te doen om de ontwikkeling van de arme landen te bevorderen. Als er weer eens iets naars over armoede op tv was, kon je als zevenjarige in elk geval meteen iets concreets doen. Wat zijn daarvan de hedendaagse equivalenten? Milieu en natuurrampen komen wel in het blikveld van de hedendaagse zevenjarige; de tv helemaal uitschakelen en niet op standby laten staan omdat je stroom moet besparen is een hedendaagse variant. Maar op andere terreinen is betrokkenheid moeilijker. Ontwikkelingssamenwerking roept scepsis op, en zelfs vegetarisch eten tegen opwarming van de aarde is verdacht - die opwarming is namelijk omstreden. Hier nekt ons ook het gebrek aan grote, verbindende verhalen.

Ten derde bestaat er bureaucratische ergernis, al staat de bestrijding ervan al jaren op de agenda. De ergernis over 'te veel regels en ambtenaren' vertaalt zich naar irritatie over politici en bestuurders. Ze doet zich niet alleen voor in het bedrijfsleven en bij de publieke sector maar ook bij actieve burgers die snel iets van de overheid willen of nodig hebben.

Vooral burgers die nu met subsidies werken moeten soms zoveel verantwoorden dat ze er geen zin meer in hebben. Een vrijwilligster die geld had aangevraagd voor een bewonersinitiatief in de Amsterdamse wijk Slotermeer zegt: ¿Het wordt steeds meer gedoe, want je moet een kopie van paspoorten maken, ik moet bij het geven van cadeaubonnen vragen een handtekening te zetten, toen zeiden ze dat ik ook foto's moest maken en een verslagje moest schrijven. Ik dacht, dat doe ik niet hoor, echt niet. Maar ik ga zo ook niet meer veel aanvragen hoor, want het is niet leuk meer.¿

Zulke ervaringen maken vrijwilligers afkerig van de politiek. Terwijl omgekeerd bureaucratische eisen er niet zijn om mensen te hinderen maar om publieke verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Het Utrechtse burgerinitiatief voor windmolens illustreert dit perfect. Burgers willen zelf verantwoordelijkheid nemen zoals de overheid trouwens ook gevraagd heeft, en ze gaan daar heel ver in: ze willen zelfs een windmolenpark beheren. Maar kan en mag een overheid dat wel aan een groepje burgers overlaten? Wat als er iets misgaat en huishoudens zonder stroom komen te zitten? Is dan niet uiteindelijk de overheid verantwoordelijk?

De al oudere onduidelijkheid over de verhouding tussen overheid en markt als gevolg van marktwerking zien we hier terug in de verhouding tussen overheid en actieve burgers. De overheid wil dat andere partijen verantwoordelijkheid nemen, maar ze kan zelf niet de verantwoordelijkheid uit handen geven. Gevolg is dat ze veel indirecte controle gaat uitoefenen en die gaat steevast gepaard met veel bureaucratie. En dus bureaucratie-ergernis, die zich weer vertaalt in afkeer van politiek en bestuur.

Dat is de schaduwzijde van de bemoeienis van de overheid met vrijwilligerswerk: overheid en burgers zitten zo dicht op elkaar, dat hun verhouding oververhit raakt. Ze komen in elkaars vaarwater, hebben hoge verwachtingen en irriteren elkaar. Soms gaat dit samenspel goed, maar het kan ook voer voor problemen zijn.

Als de kloof tussen sociaal actieve burgers en politiek niet vanzelf gedicht wordt, wat dan te doen? Wat bevordert dan wel dat burgers zich weer meer eigenaar van de samenleving voelen?

Allereerst: eerherstel voor de publieke zaak, het publiek belang, de publieke oriëntatie. Deze verdient erkenning en onderhoud. Het klopt simpelweg niet dat we allemaal op ons eigenbelang uit zijn en de rest hypocriet geneuzel is. We willen bijna allemaal deel uitmaken van en bijdragen aan een groter verhaal. Een verhaal dat onszelf overstijgt, en dat ook voortgaat als wij er niet meer zijn. We bewijzen elkaar geen dienst door daar cynisch over te doen.

Natuurlijk kan eigenbelang een rol spelen, maar bij mensen die zich willen inzetten voor de samenleving speelt ook altijd een of andere vorm van altruïsme. Dat verdient erkenning en koestering.

Daarbij hebben we dan ook echte publieke instituties nodig. Zulke instituties - spoorwegen, post, energie- zijn in private handen gekomen en de honger naar het publieke moet nu via voetbal en folklore gestild worden. Dat lukt natuurlijk niet. Publieke instituties moeten publiek bezit zijn, desnoods door ze terug te kopen.

Ten tweede zijn tastbaardere, beter werkbare connecties nodig tussen het dagelijks leven en grote maatschappelijke processen als Europeanisering en globalisering. Wat is het hedendaags alternatief voor de 'Gast aan tafel'? Zolang we ons in deze grotere processen machteloos voelen, blijft introvertheid de meest logische reactie. Laat mij maar een straattoernooi organiseren, en val me verder niet lastig.

Ten derde kunnen we bureaucratieoverlast die de kloof vergroot beperken onder het motto: meer regels, minder verantwoording. In het verkeer behoeden regels ons voor verantwoordingsdruk. Steekproefsgewijs meet de overheid of je je aan de regels houdt, meer niet. Dat zou in andere sectoren ook meer moeten gebeuren. Een burgerinitiatief moet je niet belasten met de vraag naar zowel verslagen als foto's, kopieën van paspoorten en bonnetjes; mensen moeten zich aan regels houden maar de overheid moet zelf verantwoordelijkheid nemen voor de controle.

Om publieke toe-eigening te bevorderen hebben we ten vierde meer 'glijbanen' voor invloed en zeggenschap nodig. Mensen worden vooral actief als ze gevráágd worden. In de buurt, bij de sportclub of op school. En als het beleid van de gemeente is om burgerinitiatieven te bevorderen worden burgers dus ook door de gemeente gevraagd om iets te gaan doen.

Ik vermoed dat mensen veel minder worden gevraagd voor politiek burgerschap. Je moet al kennissen in de politiek hebben, lid zijn van een partij of beroepshalve daar in werkzaam zijn, anders raak je er niet bij betrokken.

Voor dat probleem bestaat een simpele oplossing: loting. Dat werkt uitstekend, weten we op basis van de paar keer dat er in ons land een burgerforum is samengesteld. Veel mensen die daarvoor werden geselecteerd op basis van loting, voelden zich uitverkoren en ervoeren het als een burgerplicht om aan het verzoek tot deelname gehoor te geven. Meer directe democratie via loting dus.

Dat kan zowel landelijk als lokaal. Een nationaal burgerforum kan als taak krijgen om hedendaagse varianten van 'Gast aan tafel' te bedenken, om voorstellen te doen om verantwoordingsdruk te verlichten door tien verantwoordingsregels af te schaffen.

Het aantrekkelijkst is het als zo'n forum ook echt iets kan doen, wat kan veranderen. Zo kunnen plaatselijke burgerfora het mandaat om lokale ergernissen over gevaarlijke oversteekplaatsen, fout parkeren, overreden wild, vereenzaamde ouderen of fout gelegen hangplekken aan te pakken. Dat mandaat geldt kort, voor het aanpakken van één probleem - daarna gaat ieder weer zijns weegs. Dat sluit beter aan bij de manier waarop veel burgers politieke betrokkenheid wensen: niet lang en draderig maar kort en daadkrachtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden