Altijd die twijfel, maar vooral toch ook bewondering

Het was drukkend warm die dag. De mannen in de kantine dronken bier uit grote glazen. Op de televisie reden mannen in fel gekleurde pakken tegen een berg op. Er werd niet veel gesproken. Af en toe werden meningen geponeerd, vrijwel uit het niets.

Het waren mededelingen, of ¿ in het beste geval ¿, hardop uitgesproken twijfels. De mannen in de kantine waren wielerliefhebbers. Sceptische liefhebbers, dat wel. Het wantrouwen werd hardop uitgesproken, als steentjes werden de standpunten in de vijver van twijfel geworpen, maar meer dan een rimpeling veroorzaakte het niet.

Forse man, in zwembroek: "Zo'n Froome. Dat kan toch niet?"

Stilte.

Nog een poging, van de forse man: "Zie je hoe hij versnelt. Ik weet het niet hoor. Ik weet het niet."

Stilte.

Op televisie rijdt Christopher Froome heel hard tegen een berg op. Zijn tegenstanders puffen en steunen.

Man met voetbalshirt: "Toch wel indrukwekkend hoor. Tsjee."

Fransman van middelbare leeftijd: "Tsss. Pfff. Bon. Bon."

In het zweterige Franse campinglokaal zitten mannen met een wielerhart. Het is half vijf. Buiten schijnt de zon. In de verte componeren vrolijke kinderstemmen een symfonie van vakantiepret. Aanlokkelijke geluiden, bij een graad of dertig. Toch zitten de mannen voor de televisie. De reden laat zich raden. "Deze etappe wilde ik echt niet missen", zegt iemand. En een ander: "Wat een rit. Wat een rit." De Fransman zucht en steunt. In zijn ogen licht verrukking op. Soms fluit hij bewonderend tussen zijn tanden.

Toch is er ook het ongeloof. Iedere keer als er een opmerking wordt gemaakt, vaak zomaar, in het luchtledige, klinkt de aarzeling door. Moeten we geloven wat we zien? Kan het wel, wat die Froome doet en deed? En wanneer horen we de waarheid. Is er wel een waarheid?

Steeds weer wordt de wielerwereld opgeschrikt door nieuws uit een pervers verleden. Vorige week Jeroen Blijlevens. Deze week Erik Zabel. Het is de bevestiging van wat we allang vermoedden, zeker na de dopingbekentenissen van Armstrong en Rasmussen. Volgende week zal waarschijnlijk weer iemand opbiechten wat hij zoal in de aderen heeft gespoten. En de week daarop een ander. En zo zal het doorgaan, tot iedereen die de regels heeft overtreden zal zijn ontmaskerd. En wat weten we dan? Hetzelfde als nu ¿ alleen is het dan bevestigd.

Maar wat weten we dan echt? En wat zegt het over het nu? Keken we al die jaren niet vol spanning naar de Tour de France. Zelfs in sponzige zaaltjes, op warme campings ¿ diep in Frankrijk? Verwonderden we ons niet over de maniakale manier waarop de renners zich ieder jaar weer op de Tour de France stortten? Waren de twijfels van dit jaar niet dezelfde als die van pak 'm beet tien, vijftien jaar geleden? Zaten de mannen en vrouwen er een jaar later niet weer, met dezelfde twijfels en dezelfde vragen ¿ nooit volledig beantwoord?

Natuurlijk. Volgend jaar zullen ze er weer zitten. Klaar om bedonderd te worden. En om te genieten van het wielrennen, want boven alle twijfel verheven was er bewondering voelbaar. Voor die afgetrainde mannen in kleurrijke pakjes, die snoeihard tegen een berg opfietsten.

"Ohhhh", zei de Franse man, nam een slok en verdween ¿ vlak na de finish. Hij had genoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden