'Altijd op zoek naar een beeld dat ik nog niet ken'

In de serie Elementaire delen vertellen vooraanstaande auteurs over een aspect van hun vak. Vandaag deel 7: Stephan Enter over zijn stijl van schrijven.

Stephan Enter (44) wordt gerekend tot de nieuwe generatie goede schrijvers, maar hij schrijft al vanaf zijn elfde. "Het voordeel van zo vroeg beginnen is dat je gaandeweg niet zozeer beter leert schrijven, maar vooral weet wat je wel of niet kunt gebruiken."

Dat lees je terug in zijn werk. Enters natuurlijke, liefdevolle omgang met taal roept bewondering op. Sinds zijn derde roman 'Grip' (2011) ook bij een groter publiek. Enter beschrijft in 'Grip' het weerzien van een vriendengroepje. Alpinisten destijds. In een vloeiende en gelaagde stijl leidt hij de lezers naar het slot. Wel een bepaald soort lezers; zij die de schrijftrant verkiezen boven de plot.

Enter is dus de man die we moeten hebben. Vraag hem wat een goede roman zo goed maakt en hij antwoordt: stijl, stijl, stijl.

Wat is stijl?

"Stijl is geen omlijsting van dat wat je te zeggen hebt. Het is precies het omgekeerde: voor mij is stijl datgene in het boek waarin de persoonlijkheid van de schrijver tot uiting komt. Daarom is het volgens mij ook niet iets wat je kunt leren. Het beschrijven van een personage is te leren, op het bedenken van een goed thema kun je oefenen, maar je stijl, dat ben jezelf."

Waarom is stijl volgens u zo cruciaal bij een roman?

"Omdat de lezer vóór alles de wereld uit dat boek moet kunnen herscheppen. Dat zal de auteur toch via stijl moeten doen. Pas daarna kun je praten over de betekenis van het boek, al hangt ook dat - welke boeken je apprecieert - af van je persoonlijkheid. Hoe je leest zegt iets over hoe je bent."

"Het bijzondere aan literatuur - en dat is anders dan bij bijvoorbeeld schilderkunst en muziek - is dat literatuur gebruikmaakt van het medium dat ons dagelijkse communicatiemiddel is: de taal. Stijl is misschien wel het spanningsveld tussen het alledaagse en het literaire. Ze mogen niet samenvallen, maar ook niet te ver uit elkaar worden getrokken. Dat luistert heel nauw. Soms gaat dat verkeerd. Ik merkte het laatst toen ik een roman van Hertha Müller las; het taalgebruik, de dialogen, stonden te ver af van onze alledaagse manier van communiceren. In 'Ada' van Nabokov kwam ik het ook tegen. Daar slaat hij echt helemaal door in het laten zien wat hij allemaal kan met taal. Zodanig, dat het verhaal mij niet meer raakte."

Wat is er eerst als u een roman schrijft: het verhaal, de personages of de stijl?

"Meestal begint het bij een paar sleutelscènes. Er ontstaan ideeën over scènes, die schrijf ik op en die gaan samenklonteren. Daaruit kristalliseren zich vervolgens scharnierscènes en dan ontstaan al snel personages. Die karakters nemen het dan over. Over stijl denk ik niet na."

Echt niet? Uw werk oogt alsof elk woord zorgvuldig is afgewogen.

"Dat komt misschien doordat ik over het verhaal wel heel lang heb nagedacht. En de personages helemaal doordenk. Daar kruip ik eerst helemaal in, dan is het risico al kleiner dat de stijl mislukt. Je kunt ideeën, dialogen en personages niet los zien van stijl. Maar het schrijven zelf, de goede woorden vinden en op hun plaats zetten, dat gaat heel vlug bij mij. Alleen als het niet werkt, voel ik het."

"De kans op het mislukken van een boek moet er bij mij wel zijn. Mijn volgende roman heeft twee hoofdpersonages, een broer en een zus. Die komen om beurten aan bod. Spannend vind ik dat. Ik heb nog nooit vanuit een vrouw geschreven. Misschien mislukt het totaal, ik weet het echt niet. Ik ben pas werkelijk geïnteresseerd als ik mezelf op de proef stel."

Uw stijl heeft iets tijdloos. 'Grip' had in 1975 geschreven kunnen zijn, maar ook in 2025. Heeft stijl een uiterste houdbaarheids-datum?

"Ik weet niet of 'Grip' tot in de eeuwigheid nog goed te lezen is. Dat zal de tijd moeten leren. Er zijn schrijvers die tijdloos zijn. Ik ben nu de memoires van Saint-Simon aan het lezen. Die zijn zo tussen 1700 en 1750 geschreven, maar komen niet gedateerd over. 'Max Havelaar' van Multatuli en het werk van Nescio vind ik ook nu nog goed te lezen. Maar ik denk dat Reve en Mulisch over twintig jaar niet meer gelezen worden. Zelf heb ik wel waardering voor Reve, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat jongere generaties dat ook hebben; hij is te specifiek Amsterdams misschien. Mulisch was een schrijver van ideeënromans, en dat is een achterhaald genre. Bovendien was hij stilistisch onbeholpen en kon hij niet kijken. Zo spreekt hij in 'De ontdekking van de hemel' liefst tweemaal van 'de bruine eik', terwijl iedereen die ooit langer dan drie seconden naar een eik heeft gekeken, weet dat alles aan een eik groen is, behalve de eikels."

"Het is ook maar net wat voor soort lezer je bent, natuurlijk. Volgens mij heb je twee soorten lezers: zij die vlug naar het einde willen om te weten hoe een verhaal afloopt, en zij die willen weten wat er op de pagina, en wat er in de zin gebeurt. Die laatste lezer is de lezer voor wie ik schrijf."

Er moet toch wel iets gebeuren in een roman?

"Natuurlijk, er moet een puls in het boek zitten die je naar het einde drijft. Ik wilde met 'Grip' de lezer dwingen om mee te gaan in het perspectief van het verhaal. Natuurlijk. Maar dat is niet waar het mij om te doen is. Meer nog dan het volgen van de gebeurtenissen in een boek wil ik de lezer dwingen om elke zin in zich op te nemen. Als het idee an sich voor mij zo belangrijk zou zijn, dan was ik wel filosoof geworden. Ik ben in de eerste plaats altijd op zoek naar een beeld dat ik nog niet ken. Of een metafoor die aan de zintuigen van de lezer appelleert."

Enter pakt 'Grip' er even bij, zodat hij kan laten zien wat hij bedoelt. Hij weet precies waar het staat. Op bladzijde 50.

'Soms dwong hij zijn blik opzij en keek langs Martins gezicht - naar de immense zondoorschoten ruimte van de Geirangerfjord met de achterliggende bergrug en in de diepte het door lukrake windvlagen gebezemde water.'

"Dat gebezemde water, vooral. Daar gaat het mij om. Dat is schrijven voor mij."

Hoe zou u verder uw stijl omschrijven?

"Typerend bij mij is dat ik vaak een twist geef aan een beeld. Ik hoop dan dat de lezer voelt dat er voortdurend een beetje ironie in zit. Zoals hier. Wacht." Enter bladert nu naar bladzijde 67: 'De trein werd leger en leger naarmate hij westwaarts reed. Veel mensen stapten uit in Newport, en in Cardiff en Port Talbot, de vier scholieren waren ook al weg en er kwam nauwelijks iemand bij, ondanks de moeite die de trein zich getroostte door op steeds kleinere stations te stoppen.'

Enter: "Het is natuurlijk precies andersom: die trein stopt op elk station om forenzen uit te laten stappen. Door dit zo om te draaien, wordt de trein als het ware een levend wezen, een beetje een tragisch levend wezen."

Heeft uw karakter, uw achtergrond te maken met de manier waarop u schrijft?

"Ik denk dat je stijl vanaf het begin in je zit. Toen ik elf was, schreef ik al, fantaseerde ik al. En ik ben zintuiglijk en precies. Ik merk dat ik zo naar de werkelijkheid kijk. Ik ben vrij precies in alles. Dat heeft ook nadelen, en het is weleens irritant. Ik ga in een trein soms wel drie keer ergens anders zitten."

Wie is Stephan Enter?
Geboren: 20 oktober 1968

Woonplaats: Utrecht

Boeken:

'Winterhanden' (1999, korte verhalen)

'Lichtjaren' (2004)

'Spel' (2007)

'Grip' (2011)

Prijzen en nominaties: F. Bordewijkprijs 2012 voor 'Grip'. Die roman werd dat jaar ook genomineerd voor de Ako Literatuurprijs. 'Winterhanden' werd in 2000 genomineerd voor de Libris Literatuurprijs , evenals 'Lichtjaren' in 2004.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden