Altijd op zoek naar vrijheid

¿Les Expulsés¿, olieverf op linnen, 1999. (\N) Beeld
¿Les Expulsés¿, olieverf op linnen, 1999. (\N)

In de periode 1969-2005 steeg Constant tot grote hoogten, beïnvloed door Venetiaanse coloristen. Te zien in het Stedelijk Schiedam.

Het Stedelijk Museum in Schiedam wil met de tentoonstelling over Constant zijn faam als hét museum voor Cobra-kunst waarmaken. Constant, op 1 augustus 2005 op 85-jarige leeftijd overleden, was een van die kleine groep Cobra-leden van het eerste uur die ook deze eeuw nog actief waren. Hij behoorde tot de harde kern en bleef de uitgangspunten van Cobra trouw tot halverwege de jaren vijftig toen zich de eerste stijlveranderingen openbaarden.

Het leidde eind jaren vijftig tot het project New Babylon. Constant zag daarmee zijn droom verwezenlijkt van een Gesamtkunstwerk dat uiteenlopende disciplines als architectuur, stedenbouw en beeldende kunsten zou omvatten. New Babylon is een utopische woon- en vooral speelplek voor de nieuwe mens. Het geeft een indruk van Constants ideeën over vrijheid.

De stad strekt zich uit over een enorm stuk grond en bestaat uit enkele meters boven de grond zwevende ruimtes die aan alle kanten transparant zijn. Ruimte, bij Constant niet alleen een architectonisch gegeven, maar ook een belangrijk thema in zijn schilderijen, staat symbool voor onbeperkte vrijheid. Het thema is terug te vinden bij elke Cobra-schilder die als jong volwassene vijf jaar lang beperkt werd in zijn vrijheid door de Tweede Wereldoorlog.

Ook na de New Babylon-periode als Constant het schilderen weer oppakt, blijft het thema van de ruimte (en dus vrijheid) nadrukkelijk in zijn werk aanwezig. Hij werkt de ruimte heel abstract uit, op een aan Kandinsky en Klee verwante surrealistische manier. In die tot dan toe nauwelijks gedefinieerde ruimte worden figuratieve elementen geïntroduceerd waardoor onmiddellijk een bonkig perspectief ontstaat.

Constant zet zich aan de oplossing van het probleem van de Zwischenraumgespenster: wat doe je met het middenplan, hoe geef je vorm aan een abstract begrip als diepte? Constant creëert dan een theatrale setting, heeft voorkeur voor het totaal dat de ’voorstelling’ zijn essentie geeft. Alle figuren op zijn schilderijen zijn anoniem en onderling uitwisselbaar. Het gaat om het geheel en dat hoeft de kijker niet direct bij de strot te pakken. Constant vraagt met zijn serene aanpak wel om reflectie, kiest niet voor gemakkelijk te consumeren kunst.

In de werken uit Constants nalatenschap op de tentoonstelling in Schiedam ligt de nadruk op de late periode sinds de jaren zeventig, waarin Constant naar grote hoogte steeg. Juist bij deze presentatie valt het op hoezeer hij zijn plaats in de kunstgeschiedenis wil bepalen. Constant is geen bedenker van het nieuwste van het nieuwste, maar gaat te rade bij grote voorbeelden uit het verleden.

Zo komt hij in 1966 in Venetië waar zijn werk als de Nederlandse inzending op de Biennale is te zien, in de Accademia. Hij raakt er onder bekoring van Titiaans Pièta, een prachtig voorbeeld uit het Venetiaanse colorisme. De verf wordt daarbij rechtstreeks op het doek aangebracht, zonder dat een schets wordt gemaakt. De kleuren worden ook niet meer met lijnen ingekaderd. Deze werkwijze werd het handelsmerk van de Venetiaanse schilders, ze week volkomen af van wat in Florence werd voorgestaan.

Constant kiest graag voor warme (aard)kleuren die de kijker veel energie meegeven. Constant bleef Titiaan en ook Cézanne en Delacroix gedurende zijn latere leven trouw. Hij citeert hen soms door een bekend werk in een interieur op te nemen of plaatst hun thematiek in een nieuwe context. Cézanne’s baadsters bijvoorbeeld, keren terug, maar dan net iets spannender in het doek ’Les Baigneurs’ dat Constant omstreeks 2001 op zijn ezel had staan. Constant is geen imitator, maar stelt zichzelf graag voor een beproefd probleem en ziet het als een uitdaging om met nieuwe oplossingen te komen.

Ook al omdat hij de kunstgeschiedenis als een onuitputtelijke bron van inspiratie zag, slaagde hij er in de schilderkunst vitaal en dynamisch te houden. Zelfs toen musea bij opkomst van de nieuwe media het ezelstuk dood verklaarden om ruim baan te geven aan de elektronische kunsten bleef Constant trouw aan zijn atelier. Toen de schilderkunst begin jaren tachtig weer ’mocht’ was Constant plotseling een veel gezocht voorbeeld voor jonge, nog stuurloze kunstenaars. In die zin is hij te vergelijken met Willem de Kooning, Karel Appel, Co Westerik of Pablo Picasso. Constant heeft tot vlak voor zijn dood geschilderd. Van zijn laatste schilderij wist hij zelf dat het ook definitief zijn laatste werk was. Daarmee was ook zijn oeuvre compleet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden