Altijd gevoed door wantrouwen

In zijn boek 'Sterke verhalen' schrijft journalist en docent Ton van Dijk nog maar eens hoe het moet. Onderzoeksjournalistiek blijft nodig, stelt hij. En bijna alles is daarbij geoorloofd. 'Denk jij nou echt dat die visquota kloppen?'

'Ga je Ton van Dijk interviewen?", vragen diverse collega's op de redactie belangstellend. "Daar heb ik nog les van gehad. Inspirerende man. Doe hem de groeten!"

Jazeker, Ton van Dijk (1943) heeft al heel wat journalisten de weg gewezen. De goede weg, vinden de meesten. Een weg vol avontuur bovendien.

Het moet gezegd: Ton van Dijk is inderdaad de aanstekelijkheid zelve. Wie de in Friesland wonende Amsterdammer over zijn vak hoort vertellen - het vak van reportages maken vooral, van jagen op nieuws, van net zo lang doorvragen en spitten tot je een goed verhaal hebt, dat vak dus - die wil zélf dat vak in. Die wil erop uit.

Want eropuit gaan, dat is pas je ware verslaggeving, vindt Van Dijk. Achter dat toetsenbord zitten, kan altijd nog, dat doe je pas op het laatst.

Van Dijk staat model voor de ouwe rot van de journalistiek, de romanticus toch ook, die het ver schopte met zijn brutale werkwijze. Hij was korte tijd hoofdredacteur van Nieuwe Revu en Panorama, haalde scoops binnen voor onder meer Haagse Post en HP De Tijd en schreef spannende reportages over medische missers, corruptie en misdaad. In zijn nieuwe boek 'Sterke verhalen' is een selectie opgenomen van spraakmakende stukken van Van Dijk. Aangevuld met een gulle blik in Van Dijks journalistieke keuken.

Wij dachten dat u gepensioneerd was.
"Dat ben ik ook. Maar dat is het voordeel van met pensioen zijn: ik kan nu zelf kiezen wat ik doe. Af en toe een reportage maken, cursussen 'reportage maken' geven, ik schrijf voor Vara Kassa Magazine, ik geef gastcolleges aan de Universiteit Amsterdam, en als gelukkig grootvader van zeven kleinkinderen schrijf ik columns voor het blad Ook."

Bent u nu docent of journalist?
"Ik ben docent journalistiek."

U schrijft in uw boek dat journalistiek het leukste beroep van de wereld is. Waarom vindt u dat?
"Omdat je eropuit mag, steeds nieuwe mensen ontmoet en iedere keer in totaal nieuwe situaties terechtkomt. Je komt werkelijk overal. Er is toch niks mooiers?

"Natuurlijk heb je in de journalistiek ook kantoorbanen, maar ik probeerde daar altijd wel onderuit te komen. Het liefst ging ik op pad. Achter in mijn auto ligt een hengel. Als ik onderweg was en ik had genoeg informatie om mijn verhaal rond te krijgen, dan stopte ik ergens langs een rustig slootje en dan gooide ik mijn hengel uit. Zalig is dat. Even alles op je in laten werken. Even ontspannen. En dat in de baas zijn tijd en vaak ook nog met een auto van de baas. Vervolgens verschijnt jouw stuk in de krant, met jouw naam. De weg naar een stuk toe geeft bevrediging, en ook het gevoel dat een stuk af is. Dat alles maakt ons beroep - de verplichte stukjes daargelaten - tot het leukste beroep van de wereld."

Ben je journalist? Of word je het?
"Ik denk dat het wel in je zit. Het talent moet je in je hebben maar ik zeg altijd: je gaat harder lopen als je traint. En je moet een bepaalde schroom van je afgooien, eelt op je ziel krijgen. Dat had ik hard nodig als ik over familiedrama's schreef. Dan moet je onder de meest verdrietige omstandigheden mensen durven vragen hoe iets nou precies gegaan is. Het besef dat iets niet zwart-wit is maar grijs, dat is ook belangrijk om te hebben. Je moet je als journalist en als lezer kunnen voorstellen: dit zou mij ook kunnen gebeuren."

Is het leukste beroep van de wereld veranderd?
"Ik ga hier niet roepen dat het allemaal klote is, maar ik lees wel erg vaak stukken waarbij ik denk: dit had wel even uitgezocht mogen worden. Of een stukje is te kort of te lang. Er is een soort angst de journalistiek in geslopen om de lezer - of laten we de hele media erbij pakken - en de kijker te verliezen.

"Oplages dalen, kijkcijfers zijn heilig, dus wat bedenken ze dan op redacties: we gaan onze lezers of kijkers bedienen met Bekende Nederlanders. Of er wordt een autorubriek in het leven geroepen. Of een moderubriek of iets anders met lifestyle.

"Waarom hebben ze dat experiment met NRC Next nou weer afgekapt? Het lijkt ook wel sensationeler te moeten, allemaal. Trouw vind ik daarin een positieve uitzondering, hoor, dat mag je best opschrijven. Maar ik denk wel eens: waar ligt de grens?"

Een recent voorbeeld: Willem Holleeder als hoofdgast bij 'Nova College Tour'. Is dat zo'n grens?
"Goed beschouwd had je er journalistiek niks aan, maar ik vond niet dat het programma over een grens ging. Het was op zich goed gedaan, Holleeder werd kritisch benaderd, hij werd niet verheerlijkt. Ik maak me er meer druk om als ik in een kwaliteitskrant een recensie moet lezen over de Fiat Picanto of de Opel Dombo Ascona."

U bedreef onderzoeksjournalistiek. Is daar nog wel behoefte aan?
"Denk jij dat de visquota kloppen? Hoe zit het met de subsidiestromen? Hoeveel wethouders denk jij dat er zijn die dubbele functies hebben? Corruptie, fraude, vage bedrijven. Zulke zaken zullen er altijd blijven. Daar moet toch iemand op gezette tijden eens goed met een pook in roeren?"

Volgens u is er veel geoorloofd om achter de waarheid te komen: liegen, stelen, bedriegen, omkopen. Waar ligt dáár de grens?
"Ik denk wel eens als ik iets van een bureau meepik: kan dit wel, wat ik nu doe? Niet op dat moment, hoor, want dan gaat het automatisch. Ik weet niet wat het is. Mijn instinct laat het in mijn tas glijden. Ik moet altijd een beetje gevoed worden door wantrouwen. Als ik voel dat ik kan aantonen dat het algemeen belang is gediend met mijn actie, dan doe ik het.

"Het moet natuurlijk geen verhaal zijn waarbij ik het antwoord op het spoor ben bij de vraag of de Zangeres Zonder Naam een glazen oog heeft ja of nee."

Docent en journalist: allebei beroepen waarbij je iets overbrengt. Waarom moet dat toch zo nodig?
Spottend: "Misschien vinden wij onszelf wel héél belangrijk." Dan, serieus: "Je wilt toch dat mensen je stukken lezen? Je wilt gehoord worden, een verhaal vertellen. Ja, misschien is dat het vooral: ik wil een verhaal vertellen. En het liefst een zo mooi mogelijk verhaal, zodat mensen het onthouden. Eigenlijk geef ik een soort voorstellingen. Dat doe ik als docent én als journalist. Ik geef voorstellingen."

Als deze voorstelling is afgelopen en we voor het afscheid nemen nog even het nieuws doornemen, komt het gesprek op de al dan niet vervalste Heyboers die in omloop zijn. Onmiddellijk ontwaakt zowel de journalist als de docent Ton van Dijk: "Daar moet iets te halen zijn. 4500 stukken zou hij gemaakt hebben in die Haarlemse periode? Straks krijg je een Heyboertje bij een pak koffie. Als jij daar nou eens induikt, jongen. Beloof je me dat?"

Sterke verhalen. Ton van Dijk. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 315 bladzijden. ISBN 9789038895239 prijs € 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden