Altijd wat dubbele bodem

De solovoorstelling die Gerardjan Rijnders voor Sacha Bulthuis schreef, lijkt een persoonlijk relaas van de beroerte die de actrice als een agressieve aanrander overviel. Maar 'Beroerd' is niet autobiografisch. Tussen tachtig gevelde mannenbeelden wordt gemijmerd over de idiote nuchterheid van een bijna-dood-ervaring.

,Publiek is absoluut medespeler. Als je van de repetitie naar de zaal gaat, verandert alles. De chemie tussen jou en het publiek legt het gewicht in de schaal. Die bepaalt je timing, die bepaalt of je geestig bent.''

Sacha Bulthuis (54) heeft het op de twee eerste speelavonden van haar bijna-solovoorstelling 'Beroerd', in een museum om de hoek van de Scheveningse Strandweg, weer eens heel direct ervaren: ,,Vrijdag, op de première, stap ik de expositieruimte met al die omgevallen beelden binnen, zeg: 'Jezus', en er rolt meteen een lach van de tribune. Zaterdag niet. Vrijdag werd een lichte, humorvolle avond, zaterdag was de voorstelling bedachtzamer, kalmer. En waar dat dan aan ligt?!''

Zaterdags had het publiek tevoren de gekantelde beelden mogen bekijken. Vrijdags nog niet. Toen zal men er bij aanvang even bevreemd tegenaan hebben gekeken als Bulthuis' personage. Wat zich ontlaadde in de lach der herkenning op haar verraste 'Jezus'. Wat vervolgens de toon zette voor de sfeer van die avond. In 'Beroerd' doolt Sacha Bulthuis als ene Lot lichtelijk verdwaasd van sculptuur naar sculptuur, in korte zinnetjes herinneringen, gedachtenflarden en observaties aaneen rijgend tot een mozaïek van een door het leven gewonde vrouw. Neurotisch en ontroerend eenzaam doet zij sterk denken aan Lotte uit 'Groot en Klein' van Botho Strauss, de rol waarvoor zij in 1993 de Theo d'Or kreeg. Gerardjan Rijnders, die 'Beroerd' speciaal voor haar heeft geschreven, liet zich erdoor inspireren als toonzetting van meer persoonlijke ervaringen. In gesprekken vooraf bleken die zich vooral toe te spitsen op Bulthuis' verhouding tot mannen en de beroerte die haar zes jaar geleden trof. ,,Maar biografisch is 'Beroerd' niet'', zegt Bulthuis. ,,Voor mij heeft het stuk niets met die beroerte te maken, voor Gerardjan kennelijk wel. Die idiote nuchterheid die je krijgt bij zo'n bijna-dood-ervaring, boeide hem.''

,,Het overviel me vlak voor een matineevoorstelling van 'Oidipous', de afscheidsvoorstelling van Erik Vos notabene. Het was alsof ik door een gang werd getrapt, maar bang ben ik niet geweest. Ik heb nog de voordeur opengezet, dacht: dan vinden ze me wel. In het ziekenhuis werd ik steeds rechtop gehouden, op het grove af, maar ik liet het gebeuren. Zij zullen het wel weten, dacht ik. Het was of ik van buitenaf naar mezelf keek. Ik sprak zelfs over mezelf in de derde persoon. Achteraf moet het een mal gezicht zijn geweest. Zo'n raar schokkend lijf in een kerstberenhansop: die had ik pas van een vriend gekregen. Angst voor de dood ben ik nu helemaal kwijt. In het begin was ik wel erg bang dat ik niet meer normaal zou functioneren. Vooral als je mensen in een rolstoel zag en wist: dat had ook mij kunnen gebeuren. Tekst leren ging eerst heel moeilijk, maar dat is weer normaal. Die leer ik het beste door hem helemaal over te schrijven. Als ik lees blijven zinnen zinnen, als ik ze opschrijf krijgen ze opeens diepte, betekenis. Kennelijk wordt daardoor een ander, vormgevend deel van mijn hersenen aangesproken. Verbazend vind ik zoiets.''

,,Al met al zat ik drie weken later alweer in de repetities voor de 'Driestuiversopera'. Al was mijn korte termijn-geheugen nog niet helemaal op peil: wie geeft toch mijn poes aldoor te eten? Ik dus. Wel tien keer per dag.'' Het is de eerste keer dat Sacha Bulthuis en Ge rardjan Rijnders met elkaar werken. Rijnders had het altijd al eens gewild, maar ja, zij was erg honkvast - Bulthuis is al zesentwintig jaar aan toneelgroep De Appel verbonden: ,,Ik voel me hier thuis, al zou ik wel 's vaker uitgeleend willen worden; maar dat moet maar net in de planning passen'' - en zijn actrices bij Toneelgroep Amsterdam zaten ook niet op extra concurrentie te wachten. Nu hij geen vaste binding meer had, was de tijd rijp om in te gaan op het verzoek van artistiek leider Aus Greidanus, de vroegere echtgenoot van Sacha Bulthuis, tot zo'n samenwerking. Het is een mooie combinatie geworden. Het chaotische dat in Rijnders' teksten zo heftig kan ontroeren door onverwachte wisselingen van filosofische in alledaagse gedachtenspinsels, zit op eenzelfde manier in Bulthuis' spel. Zoals zij met een wat verwarde blik van de hak op de tak springt alsof de gedachten ter plekke bij haar opkomen, lijkt 'Beroerd' een zeer persoonlijk relaas. Toch is de tekst grotendeels verzonnen. Ja goed, de beroerte, voorgesteld als een agressieve aanrander, heeft Rijnders gebruikt. Ook als invalshoek voor de expositie, die het museum hem vroeg tegelijk in te richten en die met zo'n tachtig gevelde mannenbeelden een suggestieve ambiance vormt. En de droom over messen aan haar voeten heeft Bulthuis echt gehad. De rest is fictie, zoals het verdriet om een dood kindje of de junk geworden zoon, die natuurlijk wel weer een directe link legt met de zoon in Rijnders' toneelhit 'Liefhebber'. ,,We konden'', zegt Sacha Bulthuis, ,,pas twee avonden voor de première in het museum repeteren. Het had op een gegeven moment geen zin meer om de tekst hier in de Appelzaal te repeteren, het nogeens voor Gerardjan of de technici te doen. Je moet voeling krijgen met de locatie zelf, de beelden kunnen aanraken, weten hoe die liggen, hoe de afstanden zijn. Toen ben ik er overdag maar naar toegegaan en tussen het daar rondlopende publiek gaan repeteren. Je zag de mensen wel denken: Die is gek! als ik tegen de beelden begon van: Ach, tja, nou ja, oh?, ach God. Of zoiets als: Steek ik m'n hand in een koeiekut. Krankzinnige situatie. Ik ben wel blij dat Aus meespeelt, als de af en toe opduikende Man, anders was het erg eenzaam. Het is zo groot, die museumzaal.''

Ze wist al jong, dat toneel was wat ze wilde: ,,Een jaar of tien was ik. Ik zag de 'Midzomernachtsdroom' met Ellen Vogel en Han Bentz van den Berg. Zo klein als ik was wist ik: dat wil ik. Hier zocht ik naar.'' Even vastbesloten reageerde ze op het toelatingsexamen van de toneelschool: En juffrouw, als u nu geen toneelspeelster kunt worden, wat gaat u dan worden? ,,Toneelspeelster, meneer.'' Bij haar eindexamen schreef een krant: Alleen één jonge vrouw viel op door een fel en bewogen acteertalent en het vermogen de diepten van de toneelfiguur aan haar publiek te laten vermoeden. Drie jaar later kreeg ze haar eerste Theo d'Or, voor 'Een vleug van honing' van Shelagh Delaney, als jongste actrice (25 j) ooit: ,,Ik vond dat doodgriezelig toen. Alsof je toneel niet voor de lol deed, maar om iets te winnen.'' Gretig liet ze zich door met name oudere actrices inspireren: ,,Van de een leerde je dit, van een ander dat, klein spelen, accenten leggen. Eens tikte Ida Wasserman, een van de grootsten bij de Haagse Comedie, mij op de schouder: Ik wil u zeggen, dat ik u zo bewonder. Hè?! Ik heb, geloof ik, heel onbeschoft gereageerd. Niets gezegd. Te verbijsterd.''

,,Ik ben nooit een mooie jonge vrouw geweest. Dat is een geluk. Ik heb nooit hoeven opkomen als een schattig ingénuetje, maar kreeg meteen rollen van kaliber. Voordeel is ook dat het verval later niet zo toeslaat. Oudere vrouwen spelen kost mij dus geen enkele moeite. Dolgraag zou ik nog 's 'Bezoek van een oude dame' van Dürrenmatt doen, maar ook een mannenrol als 'Caligula', iemand die totaal niet gecorrigeerd wordt.''

Zo expressief zij op toneel is, met altijd een zweem van een mysterie in haar personage, zo bescheiden, schichtig haast praat Sacha Bulthuis in het echt: ,,Ik ben erg handig geworden in het bespelen van het publiek. Ik doe dat stomweg via de tekst. Hoe, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Zoiets van altijd een beetje een dubbele bodem spelen. Hoe je dat dan weer doet? Tsja, steeds blijven denken misschien: het kan twee kanten op, in lachen uitbarsten of gaan huilen. Belangrijk is, dat je niet dicht speelt, niet in jezelf blijft zitten, maar je open op het publiek richt. Dat is de eerste die plezier moet hebben, ontroering moet voelen. Wat mezelf langzamerhand teveel wordt is het reizen. Met al die files ben je eigenlijk alleen maar bezig te denken: haal ik de schouwburg nog op tijd, en prop je een kwartier voor aanvang weer 's een lauwe hamburger naar binnen. Dan gaat het niet meer over toneel. En dat wil ik niet. Ik kan me inmiddels voorstellen, dat ik op zeker moment niet meer dan één rol per jaar wil. Kan ik ook makkelijker naar mijn acterende kinderen gaan kijken. Voor een voorstelling van Aus jr. ben ik eens naar Duitsland moeten reizen, en op de première van dochter Pauline, over een paar dagen, kan ik niet zijn. We spelen immers allemaal op bijna dezelfde dagen.''

,,Met de jaren heb ik meer speelangst gekregen. Vroeger liep je onbevangen het toneel op. Misschien is je eigen verwachting hoger geworden, maar je beseft tegelijk steeds meer, dat er wat van je verwacht wordt. Als je eenmaal voelt: ik heb het vertrouwen gewonnen, dan is het weg. Het moeilijkst is het opkomen en afgaan. Vooral de eerste opkomst. Eigenlijk moet je altijd doen alsof je al een tijdje aan het spelen bent. Hier, in 'Beroerd', heb ik het geluk dat ik mijn tekst achter begin. Dan ben ik in feite al op, voordat ik in de eigenlijke speelruimte met de publiekstribune kom. Dat scheelt een hoop angst.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden