Altijd verder gaan waar een ander stopt

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

'Toen ik voor het eerst werd gevraagd om met mijn jongenskoor mee te doen aan de Matthäus Passion, had ik geen idee waar ik ja tegen zei. Met het koor maakten we tot dan toe vooral kinderen-voor-kinderen-achtige muziek, van de Matthäus had ik nog nooit gehoord.

Ter voorbereiding haalde ik cd's van Bachs meesterwerk in huis, we oefenden ons suf. De uitvoering werd een groot succes. De jongens zongen mee met een oratoriumkoor, onder leiding van hun dirigent. Die gooide nog bijna roet in het eten; op een cruciaal moment vergat hij een inzet aan te geven. Gelukkig zongen mijn jongens gewoon door. Na afloop kon er bij de dirigent geen knikje vanaf. De jongens waren woest: 'Wij hebben hem gered, en hij bedankt ons niet eens!' Toen zei ik: 'Dan gaan we het zelf doen'.

We waren het eerste jongenskoor in Nederland dat zelfstandig de Matthäus opvoerde. In het begin kwam er natuurlijk geen bal van terecht; het was twee jaar lang ploeteren en gezeur. Een paar keer heb ik gezegd: 'Ik doe het niet meer, we stoppen ermee'. Dankzij het doorzettingsvermogen van de jongens pakte ik het toch weer op.

Inmiddels heb ik de Matthäus Passion zo'n 300 keer gedirigeerd. Dit jaar doe ik 22 opvoeringen, maar net zo lief deed ik er 50. Elke voorstelling hoor ik duizend dingen waarvan ik denk: dat kan de volgende keer nog mooier, nog beter. Op die manier dwing ik mezelf steeds meer uit de muziek te halen. Net dat beetje extra geven, dat is ook wat ik van mijn musici verwacht.

Als dirigent neem ik audities af en voer ik gesprekken achteraf. Tijdens zo'n gesprek zijn musici heel enthousiast en beloven ze zich volledig te zullen geven voor de muziek. Maar als puntje bij paaltje komt, blijft van dat enthousiasme meestal weinig over. Voor één leuk ding moet je vaak tien andere dingen laten. Veel mensen kunnen dat niet; het moet wel leuk blijven. Maar het ís niet altijd leuk. Ik heb ook wel eens de pest in als ik moet repeteren. Applaus is niet vanzelfsprekend, je moet door het stof.

De dirigent van wie ik zelf ooit les had, visualiseerde al zijn musici in een bootje. Met hen roeide hij naar het midden van een meer, daar gooide hij ze er allemaal uit. En dan maar kijken wie de kant haalt. Dat klinkt misschien hard, maar net als hij zie ik het als ieders eigen verantwoordelijkheid om aan wal te komen. Iedereen had zich kunnen voorbereiden; door zwemles te nemen, conditie te trainen.

Om uit te blinken moet je verder gaan waar een ander stopt. Ik neem geen genoegen met de middenmoot, met het poldermodel waarin we allemaal gelijk en tevreden zijn.

In mijn orkest spelen vooral mensen uit het Oostblok of Zuid-Amerika. Zij hebben een andere mentaliteit dan de meeste Nederlanders, omdat ze weten wat het betekent om niets te hebben, om keihard te moeten werken om het hoofd boven water te houden. Zonder voorbehoud halen ze alles uit zichzelf en uit de muziek. Dat vind ik mooi om te zien, daarnaast vind ik dat je die inzet verplicht bent aan je publiek.

Als beginnend musicus en dirigent was ik veel bezig met mezelf, ik had faalangst en zenuwen. In mijn hoofd was haast geen ruimte om bezig te zijn met het publiek. Nu, twintig jaar later, heb ik meer zelfvertrouwen, meer durf.

Met conventies heb ik weinig; in mijn muziek ben ik voortdurend op zoek naar grenzen. Ouderen zijn al snel tevreden met een klassiek stuk, jongeren daarentegen kan het niet overdreven genoeg. De jeugd wil voelen. Als er woede is, moet je die ervaren: 'Kom van dat kruis af als je kunt!'

Soms zingt onze evangelist zijn rol in de Passion vanaf de kansel. Laatst ging hij zo op in het verhaal dat hij met zijn vuist op de rand sloeg, de stofwolken vlogen in het rond. Dat vind ik gaaf. Maar je hebt dan ook mensen die denken: Wat gebeurt hier?

Het liefst leef ik twee centimeter van de afgrond. Ik zoek spanning ten koste van zekerheid. Natuurlijk zijn er altijd mensen die hopen dat je valt; er is veel afgunst in de muziekwereld. Maar ik gun ze niet de aanblik van mijn val, ze dagen me alleen maar meer uit om nog alerter te zijn, en hen altijd een stapje voor te blijven."

Pieter Jan Leusink (1958) is dirigent van verschillende vocale ensembles, koren en een orkest. Met het door hemzelf opgerichte Bach Choir & Orchestra of the Netherlands voert hij in de drie weken voor Pasen de Matthäus Passion uit in kerken door heel Nederland.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden