Altijd maar dezelfde hoed/Robert Mitchum: 1917-1997

De dinsdagmorgen aan leverkanker en longemfyseem overleden Robert Mitchum was zo'n tijdloze Hollywood-ster waarvan je dacht dat hij nooit zou verdwijnen.

Nooit haalde zijn ster het bij figuren als John Wayne, Humphrey Bogart, James Stewart of Clint Eastwood. Hij bleef hangen in de categorie 'second best', maar missen kon je hem niet. Mitchum was zo'n acteur voor wie je niet speciaal naar de bioscoop ging, maar die je wel meteen herkende als je weer eens een veilig geprogrammeerde publieksfilm op tv zag. Dan schoof hij langs en kon je steevast zeggen 'Hé, daar heb je Mitchum weer met dat kuiltje in zijn kin!'

Of het nu een film was uit de jaren veertig ('The story of G.I. Joe', 1945, waarin hij doorbrak in de rol van een luitenant in de Tweede wereldoorlog die vanuit Afrika optrekt om Rome te bevrijden), vijftig ('The river of no return' met Marilyn Monroe), zestig ('The longest day'), zeventig ('The yakuza'), tachtig ('El Dorado') of negentig ('Cape fear' en onlangs nog 'Dead man' van Jim Jarmusch) - Mitchum was altijd van de partij.

De in 1917 in Connecticut geboren oud-mijnwerker en bokser had lange tijd een kuif à la Rock Hudson maar een koele, lome (later overigens lodderige) oogopslag die beter bij James Dean of Marlon Brando paste. Dat geeft precies ook zijn positie aan. Waar Dean en Brando uiteindelijk, zoals in het geval van alle grote sterren, 'karakters' werden, bleef Mitchum de professionele B-acteur die vooral types neerzette. Het liefst moderne cowboys, rodeo-rijders, legerofficieren (behalve de genoemde luitenant ook de generaal in 'The longest day'), aan lager wal geraakte loners, slechteriken (in 'Cape fear') of detectives. Hij zat er ook niet mee. Hij had een hekel aan al te veel diepgang en relativeerde zijn rollen met de opmerking dat een regisseur het krijgen kon, zoals-ie het hebben wilde. “Ik heb m'n leven lang nooit geacteerd,” zei hij eens in en interview, “en als ik het doe, dan weet ik van niets.” Onderkoeld, cynisch en niet zelden dwars en dronken, riep Mitchum al snel een beeld op van de jongen die het allemaal niks kon schelen, als hij z'n geld, z'n sigaret en z'n drankje maar kreeg. Begin jaren tachtig riep hij nog: “Iedere keer dezelfde rol met dezelfde hoed op m'n kop en dezelfde rotlaarzen aan! Ik doe het allemaal voor de poen, maar dat gaat toch naar de belasting. Ik voel me als een aap in een kooi. 'Some day somebody's going to feed me a poisoned peanut.'

Die vergiftigde pinda kwam een paar jaar geleden, toen zich (naast zijn in de loop der jaren opgebouwde longemfyseem) een ernstige leverziekte aandiende. Een reden om te stoppen met drinken zag hij er niet in. Met zijn Rijk de Gooijer-achtige humor zei hij droogjes: 'Ik kan Hollywood alleen maar verdragen met drank.' Het zal wennen worden, zonder de man die aanvankelijk maar niet verdwijnen wilde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden