Altijd is er eentje de klos

Vanaf morgen trekt de theaterkaravaan 'Cordoba' door België en Nederland. Twaalf voorstellingen met twaalf visies op de moorse hoofdstad in Andalusië, waar joden, moren en christenen eeuwenlang vreedzaam samenleefden. Zegt men. Voor het theatergezelschap Firma Rieks Swarte schreef Els Pelgrom de monoloog 'Van de wind en de berg'.

In een dorpje van de Algarve, waarvan hij de naam maar al te goed uit z'n hoofd kende, voerde koning Sancho I van Portugal ooit oorlog tegen de moren. Als enorm standbeeld staat hij voor de robijnkleurige muren van het heroverde moorse kasteel, in loodzwaar kruisvaardersuniform, een reusachtig zwaard in de gigantische rechterhand. Samen met een stel ongeregelde noordelingen - gajes dat eerder de Spaanse bedevaartplaats Santiago de Compostela was uitgegooid - heroverde de rechtschapen Sancho in 1189 de moorse hoofdstad van Portugal. Destijds Xelb, nu Silves geheten. Els Pelgrom wuift een vergelijking met hét moorse paleis van Andalusië - het Alhambra van Granada - resoluut van de hand. En ja: veel meer dan een jongenskasteel met louter zandstenen kantelenmuren is de vesting van Pelgroms woonplaats inderdaad niet. Toch er is verwantschap: zou de Algarve niet trefzeker Portugees Andalusië kunnen heten? Pelgrom legt uit dat het moorse al-Garve (al-Gharb) 'het westen' betekent. Het ijkpunt van de moorse overheersing op het Iberisch schiereiland bevindt zich niet voor niets mijlen oostelijker: in het Andalusische Cordoba. Daar situeerde Pelgrom haar novelle 'Van de wind en de berg', dat de Firma Rieks Swarte als toneelstuk in het theaterproject de Cordobakaravaan ensceneert.

Toen Nederlandse theatermakers en toneelschrijvers elkaar voor een orientatiebezoek in Cordoba troffen, was kort overleg met haar regisseur Emanuel Muris voldoende om Pelgroms hoofdpersonage tot leven te wekken. Het biggetje en de tot zeug opgegroeide Iberica speelt de hoofdrol. Vernoemd naar een oeroud Spaans, zwart varkensras, als onrein verguisd en verjaagd door de joden en moren van het Cordoba anno 1000, belaagd en opgejaagd door de christenen, die Iberica louter willen roosteren en opeten.

Kinderboekenschrijfster Els Pelgrom kent Andalusië en de Andalusiërs door en door. Jaren woonde ze bij Granada met haar Spaanse echtgenoot, wiens herinneringen over het straatarme Andalusië van na de Burgeroorlog zij samenbalde in de met Gouden Griffel bekroonde kroniek 'De eikelvreters'. Voor de Firma Rieks Swarte schreef zij eerder het toneelstuk 'Zusje Harmonica'.

Al aan het begin van Pelgroms Cordobaverhaal is het varken Iberica geslacht, maar desondanks denkt en associeert ze en citeert ze moorse dichters, Lorca of Miguel de Cervantes. In monoloogvorm neemt Iberica de lezer en toeschouwer mee naar verleden en naar heden. Komt ze als varken wel in de hemel? En zo nee, waarom het varken van de Heilige Anthonius dan wel? ,,Ik weet zeker dat die er wel in mag. Wordt er hier soms met twee maten gemeten?”

Iberica groeit op in de kudde, waarin ze haar zusters aan hun eigen geur herkende. ,,Mensen hebben duizend woorden nodig om iets van elkaar te begrijpen. Wij hebben aan een paar knorren genoeg. Mensen leven wel in kuddes, maar niet zoals wij. Zij kunnen niet ruiken, dat is hun noodlot. Daardoor begrijpen ze zo weinig, al weten ze nog zoveel.”

Als Iberica verliefd wordt op een wild zwijn en daardoor geen zwarte maar gestreepte biggetjes baart, wordt ze uit de kudde verstoten. ,,Zij heeft gestreepte biggen! Dat soort willen we hier niet, die horen hier niet! Lelijke wilden!” Om te voorkomen dat herders haar kinderen doden (,,Wild speenvarken! Hmmmm! Daar gaan we van smullen.”), doet Iberica dat zelf en eet ze ze op om alle sporen uit te wissen.

Overal opgejaagd en steeds voortzwervend, belandt Iberica in Cordoba, waarover men zegt dat daar joden, moren en christenen vreedzaam sa-Vanaf menleven. Een mythologische geest hielp haar aan raad en daad, waardoor Iberica veranderd als vrouw de stad binnen kan komen. Maar vreedzaam blijkt het moorse kalifaat allerminst; de usurpator en zijn zonen staan elkaar naar het leven, Berberse huursoldaten koeioneren de inwoners en zuiveren Cordoba's bibliotheek met de 400 000 boeken. ,,Ja gezuiverd! Wetenschappelijke boeken, poëzie, geschreven of vertaald in het Arabisch, wat valt daar nou aan te zuiveren?”

Iberica ontvlucht de joodse wijk, wordt als hoer van Cordoba opgepakt, ontsnapt en redt de gevangengezette kalief. Achteraf bedenkt zij over de opstand: ,,Dat mensen zulke dingen doen, ging het aldoor door me heen. Wij, wij zeugen en beren, we bijten elkaar soms. We bijten wel eens in oren en staarten, als we kwaad zijn. Zeldzaam. Die dingen gebeuren bij ons zelden, alleen als er spanningen zijn, door een angstaanjagende gebeurtenis. Gewoonlijk leven wij rustig met elkaar en we lachen veel. Mensen zijn dus toch anders dan wij. Zij vechten met elkaar op leven en dood, ze hakken op elkaar in met messen, ze stoten een spies dwars door een ander z'n karkas. Waarom? Het waarom ging ver aan mijn verstand voorbij.”

Terwijl ze zich ooit bemind en veilig wist bij herders, zijn het juist christelijke varkenshoeders die Iberica ten slotte vangen, vastbinden, kelen en haar huid schoonbranden. ,,Ik heb gegild zolang ik kon, al wist ik dat daar mijn leven niet van afhing.”

Met haar parabel overschreed Pelgrom de vastgelegde speeltijd van één uur ruimschoots, en ze is daar achteraf niet rouwig om. ,,Die beperking is misschien wel goed; dan wordt alle geouwehoer eruitgegooid. (Verontwaardigd:) Nee, allicht ga ik niet schrappen! Dat moet het theatergezelschap zelf maar doen.” In de eerste versie schreef zij nog regieaanwijzingen voor (tafel met worsten, ham en spek), maar ze liet die vervolgens aan de regisseur over. ,,Ik ben geen toneelschrijver, ik heb een monoloog geschreven. Tot de neergang volgde was Cordoba een tamelijk ideale maatschappij. Maar ook in een ideale maatschappij is er altijd eentje de klos. Daarom koos ik voor het varken Iberica, dat als buitenstaander de samenleving binnen en buiten Cordoba leert kennen.”

Pelgrom vereenzelvigde zich zo met haar hoofdpersonage dat ze een jaar lang geen varkensvlees at. In Portugal, weet ze, geldt tegen de paastijd een nog niet geboren biggetje als gebraden lekkernij. ,,Fysiek en genetisch gezien is het varken het meest verwant met de mens. Heb je ooit een varken in de ogen gekeken? Als je dat doet, schaam je je. Hij kijkt je intelligent aan. Volgens de regisseur wisten de joden al van die verwantschap. Dat zou ook de reden zijn waarom die geen varkensvlees eten, want dat zou aan kannibalisme grenzen. Ik denk eerder dat joden en moren het varken als onrein beschouwden door het niet-bestaan van koelkasten: varkensvlees bederft sneller.”

Hoewel zij gebonden was aan de voorwaarde van de 'Cordobakaravaan' (schrijf een toneelstuk dat omtrent het jaar 1000 in Cordoba speelt) wilde Pelgrom een verhaal schrijven over nu, over de geschiedenis die zich blijft herhalen. ,,De machtsstrijd tussen de moren onderling, de dictator met zijn smerige zonen, een soort Saddam Hoesseinfiguren die hun eigen cultuur verloochenen. Maar die parallellen moeten de toeschouwers zelf maar maken.”

,,Misschien is het nu veranderd, maar in mijn jeugd werd in Nederland altijd minachtend over Spanje onderwezen. 'Bij de Pyreneeën houdt Europa op', heette het, en in zekere zin is dat waar. Maar dan kun je dat ook over Italië en Griekenland zeggen. Over Spanje leerde je vooral negatieve verhalen. In Spanje zelf circuleert nog steeds de uitdrukking 'la leyenda negra', de zwarte legende. Spanje is altijd beroerder afgeschilderd dan de Engelsen en Fransen die in NoordAmerika huishielden. Ook Spanje hield in Latijns-Amerika huis, maar daar leven nog wel Indianen. In de Verenigde Staten vind je hooguit nog een handjevol triest in reservaten levende Indianen.”

De Cordoba-opdracht was de eerste in haar leven bestemd voor volwassen publiek. Nadat haar nieuwsgierig geworden 18-jarige kleinzoon de omzwervingen van het varken Iberica uitgelegd kreeg, legde hij bemoedigend een arm om Pelgroms schouder: ,,Ach oma, heb je dus weer een sprookje voor kinderen geschreven”.

Pelgrom grinnikt. ,,Ook nu gaat het weer over de dood. Ik ervoer het als bevrijding: schrijven voor volwassenen betekent dat je veel meer kunt en mag. Aan kinderen mag je alles vertellen, maar je moet dat secuur opgebouwd verpakken in taal helder als glas. Flashbacks zijn voor kinderen nauwelijks te behappen, voor volwassenen is bijna niets leuker. Iberica's relaas is een terugblik op haar leven, waarin het begrip tijd op losse schroeven staat. Zij reist door de tijd net als door water en lucht, waar je van alle kanten doorheen kunt.”

Vraag haar beter niet of de tijdloze, vindingrijke en permanent op haar hoede zijnde Iberica een oplossing voorhanden heeft, laat staan weet heeft van een harmonieuze samenleving tussen joden, moren/islamieten en christenen. Want dan veert Pelgrom vlammend op: ,,Ik, moet ik dat doen? Ik hou de troonrede toch niet! Dat zou wel erg verwaand zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden