Altijd maar weer moord en doodslag

De Engelse misdaadschrijfster Ruth Rendell (74) schreef in de afgelopen 40 jaar maar liefst 59 spannende boeken. Tijdens het Crossing Border Festival in Den Haag reflecteerde zij op de moderne misdaadroman, de psyche van de misdadiger en haar eigen schrijfproces. Maar niet helemaal van harte.

Ze heeft nog nooit een misdadiger ontmoet, zegt Ruth Rendell: ,,Niet bewust, althans.'' En toch wordt de schrijfster al decennia lang 'de koningin van de misdaad' genoemd.

Zelf vindt ze die bijnaam behoorlijk belachelijk: ,,Het lijkt alsof ik zelf een crimineel ben, wat natuurlijk niet zo is.'' Maar niemand die haar vrijdagmiddag zag in Den Haag, zal haar met louche praktijken hebben geassocieerd. De schrijfster - in Nederland vanwege de 12de editie van het Crossing Border Festival - is van top tot teen een dame: goed gekapt, zorgvuldig gekleed, beheerst in haar motoriek en zuinig met haar woorden, die ze uitspreekt in beschaafd BBC-Engels. Bevalt een vraag haar niet, dan gaan haar mondhoeken naar beneden en krijgt de interviewer een reprimande. ,,Moet ik barones tegen u zeggen?'' vraagt recensent en schrijver Ed van Eeden, die haar voor een goed gevuld zaaltje interviewt. Maar dat hoeft niet, ook al heeft de schrijfster die adellijke titel sinds 1997 wél: ,,Zegt u maar Ruth Rendell.''

Rendell doet geen moeite om haar publiek of het journaille te behagen, zo blijkt ook later op de dag in het Haagse Mercure Hotel. Daar vinden enkele interviews en fotosessies plaats, maar alleen op haar voorwaarden. De suggestie van de Trouw-fotograaf om buiten een foto te nemen, wijst ze resoluut van de hand: ,,Dat soort dingen doe ik niet.'' Jas aan en dan die gure straat op, geen haar op haar hoofd. Interviewvragen over het 'House of Lords' - de Engelse Eerste Kamer waarvan Rendell sinds 1997 een zeer actief lid is - stelt ze niet erg op prijs. En redacteuren van het tv-programma 'Nova' vingen bot, omdat ze haar vooral over politieke kwesties wilden ondervragen. Rendell is hier als schrijfster en wil alleen praten over haar werk: een indrukwekkend en nog altijd uitdijend oeuvre van 59 misdaadboeken, vertaald in 20 talen en deels bewerkt voor televisie.

Als zij over dat werk praat, dan borrelt ineens die verfijnde humor op die ook haar misdaadboeken kruidt. Zo legt ze uit waarom inspecteur Reginald Wexford - de oudere, te dikke speurneus die in zo'n 20 van haar boeken figureert - per se gelukkig getrouwd moest zijn: ,,Al die andere inspecteurs eindigen in morsige huurkamertjes, gescheiden en aan de drank. Dat wilde ik dus niet.'' Aanstekelijk is haar beschrijving van de brieven die ze van haar lezers krijgt. Zo'n brief begint bijvoorbeeld zo: 'Ik ben een alleenstaande vrouw van 67, ik ben nooit getrouwd geweest en woon nog altijd met mijn stokoude moeder samen. En ik heb een idee voor een boek.' En dan volgt, zo vertelt Rendell smakelijk, meestal een buitengewoon bloederige, gewelddadige, incestueuze en krankzinnige verhaallijn. ,,Ik schrijf altijd terug: hartelijk dank voor uw suggestie, maar waarom schrijft u dit boek niet zelf?''

Liefhebbers van geweldscènes en bloederige details kunnen het werk van Rendell beter overslaan, want aan de misdaad zelf maakt de schrijfster doorgaans weinig woorden vuil: ,,Die moord interesseert me niet zo erg.'' Het slachtoffer wordt in enkele alinea's gewurgd, doodgeschoten of neergeslagen met een marmeren Psyche-beeldje - en dat is het dan. Wat haar wél interesseert, is het modderige, menselijke brein, die snelkookpan waarin oeroude emoties als jaloezie en wraak, in combinatie met onverwerkte jeugdtrauma's en ongelukkige omstandigheden soms tot moord kunnen leiden. Veel meer dan 'koningin van de misdaad' is Rendell de meesteres van de psychologische thriller, waarin ze haarscherp de motieven en levensverhalen analyseert die haar doodgewone hoofdpersonen tot onherstelbaar huiskamerkwaad drijven.

Voelt Rendell zich de psychiater van haar personages, zoals haar collega Elizabeth George de rol van de misdaadschrijfster typeert? ,,Misschien wel,'' zegt Rendell bedachtzaam, ,,want ik kijk inderdaad in hun geest. Maar ik heb één groot voordeel: ik kan de psyche van de moordenaar veranderen, terwijl de psychiater het moet doen met de gegeven rotzooi, de realiteit.'' Dat is de macht van de schrijfster, die zich niet op diffuse persoonlijkheidsstoornissen hoeft te concentreren, maar die haar eigen moordenaars verzint: ,,Ik ben de grote psychiater hoog in de hemel.''

Door het oeuvre van Rendell lopen grofweg drie scheidslijnen. De inspecteur Wexford-mysteries - waarmee ze haar schrijverscarrière begon - zijn haar meest klassieke misdaadromans. Daarnaast schreef zij tientallen inspecteurloze romans en verhalenbundels, waarin het perspectief vaak ligt bij de misdadiger. Zo leren we in 'Dubbelleven' (in het Engels 'The Rottweiler', 2003) een seriemoordenaar (met Oedipuscomplex) van binnenuit kennen. En in 'De dertien treden' (2004) zoomt Rendell in op het obsessieve gedrag en het getunnelde gevoelsleven van een stalker in Notting Hill, die populaire wijk in Londen.

De derde 'stroming' in het oeuvre van Rendell bestaat uit de romans die zij publiceert onder het pseudoniem Barbara Vine. Misdaadrecensent en -schrijver Rinus Ferdinandusse typeerde het verschil tussen Rendell en Vine eens zo: ,,Rendell zoekt de exacte weergave van het wrede heden; Rendell als Vine houdt zich bezig met de (wurgende) schaduwen uit het verleden, terwijl beiden het over dezelfde misdaad hebben.'' De Vine-boeken - die in Nederland overigens gewoon onder de naam Rendell verschijnen - gaan wat dieper, zijn misschien meer 'literair' te noemen dan de voortsnellende Rendell-thrillers.

De schrijfster zelf ziet het zo: ,,Vine zoekt meer naar psychologische motieven, ze graaft dieper in het menselijk brein. Mijn Vine-romans hebben een langzamer tempo, ze zijn ook dikker, bevatten meer details.'' Ze vertelt ook dat ze zich 'anders' voelt als ze een Vine-roman schrijft. Maar hoe dan, en waarom, in die intrigerende kloof tussen haar twee schrijverspersoonlijkheden wil ze beslist niet wroeten: ,,Ik zal je eerlijk zeggen: ik voel wrevel tegenover iedereen die me hierover vragen stelt. Het hele idee om te analyseren wie ik ben, staat me tegen. Het is een verontrustend gevoel, dat aan paniek grenst. Praten over het verschil tussen Vine en Rendell, dat verpest alles. Ik weet alleen dat ik het contrast prettig vind, ik pendel graag van de één naar de ander.''

In haar boeken rafelt Rendell/Vine - die veel inspiratie putte uit werk van Freud, Jung en Adler - met deskundige precisie de gedachtes van haar personages uiteen. Maar in interviews is ze veel minder genegen tot (zelf)reflectie. Of haar werk is mee veranderd met de misdaad in de afgelopen 40 jaar? Geen idee, zegt Rendell: ,,Ik ben me daarvan niet bewust. Drugs hebben de wereld natuurlijk wel veranderd. Toen ik in 1964 mijn eerste boek publiceerde, waren er in heel Engeland en Ierland samen 600 geregistreerde drugsgebruikers. Nu vind je dat aantal in één kleine plaats.''

Maar drugs spelen geen grote rol in haar werk - al duiken ze wel op in haar decor, als onlosmakelijk onderdeel van de huidige maatschappij. Want anders dan bijvoorbeeld Appie Baantjer - die zijn politieverhalen situeert in een nostalgische, haast internet- en moslimloze wereld waarin prostituees nog altijd blonde 'meisjes van plezier' zijn - kiest Rendell uitdrukkelijk voor een realistische, multiculturele setting. Engelse jonge man vermoordt Bosnisch meisje in het centrum van etnische kookpot Londen, waarin oude Engelse upperclass de Victoriaanse straat deelt met Iraniërs en Sikhs. Zie daar de typische ingrediënten van een moderne Rendell-thriller.

Al veranderde dus het decor van de misdaad in de afgelopen 40 jaar, de motieven van de misdadiger bleven dezelfde, denkt Rendell: ,,Is liefde veranderd? Of jaloezie? Of wrok? Ik denk het niet, de menselijke natuur verandert niet, seks, obsessies, passies en geweld zullen er altijd zijn.'' Inhoudelijk ziet de schrijfster geen grote breuk tussen haar huidige romans en haar vroegere werk. En ook haar schrijftechniek is niet erg door de moderne tijd veranderd: ,,Ik ben een snel, energiek persoon, tempo is heel belangrijk in mijn leven, ik ben me er niet van bewust dat ik dynamischer ben gaan schrijven.'' Televisie, internet, videoclips, het razende tempo waarin verhaallijnen, beelden en scènes elkaar in (tv)films afwisselen, de kleine concentratieboog van de zappende mens - Rendell gelooft niet dat zij als schrijfster door deze trends is beïnvloed.

Schrijven is nóóit makkelijk, ook niet na veertig jaar en 59 boeken, vele honderdduizenden verkochte exemplaren, talloos veel lovende recensies en een constante stroom royalty's: ,,De woorden vloeien niet uit mijn pen, ik vind schrijven ook niet makkelijker nu, ik kan het verder niet uitleggen.'' Formuleren, goeie zinnen schrijven, de juiste woorden kiezen - dat kost Rendell nog altijd moeite. Meer moeite dan het verzinnen van ingenieuze plots, onverwachte, soms Roald Dahl-achtige wendingen en levensechte personages met hun door obsessies vernauwde blik.

Voor sommige boeken deed ze intensieve research: zo ging ze voor de laatste Vine-roman 'The Blood Doctor' (2002, in het Nederlands verschenen als 'Verborgen nalatenschap') naar een afgelegen stuk van Zwitserland. Maar de meeste stof komt uit haar duim. Op de vraag of ze voor 'De dertien treden', haar laatste boek, bijvoorbeeld veel heeft gelezen over stalkers, reageert ze bijna verontwaardigd: ,,Nee, natuurlijk niet, iedere professionele schrijver kan verzínnen hoe het is om een stalker te zijn. Je moet het zo zien: de meeste schrijvers hebben heel weinig andere beroepen gehad, die zijn nooit leraar, bankier of reparateur van fitnessapparaten geweest. Daarom zijn ze gewend om de buitenkant te bekijken - en de rest te verzinnen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden