Altijd zin in iets nieuws

Een kast vol kleren en toch gaan we weer naar de winkel. Hoe komt dat toch?

Het moet begin jaren negentig geweest zijn dat ik plotseling beseftedat ik per se een paar hardgroene gympen moest hebben. Ik kon ze alleen nergens krijgen. Gek genoeg doken ze na twee weken opeens op in de winkels. En een maand later leek iedereen er op te lopen.

Heel even gaf me dat het gevoel dat ik het snapte, dat ik de hele meute was voor geweest, dat ik die hardgroene gympen eigenlijk zelf had verzonnen. Dat was natuurlijk onzin. Ergens had ik die gympen al gezien, onbewust, en dat beeld had zich in mijn hoofd genesteld om op een onbewaakt moment dwingend op te duiken.

Ik ging mijn gangen na, bladerde een stapel tijdschriften door, probeerde me reclameposters te herinneren (internet bestond niet, het aantal prikkels was nog beperkt). Hoe ik ook zocht, een afbeelding van hardgroene gympen vond ik niet. Voorspellende gaven? Nee, dat wilde er bij mij niet in.

Trendforecaster Lidewij Edelkoort gelooft wél dat een trend in de lucht kan hangen, vertelde ze vorige maand in televisieprogramma 'Zomergasten'. Dat we een soort collectieve verbeelding hebben waarop je, mits voorzien van de juiste antenne, kunt afstemmen. Wie weet geldt dit voor heel creatieve mensen. Maar die hardgroene gympen waren minstens twee jaar eerder bedacht. Vervolgens moest de juiste kleur canvas worden geproduceerd en werden ze in een fabriek ergens aan de andere kant van de wereld gemaakt, verscheept, uitgepakt... Enfin, mijn dringende behoefte aan die gympen ontstond pas, toen scheepsladingen al lang op weg waren naar Nederland.

Op modegebied verzinnen we echt niets zelf. Modellen, stoffen, combinaties - alles is ruim van tevoren door ontwerpers bedacht. Misschien nog wel belangrijker dan deze creatieve geesten zijn de stijlgoeroes die vervolgens een snoeihard oordeel vellen over hun werk. In de documentaire 'The september issue' zien we hoe dat werkt: Anna Wintour, hoofdredacteur van het meest invloedrijke modeblad ter wereld, de Amerikaanse Vogue, brengt een bezoekje aan modehuis Yves Saint Laurent. Een sidderende hoofdontwerper toont zijn werk aan de ijzige 'hogepriesteres van de mode' die met een opgetrokken wenkbrauw of een nauwelijks waarneembaar knikje aangeeft welke stukken gelukt zijn en welke hij maar beter meteen in de vuilcontainer kan gooien.

Het kan nog erger: Tommy Hilfiger, naamgever van het mode-imperium, schakelde zijn tienerdochter Ally en haar beste vriendin in om het werk van zijn ontwerpstaf te beoordelen. De realitysoap 'Rich girls' toonde een bloednerveus creatief team en twee kauwgom kauwende meisjes die verveeld bepaalden welke kledingstukken wel en niet de kledingrekken zouden bereiken.

In een artikel dat onlangs in The New York Times stond, werd even de indruk gewekt dat de macht van deze hoofdrolspelers in de mode tanende is. 'Freedom of choice', juichte de kop. Vroeger bepaalde een selecte groep de trends, stelt de schrijver van het stuk. Nu zijn daar ontelbare modebloggers en streetstyle-fotografen op internet bijgekomen die allemaal hun mening ventileren. Vrijheid? Er worden nu meer stijlen voorgeschreven die met elkaar concurreren om de gunst van de consument. Het is dus hooguit een beetje ingewikkelder geworden om het allemaal bij te houden.

Waarom onderwerpen wij ons, soms ongemerkt, aan die modedictaten? Ze roepen akelige herinneringen op aan de populaire kinderen op het schoolplein die bepaalden wat in of uit was. Nou ja, dat zijn Wintour en consorten eigenlijk ook, aleen met een wat groter speelveld. Als zij zeggen dat iets mode is, kunnen we het met een gerust hart aanschaffen. "Mensen maken mode belachelijk omdat ze er geen deel van uitmaken", aldus de Vogue-hoofdredacteur. Dus als iemand grinnikt om mijn nieuwe skinny jeans of uw opzichtige stiletto's met panterprint, dan kunnen we hooghartig onze schouders ophalen over deze provinciale geest. Wij horen er lekker wél bij.

Dit principe werd ooit, in 1995 alweer, prachtig geïllustreerd in de komische film 'Clueless'; Verwend tienermeisje Cher komt van de trap af in een miniscuul lapje stof. "Wat is dat?", brult haar conservatieve vader. "Een jurk", zegt Cher verontwaardigd. "Wie zegt dat?", gromt vader. "Calvin Klein!", antwoordt Cher en daarmee is het pleit beslecht.

Is het echt zo plat? Ontgroeien we nooit dat schoolplein waar we niet uit de toon willen vallen? Heel wat vriendinnen - beeldig in een gloednieuwe outfit - heb ik horen zeggen dat ze 'het alleen maar voor zichzelf'doen. "Ik voel me er gewoon lekkerder in." Zij houden op zijn minst zichzelf en anders wel de hele wereld voor de gek. Je maakt mij niet wijs dat je op een onbewoond eiland ieder half jaar al je oude palmbladeren outfitjes in zee zou gooien en een hele reeks nieuwe zou vlechten - puur en alleen omdat je je daar lekkerder in voelt. Maar nu in de bewoonde wereld de herfst zich aandient, kriebelt het toch om wat nieuwe items aan te schaffen.

Het subtiele offensief van de modewereld heeft zijn werk alweer gedaan. De posters hangen in de abri's. De glossy's liggen in de schappen. Ongevraagd poppen de mini-advertenties op terwijl ik over internet surf. Welke schoenen heb ik dit jaar beslist nodig? Welk shirt mag niet ontbreken?

Ik heb natuurlijk helemaal niets nodig. Die best wel dure trui van vorig jaar is nog steeds even warm en er staan nog minstens vijf paar schoenen in de kast waarvan de zolen nauwelijks slijtpleken vertonen. Maar gezond verstand en mode hebben niets met elkaar te maken: je maakt jezelf wijs dat deze ene dure aankoop jaren meegaat - want kwaliteit. Maar volgend jaar blijft-ie gewoon in de kast hangen. 'Tijdloos' is een geliefde modeterm, maar meestal een leugen. In de jaren tachtig lachte ik me kapot om die rare wijde pijpen van de jaren zeventig, terwijl ik me in een krappe spijkerbroek perste. Een decennium later waren die wijde pijpen opeens weer helemaal in - en mijn aversie verdween als sneeuw voor de zon. Ondertussen leken die superstrakke pijpen uit de jaren tachtig opeens heel lullig. Tot een jaar of wat geleden. En als we de stijlgoeroes mogen geloven, duurt het niet lang meer tot de wijde pijp zijn rentree maakt. Zelfs wie de mode niet op de voet volgt, ontkomt niet aan dit soort verschuivingen. Mijn vriend stond begin dit jaar vertwijfeld voor de spiegel in een shirt en een broek van hooguit drie jaar oud. "Ik lijk wel een zwakzinnige", zei hij met een afkeurende blik op de ruimvallende, zeg maar gerust flodderige outfit. "Wat is er gebeurd?" Tja, de mode, die is gebeurd.

Richting stad dus. En wij niet alleen: volgens de marketingonderzoekers van NBTC-Nipo is winkelen als vrijetijdsbesteding net zo populair als sporten. Het schijnt dezelfde prettige stofjes in de hersenen los te maken. Ik word er ook vrolijk van, al vind ik het ronduit gênant om toe te geven.

Daar hebben meer mensen last van. Het is veelzeggend dat de succesvolle chicklit-roman 'Confessions of a shopaholic' onder pseudoniem is geschreven. Schrijfster Madeleine Wickham, afgestudeerd aan Oxford, had al vijf serieuze romans op haar naam staan. Toen ze een 'luchtig boek' schreef over 'iets waarvan ik alles weet' deed ze dat toch liever als Sophie Kinsella. Het werd haar eerste bestseller.

Blijkbaar herkenden miljoenen zich in de hoofdpersoon - een journaliste die zich suf koopt aan kleding en schoenen. Ze is een echte modejunk: 'Dat moment - je vingers klemmen zich om de handvatten van een glimmende, kreukloze tas en al die prachtige dingen in de tas zijn van jou. Het is alsof je dagenlang honger hebt gehad en warme beboterde toast in je mond propt. Alsof je wakker wordt en je realiseert dat het weekend is. Als de betere seks. Even doet niets anders ertoe. Het is puur egoïstisch plezier.' Een tikkie overdreven, wellicht. Maar Kinsella laat wel treffend zien hoe een aankoop kan voelen: als een cadeautje, als een beloning. Het is een geluksgevoel dat vaak maar kort aanhoudt. Bij nader inzien valt dat shirt bij mij toch heel anders dan bij dat model op de poster. En die broek zit u minder goed dan die collega met dat verbijsterende figuur. Maar als alles klopt, geeft het ook zelfvertrouwen, zo'n nieuwe outfit. Al was het maar omdat je het nog steeds een beetje snapt. Net als toen met die hardgroene gympen.

Reageren

Bent u ook gevoelig voor de mode? Of heeft u er juist een bloedhekel aan? Reageer, in maximaal 150 woorden, op tijdpost@trouw.nl.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden