Altijd in de rol van underdog

Hij schreef en zei wat hij dacht, en dat leverde hem vaak problemen op. En als 'lelijk eendje' was hij altijd op zoek naar zichzelf.

'Zolang ik me kan herinneren ben ik niet wie ik moet zijn", schreef Grigori Pomerants in zijn boek 'Aantekeningen van een lelijk eendje', memoires doorspekt met filosofische bespiegelingen over het leven, zíjn leven en zoektocht naar zichzelf. Een voor hem succesvolle zoektocht die het grootste deel van de twintigste eeuw omspande.

Het begon allemaal weinig veelbelovend, herinnerde Pomerants zich zijn kinderjaren in het Poolse stadje Wilno, de tegenwoordige Litouwse hoofdstad Vilnius, waar hij in 1918 werd geboren in een joods gezin. "Een jongetje moet dapper zijn en behendig. Maar ik was schuchter en onhandig. Bokspringen leerde ik nooit, het lukte me maar niet over de bok te springen. En, erger nog, op het strand, in zwembroek, zagen velen me aan voor een meisje. Een cherubijntje met bolle wangen, smalle schouders, zwakke armen, met vetkussentjes op de buik, met een ingevallen en niet opbollende navel, zoals bij de meesten."

Daarmee was hij een gemakkelijke prooi voor kwaadwillende leeftijdgenoten. "Sloegen ze u als kind?", vroeg hij eens aan de begin 2004 overleden literatuurwetenschapper en filosoof Sergej Averintsev, die vijftien jaar jonger was dan hij. Ooit woonden ze in dezelfde buurt in Moskou. Averintsev antwoordde bevestigend. "Dus u werd geslagen door de kinderen van diegenen die mij aan mijn haren trokken." Pomerants concludeerde: "Ik met mijn krullen en Serjozja met zijn kwetsbare uiterlijk brachten in die kinderen van de achterbuurten iets beestachtigs maar boven."

Pomerants bleef zijn leven lang in die underdogpositie. "Ik ben professor, maar niet in vaste dienst, essayist, schrijver, maar in de sociale structuur ben ik niemand", schreef hij al op gevorderde leeftijd. Hij zocht die status ook niet. Pomerants nam geen blad voor de mond, schreef en zei wat hij dacht, en dat leverde hem herhaaldelijk problemen op. Als student aan het bekende Moskouse instituut voor filosofie, literatuur en kunst wierp hij zich op de studie van Dostojevski, maar de werkstukken die hij produceerde vonden geen waardering bij zijn docenten, die zijn afstudeerscriptie aanmerkten als 'anti-marxistisch'.

Toen de Duitse legers in oktober 1941 Moskou naderden meldde Pomerants zich als vrijwilliger voor het front, waar hij al snel gewond raakte. Hij beschreef later de chaos die hij tegenkwam aan het front. De soldaten hadden nauwelijks wapens en van enige organisatie aan de frontlinie was nauwelijks sprake. Dat de Duitse legers uiteindelijk toch het onderspit moesten delven was volgens hem voor een belangrijk deel het gevolg van Hitlers strategische fouten én van de inzet van die soldaten die het, ondanks het gebrek aan coördinatie, zelfs in hopeloos lijkende situaties niet op een rennen zetten. "De oorlog werd beslist door die ¿ voor het grootste deel gesneuvelde ¿ soldaten, sergeants, officieren, die niet zijn gevlucht, terwijl links en rechts iedereen vluchtte."

Als correspondent voor een legerkrant werd Pomerants in die oorlogsjaren geacht stukken te schrijven die de troepen moesten inspireren. "We moesten de bevelen van Stalin wel uitvoeren", zei Pomerants in een recent interview. "Al voor de oorlog was ik zeer sterk in hem teleurgesteld geraakt en als getuige van de grote terreur beschouwde ik Stalin als een vreselijke schoft. Maar hoe je het wendt of keert, hij was de bevelhebber. Daarom kwam het een paar keer voor dat ook ik, om de soldaten aan te zetten tot de aanval, moest roepen: 'Voor het moederland, voor Stalin!'"

Pomerants overleefde de slag om Stalingrad en raakte tot tweemaal toe gewond. Na de oorlog verborg hij zijn afkeer van Stalin niet en tot het eind van zijn dagen verzette hij zich tegen 'de schaduw van Stalin', pogingen de figuur van Stalin te rehabiliteren. In 1950 werd Pomerants wegens 'anti-Sovjetpropaganda' veroordeeld tot vijf jaar strafkamp. Dat gebeurde nadat hij een schandaal had geschopt, omdat hij na de oorlog niet was gedemobiliseerd en graag wilde terugkeren naar de burgersamenleving. Zijn optreden viel niet in goede aarde en al gauw werd er bij zijn kameraden navraag naar hem gedaan. Toen begreep Pomerants dat zijn tijd gekomen was. Hij legde een tandenborstel klaar en toen de NKVD kwam om hem te arresteren at hij tijdens de huiszoeking doodgemoedereerd een appel. Hij vreesde het kamp niet.

Drieëneenhalf jaar van zijn straf zat hij uit in Moskouse gevangenissen en een Goelagkamp in de buurt van Kargopol, in het noorden van Rusland, tot de dood van Stalin in 1953. Hij vond het geen verloren tijd: Pomerants luisterde veel en graag naar klassieke muziek die via de kampradio werd gespeeld, en raakte in de ban van de schoonheid van de natuur in het hoge noorden, voorzover die zichtbaar was, met 's zomers de witte nachten waarin de zon nooit helemaal onderging.

In de jaren die volgden werkte hij als leraar op een dorpsschool in Oekraïne en, na terugkeer naar Moskou, als bibliothecaris. In die tijd was hij ook het middelpunt van ondergrondse huiskamerseminars, waar werd gepraat over literatuur, politiek en filosofie. Via die seminars raakte hij in contact met veel mensen die later een prominente rol zouden spelen in de ontluikende dissidentenbeweging. Het was de tijd van de Hongaarse opstand en de hetze tegen Nobelprijswinnaar Boris Pasternak. De tijd ook waarin, in 1959, zijn vrouw Irina Moeravjova overleed. Die gebeurtenis had grote invloed op zijn verdere leven en denken, ook na zijn kennismaking en huwelijk met zijn tweede vrouw, de religieuze dichteres Zinaida Mirkina, drie jaar later. De twee waren sindsdien onafscheidelijk en opereerden naar buiten toe steeds meer als een tweeëenheid. "Men kan ons beschouwen als één persoon", zei Pomerants.

Grigori Pomerants bleef zichzelf zijn leven lang beschouwen als een buitenbeentje, een 'lelijk eendje', en als een zoekende. Als zeventienjarige stelde hij zichzelf ten doel 'mezelf te zijn' en zich door niets en niemand in dit leven te laten meeslepen. "Ik ben 55, bijna 56, maar 'vanuit het standpunt van de eeuwigheid' blijf ik een zeventienjarige, die wel iets vermoedt, iets heeft gevoeld, maar nog niets daadwerkelijk heeft begrepen", schreef hij eind 1973. In die periode verschenen zijn stukken over onder meer Russische literatuur en oosterse filosofie en religies steeds vaker in de ondergrondse pers, de samizdat. De latere Nobelprijswinnaar Andrej Sacharov bezocht in 1970 een seminar waar hij, naar hij later schreef, diep onder de indruk raakte van Pomerants, zijn oproep voor verdraagzaamheid en samenwerking tussen Oost en West en afkeer van alles wat riekt naar dictatuur en nationalisme. Dat laatste bracht Pomerants ook in aanvaring met een andere Nobelprijswinnaar, Aleksandr Solzjenitsyn, die niets moest hebben van de 'liberale' en 'tolerante' Pomerants, zijn leeftijdgenoot. "Wat me opviel was de overtuiging van de schrijver, dat een Rus een Rus moet zijn (en alleen dat) en een jood een jood", schreef Pomerants. "Maar ik wilde het een, noch het ander."

Pomerants had een slechte naam bij de Sovjetautoriteiten, mede vanwege zijn steun voor een groep dissidenten die in 1968 publiekelijk hun afkeer hadden uitgesproken van de Sovjetinval in Tsjechoslowakije en het neerslaan van de Praagse lente. Vanaf 1976 stopte hij helemaal met publiceren in de legale Sovjetpublicaties en richtte hij zich volledig op de samizdat. Veel van zijn publicaties werden in het Westen gepubliceerd, wat de woede wekte van de Sovjetautoriteiten. Nog in het voorjaar van 1985, al na het aantreden van de nieuwe partijleider Michail Gorbatsjov, viel de KGB bij hem binnen om zijn archief in beslag te nemen.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wijdden Pomerants en Mirkina zich aan het publiceren van filosofisch-religieuze studies, en tot aan zijn laatste levensjaren verzamelden ze op hun seminars in een klein Moskous museum een steeds grotere schare vaak jonge toehoorders, die er het antwoord zochten op de vraag die Pomerants zijn leven lang bezighield: hoe het is jezelf te zijn en te blijven.

Grigori Solomonovitsj Pomerants werd geboren op 13 maart 1918 te Wilno (tegenwoordig Vilnius). Hij overleed op 16 februari 2013 te Moskou.

Grigori Solomonovitsj Pomerants 1918-2013

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden