Altijd reden voor feest

Annelies Miedema 1941-2016

Een leven zonder feest was ondenkbaar voor haar. Zelfs toen ze wist dat haar leven snel ten einde liep, was dat voor haar reden om iedereen die ze kende uit te nodigen om haar laatste verjaardag te vieren. De toeloop was zo groot dat ze die dag vier keer moest vieren. Geen enkel probleem voor haar.

Zonder mensen om zich heen was haar leven niet compleet. Ook in haar geloof stonden mensen centraal. 'God heeft geen andere handen dan mensenhanden', was haar lijfspreuk.

Annelies Miedema was de tweede van zeven kinderen (één kind overleed in de bezettingsjaren). Haar hang naar gezelligheid had ze van haar moeder, een Amsterdamse, die zich wat ontheemd voelde in het Veluwse bos waar ze was komen wonen toen haar man een baan kreeg als gymnastiekleraar in Harderwijk. Rondom hun huis op de Konijnenberg (nu vakantiepark Rabbit Hill) konden de kinderen vrijelijk zwerven en cantharellen zoeken voor het avondeten. Ze voelden zich rijk, maar waren het niet. In de avonduren verdiende vader bij door les te geven in heilgymnastiek, waarbij moeder de oefeningen begeleidde op de piano. Ook al hadden ze het niet breed, het onderwijs van de kinderen stond voorop. "Voor studie is er altijd geld", zei vader.

Toen Annelies klaar was met de lagere school verhuisde het gezin naar de Koninginneweg in Amsterdam. Annelies ging naar het gereformeerd gymnasium, waar ze uitblonk in talen. Vooral Frans vond ze een mooie taal en toen ze haar diploma had, vertrok ze voor een jaar naar Frankrijk als au pair. Terug in Nederland leerde ze bij Schoevers voor secretaresse en vond een baan bij de administratie van het pathologisch laboratorium van de Vrije Universiteit.

Met een vriendin ging ze op kamers wonen in de Van Eeghenstraat, vlakbij haar ouders. Dat vond haar vader wel raar, maar goed, voor het avondeten kwam ze toch vaak thuis. Annelies wilde vrijheid. Het was de tijd van rock&roll.

Toch keerde ze terug naar haar ouders toen ze in 1961 haar baan opzegde om Frans te gaan studeren. Twee jaar later kreeg ze verkering met een vijf jaar oudere student theologie, Han Mulder, een serieuze, intellectuele jongeman. Zijn vader, dominee van de Amsterdamse Schinkelkerk (nu een winkel), was plotseling overleden en Han ging daken teren om geld te verdienen zodat hij zijn studie kon afmaken.

Hij wilde snel met haar trouwen in 1964, maar Annelies stond erop dat ze zich eerst nog gauw verloofden. Zo'n verlovingsfeest wilde ze niet mislopen.

Voor jonge theologen viel het niet mee een baan te vinden, maar de gereformeerde kerk in het Friese Stavoren had vertrouwen in hem. Wel moest hij ook de kerk in Hindeloopen bedienen, dus na de zondagse dienst fietste hij tien kilometer over de IJsselmeerdijk voor nog een dienst.

Annelies nam met enthousiasme de rol van predikantsvrouw op zich. Op haar 23ste werd ze al voorzitter van de vrouwenvereniging en ze las tijdens het gezamenlijke breien een roman voor. Ze probeerde op afstand haar studie Frans te voltooien, maar dat werd te veel toen ze moeder werd. Eerst kwam Joost, toen Eric.

Er waren ook spanningen. In Hindeloopen waren ze niet zo ingenomen met die rekkelijke Amsterdamse dominee die het geen probleem vond dat je op zondag een ijsje likte. Ook al steunde Stavoren hem, Han keerde terug naar Amsterdam. In Tuindorp Oostzaan, een wereld apart ten noorden van het IJ, klikte het ook niet helemaal met sommige kerkgangers. Hij was naar hun smaak te links en praatte te veel over de milieurampen die de Club van Rome voorspelde. Toen een taxichauffeur klaagde over de kerkklokken die hem na de nachtdienst uit de slaap hielden, en Han hem tegemoet wilde komen, viel dat verkeerd.

Han besloot iets heel anders te gaan doen. Hij werd leraar maatschappijleer en vond een baan in Rotterdam. Dat betaalde nog beter ook. In 1973 betrokken ze een nieuwe woning in de Kruidenbuurt van de wijk Ommoord. Daar was het Annelies die zich kerkelijk ontplooide. Ze deed jeugdwerk, was diaken en later scriba van de wijkkerkenraad Open Hof. Thuis nam ze pleegkinderen op, moeilijke gevallen soms. Een van die jongens ging er vandoor met haar platen van The Beatles en de spaarpot van de kinderen. Dat ontmoedigde haar niet.

Een echte ramp gebeurde in 1977, toen zoon Joost op zijn tiende een hersentumor kreeg. Het was niet te behandelen en hij stierf na korte tijd. Negen maanden later werd Jeroen geboren, en anderhalf jaar daarna Michiel. Maar Joost vergaten ze nooit.

Enkele jaren later begon Han last te krijgen van waangedachten. Soms werd hij voor een paar weken opgenomen, waarna hij weer aan het werk ging. Hij was ook weleens kwijt, of hij gaf honderden guldens aan een zwerver. Het was te zwaar voor zijn gezin met drie kinderen en hij ging apart wonen in Delfshaven. Ook al werd in 1985 de echtscheiding formeel, Annelies hield de band in stand. Op feestdagen was Han bij het gezin. Als hij in een inrichting zat, dan was hij trots dat hij als een van de weinige patiënten familiebezoek kreeg. Toen Annelies haar vijftigste verjaardag groots vierde, was Han van de partij. Hij overleed in 1992 aan een maagbloeding. Annelies liet hem bij haar thuis opbaren. Ze voelde zich echt weduwe.

Ze moest voor inkomen zorgen. Ze verhuurde twee kamers aan studenten van de politieacademie. Bij twee scholen was ze in deeltijd secretaresse. Bij jongerencentrum The Wall zorgde ze er op de achtergrond voor dat de zaken goed geregeld waren. Daar wisselde ze makkelijk van rol: met de jongeren rookte ze haar sjekkie's, bij de gemeente verscheen ze als keurige dame die het centrum vertegenwoordigde. Soms voelde ze zich schuldig dat ze na schooltijd van haar jongens niet klaarzat met de theepot.

Ze liet haar kinderen veel vrijheid. Puberale opstanden bleven uit. In vakanties gingen ze, net als vroeger met Han, fietskamperen in eigen land of aan de Loire. Twee keer gingen ze met de bus naar de wintersport; Annelies had daarvoor gespaard met zegeltjes van de supermarkt.

Tot ze als 64-jarige met pensioen ging, bleef ze op de scholen werken. Daarna had ze het drukker dan ooit: met de kerk, met cursussen kunstgeschiedenis en literatuur, met vijf kleinkinderen en vooral met haar vrienden. Mensen uit alle periodes van haar leven was ze trouw gebleven en ze zei nooit nee tegen een uitnodiging.

Ze had één grote zorg: haar zoon Eric ('de ongewenst oudste', zoals hij zichzelf eens noemde) was haar altijd tot steun geweest, maar hij kon ook depressief zijn. Toen hij net veertig was, maakte hij een eind aan zijn leven.

Annelies hervond opnieuw de kracht om te genieten van het leven. Met haar gezondheid was niets mis, zelfs niet nadat ze tien jaar geleden struikelde en van de trap viel, helemaal van boven tot beneden. Ze had alleen blauwe plekken en wat schrammen.

Toen ze begin dit jaar pijn in de rug kreeg, dacht dat ze de ouderdom toesloeg. Het bleek longkanker te zijn. Behandeling zou haar leven hoogstens enkele maanden kunnen rekken. Maar een ziek leven wilde ze niet. "Ik heb veel genoten", zei ze."Wat kunnen zieke maanden daaraan toevoegen?" Ze hoopte wel dat ze haar 75ste verjaardag zou kunnen halen.

Daarvoor maakte ze lange lijsten met gasten, te veel voor één verjaarsfeest. Dus werd haar dag twee keer gevierd in haar kerk, Open Hof. En nog een feest thuis.

Met haar familie ging ze ook nog pannekoeken eten in het Kralingse Bos. Achter de rollator met zuurstoffles genoot ze van haar laatste dagen in de zon.

Anna Elisabeth Miedema werd geboren op 2 mei 1941 in Heemstede. Ze stierf op 11 juni 2016 in Rotterdam.

Een van haar pleegjongens ging er vandoor met platen van The Beatles en de spaarpot van de kinderen. Dat ontmoedigde haar niet.

Ze verloor haar man en twee zonen. Toch hervond ze steeds weer haar levenslust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden