Altijd onderweg voor anderen

Jannie van der Put-Verbree 1931-2016

Op de zaterdagavonden heerste er de oer-Hollandse gezelligheid, dan speelden de gezinsleden, al dan niet samen met vriendjes en vriendinnetjes, spelletjes. Tot de telefoon ging of de deurbel rinkelde, en moeder uit het spel werd weggerukt. Of iemand dringend hulp nodig had of slechts een luisterend oor behoefde, ze was dan elders.


Ze kon zichzelf totaal wegcijferen, zo was het altijd geweest. Jannie van der Put was nog geen tiener toen ze zich al ontfermde over haar zes jaar jongere zusje Joke. Ze ontlastte daarmee moeder met haar zorgen over dat andere, twee jaar jongere zusje Greetje, dat uiteindelijk in 1942 aan een ernstige nierziekte overleed.


Later verspeelde ze een baan toen ze het voor haar vrouwelijke collega's opnam tegen de directeur met zijn minder eervolle praktijken. Nadat ze met haar man Adriaan een gezin had gesticht, hoedde ze over migranten, pleegkinderen en anderen die hulp behoefden.


Eigenlijk had ze dat in een andere rol willen doen. Ze had theologie willen studeren om dominee te worden. Maar kom daar als meisje uit een arm arbeidersgezin maar eens om in die crisisjaren.


Ze verliet de lagere school met een prachtige cijferlijst, maar de pogingen om haar op de HBS te krijgen waren tevergeefs. Via de kweekschool werd het kleuterleidster.


In 1960 kreeg ze een baan bij de Nederlandsche Zondagsschool-Vereniging in Amsterdam, waar ze op kamers ging. Uit dagboekaantekeningen wordt duidelijk dat ze mooie bijbelverhalen vertellen aan kinderen een acceptabel alternatief vond, ofschoon het een tweede keus bleef waarmee ze zich na veel frustratie, woede en verdriet had verzoend.


Haar nieuwsgierigheid naar het geloof werd gewekt tijdens de oorlog, in die sombere periode na het overlijden van haar zusje. Haar moeder was zwaar van slag en vader had lang geen werk. Zij vonden troost in de kerk, waar Jannie zocht naar het waarom in de preken van de dominee en het lezen van theologische boeken.


Eerder had Jannie de paar boeken die het gezin bezat al snel stukgelezen. Ze begon zelf verhaaltjes te schrijven die ze voorlas aan haar zusjes, van wie het zieke meisje een uitzonderingspositie had: als enige bezat ze echt speelgoed. Na haar dood werd dat in de hongerwinter geruild voor voedsel. Slechts de lievelingspop met porseleinen kop is altijd in bezit van Jannie gebleven, vermoedelijk de verkoopdans ontsprongen omdat de ogen ontbraken.


Ze huwde in 1966 met Adriaan van der Put, met wie ze in Oudenbosch een woonboot betrok. Een zwangerschap kostte haar twee jaar later bijna het leven. De bevalling van haar eerste kind ging gepaard met zwangerschapsvergiftiging en dusdanig zware bloedingen dat de artsen haar hadden opgegeven. Later sprak ze vaak over haar bijna-doodervaring waarbij ze een tunnel van licht en engelen zag, en vanuit een hoek zwevend boven haar eigen lichaam haar treurende man en ouders aan het bed.


Het gezin werd in de daaropvolgende jaren uitgebreid met twee adoptiekinderen. Na het overlijden van Jannies vader verhuisde het gezin in 1977 binnen Oudenbosch naar een drive-inwoning. De benedenverdieping werd verbouwd voor Jannies moeder, voor wie ze later lange tijd de mantelzorg op zich nam.


Vanwege haar zwangerschap was Jannie 'eervol ontslagen' als hoofd van de kleuterschool in Zevenbergen. De tijd totdat ze op haar 52ste de pabo voltooide en als invalkracht op de kleuter- en lagere school van Oudenbosch betaald werk kreeg, stortte ze zich met een tomeloze energie op vrijwilligerswerk. Ze had daar een meer dan fulltime baan aan. Daarbij vormde het bescheiden woonhuis een 'zoete inval' voor iedereen, een opvangcentrum voor mensen in nood en haar uitvalsbasis.


Luchtbedden


Geen van de kinderen keek ervan op als de bank in de woonkamer werd opgemaakt als bed voor vader en moeder en zijzelf hun luchtbedden moesten opblazen, bijvoorbeeld als een door brand dakloos geworden gezin moest worden ondergebracht. Diverse pleegkinderen woonden voor kortere of langere tijd onder hun dak en ouders die een echtelijk conflict hadden werden voor een 'time out' opgevangen. Jannie bemiddelde dan, en bracht in veel gevallen mensen weer tot elkaar.


Het was gebruikelijk dat Jannie dagelijks door weer en wind te voet of op de fiets meermalen per dag het dorp rondging voor bezoeken, zoals aan oudere mensen in het verpleegtehuis. Daarvoor waren met vrijwilligers hele schema's opgesteld. Was er een uitvaller, dan nam zij steevast de visite over.


Voor de huishouding was nauwelijks tijd, het was thuis vaak een ongeorganiseerde bende. Een huis, zo luidde haar opvatting, daarin moest worden geleefd. Luxe en uiterlijk vertoon waren onbelangrijk. Haar kinderen zagen dat het thuis anders was dan bij hun vrienden en vriendinnen. Ze wisten vooraf nooit of moeder thuis was, of dat er bezoek kwam. Het was moeilijk om ongestoord een gesprek met haar te voeren als ze ergens mee zaten.


Ze namen dat voor lief, omdat ze de mooie kanten van hun moeder zagen. In haar opvattingen was ze een zeer moderne vrouw met een grote tolerantie. Zoals op het gebied van homoseksualiteit en pilgebruik. In haar grote hart was plaats voor iedereen. Verschil in geloof, huidskleur of intelligentie deed er niet toe.


Jannie had tijdens de bevalling van haar eerste dochter de marginale scheidslijn tussen leven en dood ervaren, waarna een onbekende roeping haar dreef. Ze vroeg zich af waarom ze had mogen blijven leven, wat God daar voor bedoeling mee had gehad. Zelf had ze als sterke, intelligente vrouw geen problemen gehad om zich als protestantse in een katholiek dorp te vestigen. Ze wist dat anderen wel moeite hadden om zo'n kloof te overbruggen, zeker buitenlandse vrouwen die zich vanaf de jaren zeventig in Oudenbosch kwamen vestigen.


Die bood ze op alle gebieden de helpende hand. Ze stond aan de wieg van de Vrouwen Hulp Dienst, de latere Internationale Vrouwen Groep. Een organisatie buiten de kerk om, omdat die destijds door mannen werd bestuurd. Jannie, met haar oecumenische opvattingen, wilde een organisatie waarin alle vrouwen zich thuis voelden. Het begon met opvang van kinderen tijdens kerkdiensten, het groeide uit tot een centrum waar buitenlandse vrouwen en meisjes werden begeleid bij hun integratie. Dat ging van de taal leren tot fietsen en asperges eten.


Het leidde tot talloze vriendschappen en regelmatig kwam Jannie met blijken van dank thuis: buitenlandse koekjes, Turks brood of linzensoep. Jannie bakte op haar beurt met Oud en Nieuw honderden oliebollen, die door haar kinderen bij de allochtone gezinnen werden bezorgd. Als ze van iemand als bedankje voor geboden hulp een grote hoeveelheid aardbeien kreeg, dan kon die erop rekenen dat ze in de vorm van een pot zelfgemaakte jam werden terugbezorgd.


Jannie was ook betrokken bij de oprichting van de soos om ouderen uit hun isolement te halen en bij de Stichting Horizon voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze bundelde krachten, schreef beleidsplannen, regelde subsidies en benaderde mensen op dusdanige wijze dat ze bijna geen nee konden zeggen op het verzoek vrijwilliger te worden.


De bewondering in de gemeenschap was groot, in 1987 kreeg ze een lintje. Waarom eigenlijk, vroeg ze zich af, ze deed toch wat iedereen zou moeten doen? Klaarstaan voor je medemens, dat was voor Jannie vanzelfsprekend.


Adriaan gaf haar daarin alle ruimte. Naast het hectische leven van zijn vrouw vond hij rust in zijn baan als brugwachter. Jannie bewonderde hem erom dat hij het uithield, altijd alleen in zijn wachthuisje. Zelf had ze nooit behoefte aan rust. Toen Adriaan in 2005 overleed, had ze voor het eerst tijd voor zichzelf en, zo dachten de kinderen, voor haar kleinkinderen. Ze hadden beter moeten weten. Op haar 75ste accepteerde ze met genoegen het verzoek om ouderling te worden, een oude wens.


Toen ze als 80-jarige als ouderling afscheid nam, was het besef van intredende dementie al tot haar doorgedrongen. Voor iemand die altijd hulp had geboden, werd het een worsteling om hulp te moeten accepteren. En te beseffen dat ze met haar onafhankelijkheid ook zichzelf kwijtraakte. "Wie ben ik nog, als ik niets meer voor een ander kan betekenen", vroeg ze zich af.


Jannie van der Put-Verbree werd op 4 juni 1931 geboren in Reeuwijk en overleed op 14 december 2016 in Oudenbosch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden