Altijd weer een nieuw plan

Zijn energie was tomeloos. Grenzen kende hij niet, bij hem vloeiden journalistiek, kunst, cultuur en politiek in elkaar over.

Zelfs het ziekenbezoek in het AMC regisseerde Joost strak. Mailtjes om de exacte tijd te bepalen: zaterdag tussen drie en vier. Om drie uur zat de vorige bezoeker er nog, ’het gesprek was iets uitgelopen’. Joost zat in een stoel. Zijn bed lag bezaaid met kranten, tijdschriften en laptop. De stapels boeken op de vensterbank bedekten al een aanzienlijk deel van het raam. Maar het meegebrachte boek werd ontvangen alsof hij niets te lezen had.

Joost was kaal door de eerste kuur, het stond hem niet eens slecht. Zijn energie leek onaangetast, hij bruiste van de plannen, vervuld van zijn nieuwe baan, het opzetten van het leerhuis De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Het was zíjn nieuwe liefde. Zijn ziekte, acute leukemie, vormde slechts een tijdelijke hindernis. We moesten snel een brainstormsessie beleggen, na zijn tweede kuur.

Die sessie werd een bijeenkomst in de Rode Hoed, tot aan de nok gevuld, met vooraan een kist en Joost in al onze hoofden. Het programma voor zijn laatste vaarwel had hij grotendeels zelf bepaald.

Twaalf kinderen telde het gezin-Divendal. Joost (1955) behoorde tot de laatste lichting. De eerste vier bewandelden het geijkte pad van de roomse Divendals. Oudste zoon Jan werd priester. De tweede lichting, aldus priester Jan, was meer type sociale academie. De laatste lichting, met name de drie jongste zonen, van wie Joost de oudste was, behoorde tot de vrijgevochten generatie van het maakbare Nederland.

In het open huis, met altijd gasten en altijd eten, voerde iedereen tegelijkertijd het hoogste woord, en Joost het allerhoogste. Zoals hij zich in later jaren ontpopte tot netwerker-avant-la-lettre, zo was hij als jochie al ADHD-avant-la-lettre; druk, constant in beweging, letterlijk en figuurlijk, in zijn hoofd en in zijn motoriek, gepassioneerd, meeslepend, en met enige regelmaat ook een driftig baasje. Als hij iets vond – en hij vond veel – wist hij zeker dat anderen er moeilijk anders over konden denken, ’toch?’

Over de eerste man op de maan organiseerde hij een tentoonstelling op zijn kamertje. Hij schreef enthousiast mee in de Kraaienbode, de familie-nieuwsbrief die zijn vader rondzond. Op de jaarlijkse vakanties in Groesbeek sleepte hij zijn jongere broertjes mee naar de boekhandel, en later naar musea, kerken en kerkhoven, inclusief joodse begraafplaatsen, gedreven door de joodse komaf van zijn moeder. Hoewel ze vlak bij de school in Heemstede woonden, wist Joost zijn ouders te bewerken dat hij daar het laatste jaar op het internaat mocht, ’want daar gebeurde het’.

Na het gymnasium (en natuurlijk redacteur bij de schoolkrant) belandde hij in Amsterdam, studeerde theologie aan de Katholieke Theologische Hogeschool, was lid van de studentenecclesia, zong in het koor, paste op de kinderen van priester-dichter Huub Oosterhuis, en kreeg zijn eerste betaalde baan: medewerker bij de door Oosterhuis opgerichte Populier, een religieus, maatschappelijk en politiek centrum, een soort progressieve katholieke niet-kerk in roerig Amsterdam. Wie wilde meetellen debatteerde mee in de Populier en later de Balie, met als een van de hoogtepunten de confrontatie met de oude gestaalde communisten. In zekere zin luidde dit het einde van de CPN in en het begin van GroenLinks. Mede dankzij Joost, die was bekeerd tot het compromisgezinde ’doorbraakcommunisme’, bood de Populier een ’veilige omgeving’ waarin rivalen elkaar konden ontmoeten.

Omgekeerd zouden de Populier en de Balie ook Joost vormen. „Ik denk weleens dat het werk daar ons voorgoed ongeschikt heeft gemaakt voor een reguliere baan”, mijmert een collega van toen die nu lid is van de Eerste Kamer. „We leerden er dromen na te streven en grenzen te verleggen.” Joost netwerkte, fantaseerde, plande, ruziede, overtuigde, schreef en discussieerde.

Het initiatief dat hem met de meeste trots bleef vervullen was het anti-apartheidsfestival, ’Casa’ (Culture in another South-Africa) in 1987. Twee weken lang in december 1987 riepen de tramconducteurs bij het Leidseplein: Casa! Driehonderd Zuid-Afrikaanse kunstenaars, schrijvers, denkers en activisten ontmoetten elkaar in hartje Amsterdam, traden op, maakten muziek, lazen voor en dansten. Sommige genodigden waren door de regering van Zuid-Afrika in de bak gegooid, anderen bereikten Amsterdam via sluiproutes. De activisten vlogen achter en voor de schermen elkaar in de haren, over de waarde van de boycot, maar ook over de posters waarop president Botha geleidelijk in Mandela veranderde: te ludiek, vonden sommigen. Het was een typisch Joost-project: mensen overtuigen dat het idee niet te grandioos was, de organisatie op poten zetten en mensen bijeenbrengen. Het evenement weerspiegelde zijn eigen beleving waarin kunst, cultuur en politiek in elkaar overvloeien.

Intussen schreef en dichtte hij, verzamelde hij Kuifjes in alle denkbare talen, raakte hij verliefd op Venetië en op Henriëtte. Ze ontmoetten elkaar in een clubje dat het Palestijns-Israëlisch conflict zou oplossen. Joost had het zo mooi gevonden dat zij daar met haar klarinet – ze had net les gehad – was verschenen. Amper tien dagen later deelde Joost haar mee dat hij zeven kinderen wilde.

Hij had al voor De Nieuwe Linie en De Waarheid geschreven toen hij in 1989 bij Trouw terechtkwam, eerst als chef kunst, daarna eindredactie en chef podium. Te lang op een stoel zitten paste niet bij hem. Hij kon ook te haastig zijn, slordig in de afwerking.

De deur bij de hoofdredactie is waarschijnlijk nooit meer zo vaak en onaangekondigd geopend: Joost had nog wat te melden, Joost was het ergens niet mee eens, Joost kwam even een complimentje geven. De krantenwereld zwoer (toen nog) bij de strikte scheiding tussen de redactie en de commercie. Maar Joost, voor wie scheidslijnen slechts bestonden om ze te doorbreken, werd coördinator journalistieke marktextensie.

Er kwam een Trouw-Schrijfboek, een Trouw-publieksprijs, Trouw-debatten, Trouw-dossiers. Voor de presentatie van het Schrijfboek regelde hij de zaal van de oude Tweede Kamer, met debat en receptie toe. Hij was een onverbeterlijke optimist als het om produceren ging. Een boek van 1100 pagina’s printen, corrigeren en weer printen, ’een uurtje of drie, vier?’ ’Misschien konden we afzien van die tweede printronde?’ ’Fouten die er in staan horen er toch ook bij?’

De hoofdredactie had weinig fiducie in het idee van Freek de Jonge om een dag van domineeskinderen te organiseren. Joost geloofde er wel in. Het werd een succes met een Nieuwe Kerk vol volwassen domineeskinderen.

En als het ’Journaal’ berichtte over het onderzoek naar schoolprestaties en niet meteen meldde dat het een project van Trouw was, greep Joost naar de telefoon. Trouw werd in een latere uitzending alsnog genoemd. Gratis reclame voor meer dan een miljoen kijkers, het was goud waard. Hij kon trouwens geen nieuwsuitzending zien zonder dat uit zijn mond, liefst meerdere malen, zijn stopwoordje klonk: ’verbijsterend’. En dan hield hij zijn hoofd even vast.

Hij bestookte mensen met plannetjes, met mails van meer dan 1000 woorden, kon ook zonder overleg dingen vast even regelen en irritant lastig zijn. Zijn gedrevenheid, zijn gejaagdheid en onrust vielen bij lang niet iedereen goed.

Maar ’s avonds op de redactie had hij altijd even een ’time-out’, dan belde hij naar huis om zijn dochters Zwaan en Anna welterusten te zeggen en dan legde hij de telefoon zachtjes neer.

Toen Joost het gevoel had dat zijn rol bij Trouw was uitgespeeld, vertrok hij naar een volgend station: hij werd hoofdredacteur van het vakbondsblad De Journalist en daarna voorlichter bij Greenpeace. Hij botste met de grenzen van het voorlichtersschap en, voorspelbaar, met zijn meerderen.

Het was een moeilijke periode tot eind vorig jaar – opnieuw – Huub Oosterhuis zich meldde met een plan voor een nieuw leerhuis, de Nieuwe Liefde. Joost veerde op, hij glinsterde weer. Al zijn kwaliteiten, ervaringen, contacten en kennis van de afgelopen decennia kon hij nu inzetten. De Nieuwe Liefde was hem op het lijf geschreven.

Alleen liet dat lijf hem in de steek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden