Altijd een volle tank om te kunnen vluchten Judit Neurink, journalist

Ze zag IS dit jaar met eigen ogen oprukken langs de grenzen van haar geliefde Koerdistan. Trouw-correspondente Judit Neurink over angst, hoop, liefde en vriendschap in Koerdisch Irak.

Wie kan zeggen dat de liefde voor een land een huwelijk kost? Judit Neurink zegt het. De Amerikaanse inval in Irak in 2003 was een van de oorzaken van haar scheiding. Hij was tegen, zij was voor. De scheidslijn liep ook dwars door hun vriendenkring, de discussies laaiden hoog op. Datzelfde jaar vertrok ze voor het eerst als journalist naar Irak, het begin van een bijzondere liefde voor een land. Die kleuren! Vers, fris groen in het voorjaar, stralend geel in de zomer, de bruine herfst, altijd die ene dominante seizoenskleur.

De eerste reis sprong de armoede in het oog, de smerigheid, de zucht naar het materiële terwijl de normen en waarden nog aan diggelen lagen. Maar ze bleef komen. Voor trainingen aan collega-journalisten, om onderzoek te doen voor haar boeken. Tot ze in 2008 de kans kreeg in Irak een eigen mediatrainingscentrum op te zetten. "Ik was net vijftig geworden en werkte al tien jaar bij Trouw. Ga ik zo door, vroeg ik me af. Is dit waar ik oud ga worden, wat ik wil bereiken? Ik wilde nog wat anders. De kans kwam, en ik heb m'n katten meegenomen en ben verhuisd. Ik zou één jaar blijven, maar ik woon er nog steeds."

De eerste jaren waren niet gemakkelijk. Ze streek neer in het bergachtige noordoosten, in Suleymania, een stad die liberaler en cultureler is dan de conservatieve en ambtelijke Koerdische hoofdstad Erbil. Stroom was er soms wel, maar meestal niet. Koelte tijdens de zomerdagen met 45 graden buiten dus ook niet. Nauwelijks water. Het leven was er traag, te traag soms voor een doordouwer. Koerden zijn altijd beleefd, zeggen: Ja, ja, natuurlijk. En doen vervolgens nee, nee, nee. Het was wennen, sleuren en trekken. Het mediacentrum groeide, ze moest mensen ontslaan die er niets van bakten en genoot uiteindelijk van de eerste succesjes.

Medewerkers van het mediacentrum werden een soort familie. De Koerdische Sam en de Arabische Tofi, die ze haar aangenomen zonen noemt. Haar rechterhand Frishta, voor wie ze een steun en toeverlaat was en met wie ze veel deelde. "Frishta is gescheiden moeder en dat is heel bijzonder in Irak. Haar familie had grote moeite met haar scheiding en hield alles in de gaten wat ze deed. Ze hing aan haar zelfstandigheid en ze wilde scoren, net als ik. Een vrouw alleen heeft het moeilijk. Dat geldt daar ook voor mij. Mensen lullen. Op sociale media zitten veel vrouwen onder een schuilnaam, zodat ze voor vage bekenden niet te vinden zijn. De eerste vraag is altijd: Ben je getrouwd? Tot op de dag van vandaag zeg ik 'ja', als ik mensen niet goed ken. Ik hou vol dat m'n man en volwassen kinderen in Nederland wonen, terwijl ik geen kinderen heb.

"Voor mijn nieuwe vrienden kon ik dat vrij snel loslaten. Maar voor de buitenwereld niet, de sociale controle is zo groot. Wat vooral aanstoot geeft, is wanneer je als alleenstaande vrouw ook met mannen omgaat. Ik woonde eerst boven het mediacentrum en ontving soms vrienden thuis. Eerst dacht ik: ze kletsen maar. Maar het is een land waar seks buiten het huwelijk strafbaar is. Dus als mensen kwaad willen, kunnen ze je aangeven. Voor m'n eigen veiligheid moest ik voorzichtig opereren. De buurman van het mediacentrum kwam een keer verhaal halen. Hij stond voor de deur te schreeuwen dat het bij ons een hoerenkast zou zijn - dat sloeg waarschijnlijk op de studenten die toen in het centrum een kamer bewoonden. Die buurman had nota bene via het dak naar binnen gegluurd terwijl ze misschien een pornofilm aan het kijken waren. De buurman was razend, had de elektriciteitsleidingen al doorgesneden. Maanden later werd hun eigen zoon betrapt met een prostituee thuis en is de hele familie verhuisd. Uit schaamte.

"Die emotie - ayba, schaamte - is allesbepalend in de Koerdische cultuur. Ouders zeggen het tegen hun kinderen al: Pas op, ayba is niet goed. Zelf heb ik een grens getrokken. Ik verzwijg bepaalde zaken over mijn privé- en liefdesleven. Ja, ook nu voor de krant, het kan zomaar daar op straat liggen. Laat ik er dit van zeggen: een Britse vriendin van me in Koerdistan heeft al een paar keer relaties gehad. Het is lastig die ook weer af te breken, mannen accepteren dat niet. Je kunt niet met hen openlijk in een café zitten, vrije liefde bestaat niet. Dan moet je trouwen. En een westerse vrouw is iemand om seks mee te hebben, niet om mee te trouwen. Het is dus heel lastig in te schatten wanneer ze alleen met je willen pronken en wanneer ze geïnteresseerd zijn in jou.

"Ik vind dat nog steeds lastig. Ik meng daarom niet al mijn vrienden met elkaar. Met mannelijke vrienden spreek ik bij voorkeur buiten de deur af. Dat betekent uit eten, samen een waterpijp roken. Gelukkig zijn er steeds meer cafés gekomen waar het normaal is dat vrouwen ook meeroken. Traditioneel hoort een vrouw in de vrouwenafdeling te zitten, maar ik heb me nooit laten wegsturen. Haha, sommige cafés en restaurants kennen me inmiddels, dat is mijn verworvenheid als buitenlander. Gek genoeg zijn mijn vrouwenvriendschappen minder met Koerdische vrouwen, meer met andere expats. Vrouwen in Koerdistan die werken en wat intellectueler zijn, hebben het altijd druk. Dat blijft dus bij even kletsen of chatten, ze hebben geen tijd voor meer."

In juni stond het sociale leven in Koerdistan even stil. De militanten van IS rukten op, de stad Mosoel werd onder de voet gelopen. Het gevoel onder de Koerden was eerst: dit is onze kans. Terwijl IS oprukte richting de sjiieten in Bagdad, maakten de Koerden gebruik van het terugtrekkende Iraakse leger om hun droomkaart te verwezenlijken. Betwist gebied werd ingenomen, maar veel oog voor een goede verdediging was er niet. Daarom hield iedereen de adem in toen IS zich in augustus ineens toch op Koerdisch gebied richtte, en de yezidi's en de christelijke dorpen aanviel. Ineens lag het front twintig kilometer van haar nieuwe huis in Erbil, de stad waar Neurink heentrok nadat ze eind 2012 het mediacentrum overdroeg aan een nieuwe directeur.

Waarom zag ze die opmars niet aankomen? Dat vraagt ze zich nog weleens af. "Ik leef tussen de Koerden, was misschien verblind door de euforie om me heen over de eigen staat die dichterbij kwam. Maar geen haar op m'n hoofd heeft aan vluchten gedacht. Hier in Erbil is ook actief op de bevolking ingepraat: ga niet, want een lege stad lopen ze zo onder de voet. Bang was ik niet. Zelfs niet toen ik vanuit mijn wijk een Amerikaans bombardement op de stellingen van IS zag. Mijn familie in Nederland was erg ongerust, ik heb tientallen reacties gekregen van mensen die aan me dachten. Op aandringen van vrienden in Erbil heb ik een vluchtplan gemaakt en de tank van m'n auto altijd vol gehouden. Daarmee zou ik naar de Turkse grens rijden, mocht IS verder oprukken, of desnoods naar de Iraanse grens.

"Ik voel me geen oorlogsverslaggever. Veel collega's en kennissen hier denken met me mee als ik op reportage ga, of het veilig kan, waar ik langs moet rijden. Ja, er is een situatie geweest dat de redactie in Amsterdam een reisje niet veilig achtte, terwijl ik dacht dat het kon. Dan ga ik niet. De verhalen zijn overal. In mijn dagelijks leven is de oorlog heel dichtbij gekomen. Sam verloor een familielid bij de peshmerga's, een neef van een goede vriend sneuvelde. Khidher, een andere vriend, is zelf yezidi en door hem heb ik voor het eerst een journalistiek principe aan de kant geschoven. Met hem en anderen heb ik een hulpactie opgezet voor een yezidi-dorp. Zelf meedoen, in plaats van alleen erover schrijven, omdat niemand anders deze mensen hielp. Maar dat was eenmalig, omdat ik er zo door geraakt werd."

Irak lijkt terug bij af, nu zelfs wordt gesproken over de inzet van een herrezen republikeinse garde van voormalig dictator Saddam om IS te verjagen. Toch heeft IS geen lange adem, daar is ze van overtuigd. "Het verzet zal van binnenuit moeten komen, van de soennieten, en ik hoop dat de Koerden daar ook een rol in zullen spelen. Ik heb me de afgelopen tijd verdiept in deze vijand, in wat die jonge mensen aantrekt in deze strijd. Het is een mengeling van seks en geweld, verbondenheid, gedeelde afkeer van een samenleving die hen niet wilde. Hun propaganda is heel aantrekkelijk, met mooie mannen. Een mix van Hollywood en computergames. Wat kunnen wij daartegenover stellen? Daar moeten de Koerden zich over buigen, want radicalisering speelt ook onder hun jongeren. Het is geen oplossing ze allemaal op te sluiten. Alle Iraakse leiders van IS zijn geradicaliseerd in Amerikaanse gevangenissen in Irak. Tegelijkertijd: de angst voor aanslagen hier is reëel. Onder de vele nieuwe vluchtelingen zitten sympathisanten van IS, en zelfs strijders."

Ooit nam ze zich voor in Koerdisch Irak te blijven tot de onafhankelijkheid zou komen. Nieuwsgierig of de zwaar verdeelde Koerdische partijen de eenheid zouden kunnen bewaren, of ze het financieel redden. Dit voorjaar was ze optimistischer dan ooit. Vandaag zijn er weinig lichtpunten over.

"Ik ben somber over de toekomst. Er staan vaker rijen bij de pomp, in de winkels ligt minder, mensen trekken weg. Zelfs de Koerdische Nederlanders die recent pas terug waren gekomen. Er is gewoon geen werk meer. Soms zie ik spoortjes van verandering in de samenleving, bij de jeugd vooral. Tegelijkertijd zal ik nooit wennen aan de manier waarop alles hier politiek gekleurd is, ook de journalistiek nog steeds. En ik blijf me ergeren aan de omzichtigheid waarmee Koerden hun mening geven, soms niet durven geven. Dat levert pijnlijke situaties op in het werk of in vriendschappen.

"Waar ik oud wil worden? Mmmm. Ik mis niet zo heel veel van Nederland. Ja, de zee. De vrijheid om zomaar langs het strand te wandelen. Maar in Koerdistan heb ik een plek gevonden. Ik heb Nederlandse én Iraakse familie, zo voelt het. Misschien eindig ik ergens in het midden, in Libanon waar ik sinds kort een flatje aan zee heb."

Thuis in het Midden-Oosten

Judit Neurink (Goor, 1957) woont in Erbil, het Koerdische gedeelte van Irak. Sinds 2008 werkt ze in dit deel van het Midden-Oosten als correspondent van Trouw. Ook zette ze daar het mediacentrum IMCK op, gesteund door de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited. Ze verzorgde trainingen voor Koerdische en Iraakse (Arabischtalige) journalisten om zo de kwaliteit van pers en democratie te verbeteren. Naast journalist is Neurink ook auteur. Haar nieuwste boek dat in februari verschijnt, gaat over het geloof van de IS-militanten. Over de laatste Joden in Irak schreef Neurink dit jaar 'De Joodse bruid', over haar leven in Irak 'Mijn Iraakse familie' (2011), over families in Bagdad 'De bange stad' (2009) en over de Iraanse radicale groepering Moedjahedien Khalq 'Misleide martelaren' (2005).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden