Altijd zoekend naar een vader

Nobelprijswinnaar Patrick Modiano geeft stem aan een verweesde generatie. Persoonlijk verleden is een grote drijfveer voor zijn schrijverschap.

JAAP GOEDEGEBUURE

De toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Patrick Modiano, zal deze verlegen schrijver niet alleen lezers opleveren, maar de Franse hoofdstad vermoedelijk ook nog meer literatuurminnende bezoekers. Niemand heeft Parijs sfeervoller beschreven dan Modiano, vooral het onbekendere Parijs. Door de desolate straten en over de tochtige boulevards benoorden de Seine, die de meeste toeristen mijden, laat Modiano zijn personages schijnbaar richtingloos ronddwalen. Ze zoeken er zonder veel hoop op succes naar vaders die ze nooit hebben gekend, naar herinneringen aan gebeurtenissen die ze zelf niet eens hebben meegemaakt, naar hun eigen ik dat ze door geheugenverlies zijn kwijtgeraakt. Soms heeft dat zoeken een autobiografische achtergrond, zoals in 'De ringboulevards' en 'Trouwboekje' (1977), soms ligt het ingebed in thrillerachtige romans als 'De straat van de donkere winkels', 'Verloren wijk' (1984) en 'Verdaagd verdriet' (1988).

De zuigende werking van het persoonlijke verleden is dé grote drijfveer voor Modiano's schrijverschap. Het manifesteerde zich tamelijk navrant in zijn debuutroman 'De plaats van de ster'. Modiano zette daar hardhandig in op kwesties als het in Frankrijk altijd goed gedijende antisemitisme en de Franse collaboratie tijdens de Duitse bezetting. Daarbij koos hij voor een verteltrant die was geënt op de jachtige stijl van zijn landgenoot Céline, groot romancier maar ook berucht antisemiet. De ik-figuur is ene Raphael Schlemilovitch, een personage met een naam die te dol is om waar te kunnen zijn, maar die toch griezelig herkenbaar is als een Jodenjager die de nazi's in ijver en fanatisme overtreft.

Schlemilovitch was in grote trekken gemodelleerd naar de Frans-Joodse schrijver en collaborateur Maurice Sachs, die eerst anderen verklikte maar uiteindelijk zelf ook slachtoffer van de Holocaust werd. Maar hij had ook iets van Modiano's Joodse vader die al vroeg uit zijn leven verdween. In het aangrijpende, autobiografische 'Un Pedigree' (2005, vertaald als 'Een stamboek') vertelt hij hoe zijn ouders elkaar tijdens de oorlogsjaren leerden kennen - hij een scharrelaar die zich met louche praktijken in leven en met vervalste papieren uit de handen van de Gestapo hield, zij een aankomende actrice die nooit verder kwam dan bijrolletjes en achteraftheatertjes.

Modiano heeft zijn Joodse afkomst nooit beschouwd als entree tot een uitverkoren gemeenschap, maar eerder als het stigma van vaderloosheid. Het feit dat hij zijn eigen vader nauwelijks heeft gekend, is daarbij niet eens zo relevant. Het verweesd zijn, is een last die drukt op een generatie die door de oorlog was afgesneden van haar wortels. En daarmee ook beroofd van een identiteit en een geschiedenis waarnaar Modiano telkens weer op zoek gaat. Nu eens met koele obsessie en dan weer vol nostalgie. Uiteindelijk gaat het hem vooral om een zoektocht naar het eigen ik. In 'De ringboulevards' loopt de poging om de vluchtige vadergestalte scherper in beeld te krijgen er op uit dat de hoofdpersoon zich onderdompelt in diens groezelige milieu. "Dat waren de beproevingen waartoe ik mezelf dwong, in de hoop contact met u te krijgen. Pornograaf, gigolo, vertrouweling van een alcoholicus en een afperser, hoever zou u het met me laten komen? Zou ik nog dieper moeten duiken om u uit uw beerput te halen?"

Een kernpassage in Modiano's werk is te vinden in 'De straat van de donkere winkels'. De hoofdpersoon, privédetective van beroep, hoort van zijn collega Hutte het verhaal van een man die veertig jaar van zijn leven op stranden en bij zwembaden heeft doorgebracht. "In de hoeken en op de achtergrond van duizenden vakantiefoto's stond hij in zwembroek tussen vrolijke groepjes mensen, maar niemand zou kunnen zeggen hoe hij heette en waarom hij zich daar bevond. En het viel niemand op dat hij op een dag van de foto's verdwenen was. Ik durfde het niet tegen Hutte te zeggen, maar ik geloofde dat 'de man van het strand' niemand anders dan ik zelf was. Het zou hem trouwens niet verbaasd hebben, wanneer ik hem dat bekend had. Hutte zei altijd dat wij allemaal 'mannen van het strand' waren en dat 'het zand' - ik zeg het mijn zijn eigen woorden - 'de afdruk van onze voetstappen slechts enkele seconden bewaart'." Het wordt gezegd met de zachte melancholie die al meer en meer Modiano's waarmerk is geworden.

undefined

De oogst van Modiano

Patrick Modiano (1945), na vele jaren uiteindelijk gehuldigd met de Nobelprijs, heeft in eigen land al de nodige lauweren geoogst. Nadat zijn debuut 'De plaats van de ster' (1968) was bekroond met de Prix Fénéon en 'De ringboulevards' (1972) met de Grote Prijs van de Académie Française, kreeg hij voor 'De straat van de donkere winkels' (1978) de prestigieuze Prix Goncourt. Minstens zo mooi zijn 'Villa triste' (1975), 'Stamboek' (2005) en 'In het café van de verloren jeugd' (2007), dat door Maarten Elzinga prachtig werd vertaald. Dit boek, en dus de schrijver, moeten de Trouw-lezers kennen. Vorig jaar kregen zij het boek gratis in de serie 'Parels uit de Europese literatuur'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden