'Altijd een toeschouwer geweest'

interview | Voordat regisseur Theu Boermans (65) naar de toneelschool ging, had hij nog nooit een toneelstuk gezien. Venlo had in de jaren zestig niet zo'n rijk cultureel leven. Sindsdien is het theater zijn leven. 'Als ik een Tsjechov regisseer, dan gaat het ook over mij.'

Les 1

Maak van je levensinstelling je beroep

"Als kind droomde ik over van alles, maar niet over theater, film of tv. Voordat ik naar de toneelschool ging, had ik zelfs nog nooit een toneelstuk gezien. Venlo, waar ik opgroeide, had niet zo'n rijk cultureel leven. Er was wel veel volkscultuur en hoewel er bij ons thuis wel toneel werd gespeeld, zag ik dat nooit als een beroep. Uiteindelijk bleek toneelspelen het enige wat overbleef: ik had een nogal woelige puberteit die vooral in het teken stond van datgene wat ik níét wilde. ADHD of ADD bestond in die tijd nog niet, maar ik denk wel dat ik zo'n klant was: ik was moeilijk in het gareel te houden.

Ik keek als jongetje veel naar mensen: naar wat hun drijfveren konden zijn en wat er in hun hoofd omging. Ik kom uit een grote katholieke familie met veel ooms die sigaren rookten en meerstemmige kerstliederen zongen - een beetje 'Het verdriet van Limburg'-gevoel - en daar keek ik dan naar. Ik was een toeschouwer.

Op mijn twaalfde werd ik naar een internaat gestuurd waar het toeschouwer zijn werd versterkt door gevoelens van ontheemding en eenzaamheid. Ik besefte niet dat toeschouwer zijn een manier was om naar de wereld te kijken. Die aangeboren levensinstelling is later via het toneelspelen mijn beroep geworden."

Les 2

Laat de ander voorgaan

"Ik kom uit een gezin met vijf kinderen. We woonden in een niet al te groot huis en zaten dus erg dicht op elkaar. Als je met zeven man in zo'n klein huis woont waar het lastig is om je privacy te vinden, dan wordt er gevochten om het toilet: dat was de enige plek waar je alleen kon zijn. Daar moest ik herhaaldelijk aan denken toen ik het toneelstuk ANNE ensceneerde, waar zoveel mensen op een kluitje zaten. Het is een microkosmos waarin je leert met elkaar om te gaan. Bij ons thuis gold: je laat een ander voorgaan. Dat kon ook niet anders, want als iedereen voor z'n eigen hachje ging vechten waren er natuurlijk voortdurend conflicten. Mijn ouders waren er wel erg kien op dat iedereen tot z'n recht kwam.

Ik weet niet of het door mijn jeugd komt, maar ik beoordeel mensen erg op wat ze voor andere mensen betekenen. Dat is wel heel christelijk, maar uiteraard weet ik dat daar ook een soort eigenbelang achter zit. Laatst zag ik een programma over mensen die naar Lesbos gaan om vluchtelingen te helpen, waarin iemand zei: ik doe het omdat ik mezelf goed wil voelen doordat ik wat betekend heb voor anderen en om mijn geweten te sussen en mijn schuld in te lossen. Dat principe ken ik en ik vind het een interessant dilemma: beteken ik nu iets voor die ander of beteken ik vooral iets voor mezelf? Wegcijferen en offeren is niet alleen een thema uit het christendom, maar ook een centraal thema in Griekse tragedies."

Les 3

Als stilstand dreigt moet je door

"Ik ben begonnen als acteur omdat dat de meest directe manier was om bij het toneel terecht te komen. Ik heb lang onder leiding van Gerardjan Rijnders gespeeld en destijds waren we vooral bezig om het bestaande toneel af te breken. We speelden wel repertoiretoneel, maar we deden het ánders. En dat anders doen en afbreken was belangrijker dan dat je als acteur groeide en tot gelding kwam. Ik heb veel grote rollen gespeeld, maar ik had de indruk dat ik maar 60 procent speelde van wat die rol had kunnen zijn: meer werd niet van me gevraagd en was op dat moment ook niet belangrijk. Maar op een gegeven moment dacht ik wel: dit is stilstand. Ik werd ook steeds irritanter voor collega's omdat ik om te krijgen wat ik als acteur nodig had, mijn eigen collega's ging regisseren. Op een gegeven moment ging Gerardjan weg uit Eindhoven en ben ik gestopt als acteur: er was destijds nergens een plek binnen het Nederlands toneel waar ik als acteur uitgedaagd kon worden of verder kon komen. Toen ben ik zelf met een gezelschap begonnen - De Trust - en ben ik gaan regisseren zoals ik dacht dat het moest."

Les 4

Je weet nooit waar je uitkomt

"Ik maak nooit toekomstplannen: waar ik stappen zet, wordt het grond. Op die manier begin ik ook aan het repetitieproces. Natuurlijk lees ik secundaire literatuur en weet ik min of meer waar het over gaat, maar voor de rest komt het neer op intuïtie. Een voorstelling wil zelf ergens heen en dat proces moet je ook toelaten, want dat is het prachtigste: je weet nooit waar je uitkomt. Dat is ook eng, maar daar sta ik niet meer bij stil. Als je je te veel realiseert dat je enorme budgetten opmaakt - bij Soldaat van Oranje ging het bijvoorbeeld om miljoenen - dan begin ik er natuurlijk niet aan.

Op het moment dat we het repetitielokaal in gaan, heerst er totale dictatuur. Dan zeg ik: zó wil ik het hebben. Veel van mijn persoonlijk leven gaat in een voorstelling zitten: als ik een Tsjechov regisseer, dan gaat dat ook over mij, dus ik móét ook laten zien hoe ik het wil hebben. Tegelijkertijd moet ik ervoor zorgen dat iedereen zijn rollen zo goed mogelijk speelt, want anders heb ik er niets aan - dan gaat het niet vliegen. Ik moet sturend zijn, net als een dirigent. In de voorfase probeer ik zo democratisch mogelijk te besluiten welk stuk we gaan doen en wie welke rol speelt: dan pas is de dictatuur gerechtvaardigd en stuit je tijdens het repetitieproces niet op weerstand."

Les 5

Uiteindelijk is alles materiaal

"Juist de voorstellingen die door de buitenwacht als mislukt worden beschouwd, zijn mij het dierbaarst. Die hebben namelijk een andere functie gehad: ik kon er dingen in uitproberen en ik heb vergissingen gemaakt. Ik heb diepe crisissen meegemaakt in mijn leven en die zijn op het moment zelf heel naar, maar tegelijkertijd was ik er ook heel erg nieuwsgierig naar. Want als ik in een crisis zat, keek ik er tegelijkertijd van een afstandje naar: uiteindelijk is alles materiaal. En misschien is het ook wel mijn redding, dat wat ik in mijn dagelijks leven aan crisissen en conflicten doormaak, meteen tot materiaal kan maken. Mijn voorstellingen hebben vaak te maken met de fases waarin ik zelf verkeer: ik betaal met mijn werkelijkheid.

Ik ben niet iemand die snel van het veld loopt of het conflict vermijdt omdat ik altijd benieuwd ben naar wat er uitkomt - dus óók bij de opponent. Ik kan bijvoorbeeld heel goed een conflict met iemand hebben en buiten dat conflict toch normaal met diegene omgaan. Iedereen heeft ook maar gewoon z'n opvattingen omdat je probeert het leven vorm te geven: dat die opvattingen botsen, wil nog niet zeggen dat ik niet respectvol met die persoon kan omgaan. Als je iemand tot vijand verklaart, doe je dat alleen maar om jezelf een identiteit te verschaffen: 'Ik ben degene die haat'. Dat leidt tot niets."

Les 6

Jonge mensen houden je bij de les

"Ik werk graag met jonge acteurs: die zijn gretig en willen leren. En ze houden me bij de les omdat ik voortdurend moet formuleren waarom ik dingen op een bepaalde manier doe. Als ik mijn ideeën loslaat op jonge mensen, kan ik meteen de geldigheid van die ideeën toetsen. Ik heb dan wel ervaring opgedaan in technieken en wijsheden, maar het is maar de vraag of die nog geldig zijn: ik vind dat ik daar voortdurend vraagtekens bij moet zetten."

Les 7

Laat kinderen zich tegen je afzetten

"Ik heb drie kinderen en een van hen zit nu midden in de puberteit: die is precies zoals ik vroeger was - ik krijg natuurlijk alles dubbel en dwars terug. Nu probeer ik mezelf maar de hele tijd voor te houden hoe ik mezelf vroeger heb opgesteld tegenover mijn ouders. En ik merk dat het helpt als ik denk aan hoe mijn ouders zich hebben opgesteld tegenover mij. Geef de ruimte. Laat de dingen. Geef geen advies. Maar zorg wel dat je in de buurt bent. Kinderen moeten oudermoord plegen en zich van je af duwen: daar moet je je beschikbaar voor stellen. Wát ze doen, kan alleen maar als ze zich veilig voelen om dat te kunnen doen. Daar moet je je niet door aangevallen of beledigd voelen. Maar het kan heftig zijn: ik moest soms mijn tong afbijten om niets te zeggen. Tegen wie moeten ze zich anders afzetten dan tegen jou? Daar ben je voor.

Ik heb van mijn ouders geleerd om mijn kinderen zoveel mogelijk hun eigen weg te laten vinden. De keren dat mijn vader mij van het politiebureau heeft moeten afhalen... Nu denk ik: nou, nou. Dat hebben ze nog niet zo slecht gedaan."

Les 8

Accepteer het als je werk je leven is

"In mijn leven overheerst het werk: dat is een eeuwig durend gevecht en daar heb ik me bij neergelegd. Schijnbaar wil ik dat zo. Maar daarmee zal ik niet ontkennen dat ik veel dierbaren tekort heb gedaan. Dat mijn werk het allerbelangrijkste is, is inherent aan het scheppen: dat zijn de noodzakelijke vervelende bijkomstigheden van het werk dat ik doe. Ik kan de dingen niet half doen. Ik kan wel veel dingen tegelijk doen: ik heb vijf bureaus waarop vijf projecten liggen - ik kan redelijk op verschillende borden tegelijk schaken. Ik kan het repetitielokaal uitlopen, de knop omdraaien, en een vergadering binnenlopen. Doordat ik met mijn werk getrouwd ben, is het lastig om er een normaal privéleven op na te houden."

Les 9

Het leven is zinloos, maar vier het toch

"Ik heb de conclusie getrokken dat regisseurs die voorstellingen maken met een hoopvol einde, thuis tamelijk depressieve mensen zijn. En regisseurs die voorstellingen maken met een zwartgallig einde, in het echte leven eigenlijk heel vrolijk zijn. Ik behoor tot die laatste categorie: mijn voorstellingen zijn altijd uitzichtlozer dan ik in het dagelijks leven zelf ben. Ik ben nieuwsgierig en ik leef graag. In het werk ben ik onverbiddelijk en streng en kritisch, maar wie dat in het dagelijks leven is, is niet goed bij zijn hoofd. Als het gaat over de zin van het bestaan of over wat we op deze aardkloot allemaal doen, dan maak ik me daarover niet te veel illusies. Dat is een 'vrolijke wetenschap': Nietzsche's übermensch is voor mij dan ook degene die weet dat het leven zinloos is, maar het desondanks viert."

Theu Boermans

Hij is regisseur en sinds 2011 artistiek leider van het Nationale Toneel in Den Haag. Mattheus Augustinus Irene Carmen Boermans (Willemstad, 1950) volgde de acteursopleiding aan de Toneelacademie in Maastricht. Na zijn afstuderen werkte hij als acteur onder meer bij Zuidelijk Toneel Globe. In 1988 stopte hij met acteren en richtte hij met een groep jonge acteurs theatergezelschap De Trust op, waar hij huisregisseur en artistiek leider van werd. In 2001 fuseerde het gezelschap met Art & Pro tot De Theatercompagnie. In 2011 regisseerde Boermans de musical Soldaat van Oranje (meeste bezoekers uit de Nederlandse theatergeschiedenis) en in 2014 ANNE, een toneelstuk over Anne Frank.

Op 12 januari gaat onder Boermans' regie De revisor in première bij Het Nationale Toneel. Kijk op nationaletoneel.nl voor meer informatie. Tournee t/m 5 maart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden