Altijd door de voordeur naar buiten

Ze kampen met dezelfde problemen, spreken elkaar regelmatig en vormen één front tegen het rijk: de burgemeesters van de vier grote steden. De ongekozen leiders van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag komen deze weken aan het woord in de Verdieping. Vandaag Annie Brouwer van Utrecht. 'We gaan niet meer overal achteraan sjouwen'

Annie Brouwer (Groningen, 1946) kan best om zichzelf lachen. Als ze weer eens voor een rood voetgangerslicht staat te wachten bijvoorbeeld, in het centrum van Utrecht. ,,Dat duurt altijd zó lang voordat het groen wordt. Ik ben echt de enige die daar op wacht. 'Wat sta je nou te doen', vraag ik me dan wel eens af. Maar ik heb zoiets: je hebt een voorbeeldfunctie, ook al doe je gewoon privé een boodschap.''

Ze is niet met dat burgemeestersvel aan geboren, zegt ze zelf. Haar keuze voor actieve politiek is te herleiden naar één specifieke gebeurtenis: de Molukse treinkaping, bij De Punt. Vijftien dagen zat de toen drie maanden zwangere Brouwer in de trein. ,,Ik was, na mijn studie rechten, al zeven jaar werkzaam in het Academisch Ziekenhuis in Groningen, als hoofd rechtspositie. In Groningen was ik ook geboren. Maar ik was dertig en had zoiets van: 'ik wil Groningen nog wel eens uit, voor ik doodga'. Mijn man vond uiteindelijk een baan in Nijmegen. Ik zou, tot ook mijn baan in Nijmegen begon, heen en weer reizen naar Groningen, waar ik van maandag tot donderdag zou verblijven. Maar het liep allemaal vreselijk in de soep. Ik stapte op een ochtend in een trein die door de Molukkers werd gekaapt.''

De reis die strandde bij De Punt, op maandagochtend 23 mei 1977, was het begin van een ander leven. ,,Tien jaar lang heb ik niet over die kaping willen praten. Voor mij was het voorbij. Maar dat was niet vol te houden. Dan kwam er weer een boek uit, dan was er weer een herdenking. En ik ben zo makkelijk te traceren. In die trein heb ik vijftien dagen de tijd gehad om na te denken, voordat ik werd vrijgelaten. Je eerste zorg is natuurlijk: hoe kom ik hier levend uit? Maar er waren ook momenten waarop ik dacht: ik ben nu jaren bezig geweest met studeren, baan en carrière. Dat is niet het enige in het leven. We moeten maar eens minder over politiek gaan praten en wat meer gaan doen.''

Het werd het raadslidmaatschap in Nijmegen, vier jaar daarna gevolgd door het wethouderschap sociale zaken. ,,Later was ik ook loco-burgemeester. Als ik wel eens inviel, merkte ik dat het me goed afging. Er waren in die tijd veel ontruimingen van kraakpanden, bijvoorbeeld. Ik merkte dat ik stressbestendig genoeg was. Dat had ik immers tijdens die kaping wel geleerd. Op een gegeven moment heb ik toen gesolliciteerd op de burgemeesterspost in Zutphen.''

Van Zutphen ging het in 1994 naar Amersfoort. Daarna was Utrecht in 1999 de volgende halte. Waar ze in de eerste twee steden vrijwel unaniem lof kreeg toegezwaaid als 'bruggenbouwer' en 'promotor' van die gemeenten, kreeg ze het in haar eerste jaar Utrecht flink voor de kiezen. Er heerste een 'levendige' debatcultuur. Dat is mooi Nederlands voor veel geschreeuw, op de man spelen en ongebreideld populisme. ,,Je hebt natuurlijk allemaal je eigen stijl. Couleur locale is niet voor niets uitgevonden, denk ik. Maar het was aftasten: waar sta jij, waar sta ik. We zaten toen, in 2000 vlak voor tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen, vanwege herindeling. Dan is er altijd meer turbulentie. Maar voor mij speelde toen al: ga je nou samen voor die stad of ga je als college en raad vooral op elkaar zitten reageren? Het is toch de bedoeling dat burgers er beter van worden. Op dit moment loopt dat vrij goed.''

Toch verlangen burgers tegenwoordig nogal wat, ook van de burgemeester. Dat begint al bij de vraag: wat doet zo iemand eigenlijk? ,,Dat vroegen mijn kinderen en hun vriendjes mij ook heel vaak. Veel mensen hebben er niet zo'n beeld van. Tien, twintig jaar geleden bestond heel erg het beeld van de burgervader. Bestuurlijk, een regent: zo werd er tegenaan gekeken. Het ging allemaal niet zo scherp in de meeste steden. Nu zie je de verschuiving, een verzakelijking. Mijn portefeuille veiligheid is wat de burgers het allerbelangrijkste vinden. Dat vraagt van jezelf ook alle hens aan dek.''

,,Aan de andere kant heb je ook die ombudsfunctie, dat persoonlijke. Mensen zien je als de ombudsvrouw. Men heeft een probleem: burgemeester, los het op! Maar die macht en die positie heb je helemaal niet. Ik moet dat mensen nog regelmatig uitleggen. Ik kan vaak niet meer dan bemiddelen of de juiste persoon zoeken die wel iets kan betekenen.''

Het interieur van haar kamer, op het stadhuis, is typisch Brouwer. Ruimtelijk, strak en zakelijk ingericht, maar wel met meubilair en kunstwerken die haar persoonlijk raken. ,,Ik ben functioneel en praktisch, maar ook een gevoelsmens met behoefte aan persoonlijke contacten. Dus dacht ik: een grote tafel en een groot bureau is een absoluut vereiste. Met Sjarel Ex van het Centraal Museum ben ik daarna zijn depot ingedoken en heb mooie dingen uitgezocht. Ik houd erg van het werk van Pyke Koch, ondanks zijn niet onomstreden verleden'', zegt Brouwer, haar blik op een vroeg werk van de Mussolini-bewonderaar gericht. ,,Ik ga er altijd vanuit dat je hier minstens zo veel tijd doorbrengt als thuis. Dan maak ik het hier wel aangenaam.''

Ze is warm en hartelijk, beweren de mensen om haar heen. Toch bestaat bij de buitenwereld soms het beeld van een norse, stugge vrouw. Brouwer moet je even hebben meegemaakt, lijkt het wel, om je beeld te kunnen bijstellen. ,,Ik hoor dat niet zo vaak. Ik ben wel eens formeel, als ik in functie ben. Soms zeggen mensen wel eens: op de foto lijk je zo stug. Maar dan hebben ze contact met me en blijk ik gewoon een heel vrolijk mens. Het is weer die spagaat tussen zakelijk en persoonlijk, denk ik. Je wordt heel veel aangesproken, maar dat is ook het leuke van het vak. Toen FC Utrecht de beker won, stond ik samen met mijn voorlichter tussen de menigte. Je hoort dan allerlei reacties, die over het algemeen positief zijn. Je hebt natuurlijk ook de scheldpartijen, laat ik daar eerlijk in zijn. Gescholden wordt er op dingen die kapot zijn, wegversperringen. Het zijn meestal mensen die hun zin niet krijgen.''

Was ze ook tussen de supporters gaan staan als de gemeente FC Utrecht niet van de ondergang had gered? Bijna verontwaardigd klinkt een kordaat 'ja'. ,,Ik ben niet laf en ik ben ook niet bang. Bij demonstraties ga ik altijd via de voordeur naar buiten. Ook al vraagt de politie of ik de zijdeur wil nemen. Ik vind gewoon dat je uit moet komen voor de dingen die je vindt. Wat hier gebeurt, wordt democratisch besloten. Dus kan ik door de voordeur naar buiten.''

Bovendien ergert Brouwer zich soms aan aanhoudende klaagzangen van burgers. Van kreten als 'laat de overheid het maar oplossen', wordt ze bijkans onpasselijk. ,,Als mensen komen klagen, vraag ik vaak: wat heb je nou zelf gedaan? Het klinkt misschien wat pathetisch, maar de wereld is natuurlijk ook veranderd. We zijn intoleranter geworden en kloppen eerder aan bij een instantie, dan dat we ons zelfoplossend vermogen aanboren. Na de lage opkomst bij de tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen in 2000 dacht ik: we moeten het burgers naar de zin maken. Dat deden we ook, bijvoorbeeld bij allochtonen. Een soort pamperen. Achteraf denk ik, dat hadden we niet moeten doen. Als iemand klaagt over het vuil op straat, vraag ik als eerste: wie gooit het daar dan neer? We gaan niet meer overal achteraan sjouwen.''

Maar tegelijkertijd baart de onverschilligheid bij een groot deel van de kiezers haar ook zorgen. Zeker nu de koers naar een gekozen burgemeester definitief is ingezet. Ze is geen groot voorstander, zeker niet als er louter een representatieve functie overblijft. Een gekozen burgemeester moet echte bevoegdheden krijgen. ,,Het is aan de minister én de burgemeesters om er iets goeds van te maken. Zelf heb ik er geen last van dat ik niet gekozen ben. Toch zou ik het bij het veiligheidsbeleid wel prettig vinden. In Utrecht doen we veiligheid met maar twintig fte's, terwijl je er wel keihard op afgerekend wordt. Als ik me verkiesbaar zou moeten stellen op een programma, dan zou veiligheid een nog veel grotere prioriteit krijgen.''

,,Ik maak deel uit van de laatste generatie benoemde burgemeesters. Maar als je straks een burgemeester moet kiezen, doe het dan alsjeblieft gelijk goed. En niet zoals nu: een personalityshow, zoals in Vlaardingen. Dat zegt mij niets. En je moet niet denken dat bij een burgemeestersverkiezing opeens 80 procent van de bevolking naar de stembus zal gaan. Dat is een illusie. Met mijn collega's van de vier grote steden hadden we laatst een gesprek met de Amerikaanse ambassadeur en een adviseur van Bush. Die adviseur was ergens burgemeester geweest. Ik vroeg: hoeveel procent van de bevolking heeft tijdens die verkiezing zijn stem uitgebracht? Toen zei hij: 28. Daar schrok ik wel even van.''

,,Het blijft me verbazen: er wordt veel geklaagd, maar in Utrecht kwam niet meer dan 50 procent van de bevolking naar de stembus. Ik ben thuis opgevoed met het idee: wil je iets bereiken, doe er dan ook wat aan. Mijn vader was een echte rooie en hoofd der school. Hij heeft het mij met de paplepel ingegoten: als je mee wilt doen, moet je ook je stem uitbrengen. Mijn kinderen hebben ook een zware dobber, als ze tegen mij zouden zeggen: we gaan niet stemmen. Dat is dus ook nooit gebeurd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden