'Altijd de taal van de Inquisitie'

Salman Rushdie ondervindt al vier jaar dag en nacht wat de consequentie is van de Iraanse dictatuur die in de cultuur voor 'godslastering' geen ruimte laat. " Mijn leven is volkomen ontwricht. Wat ik aan het doen ben, is me verdedigen als een kat in het nauw."

In de New York Review of Books van 4 maart aanstaande zegt de schrijver van 'De duivelsverzen': "Ik heb altijd onderstreept dat wat mij is overkomen, alleen maar het best bekende geval is onder wijdverspreide, coherente pogingen om alle progressieve geluiden te onderdrukken, niet alleen in Iran, maar in de hele islamitische wereld. De argumenten die tegen deze mensen worden gebruikt, zijn altijd dezelfde: het is altijd belediging, vergrijp, blasfemie, ketterij de taal van de Inquisitie. En je kan je blik verruimen en hetzelfde proces waarnemen buiten de moslim-wereld, waar dezelfde strijd doorgaat, de strijd tussen het heilige en het profane. En in die oorlog sta ik aan de kant van het profane."

Toen vijftig Iraanse ballingen vorig jaar al in het openbaar naar buiten traden en het voor Rushdie opnamen, schreef hij hen in een persoonlijke brief dankbaar:

"Dat ik in hetzelfde schuitje zit als u maakt mijn isolement aanzienlijk minder pijnlijk. Het voelt soms vreemd aan zo intens betrokken te zijn geraakt bij een land dat het mijne niet is en dat ik slechts eenmaal bezocht, toen ik 21 was. Maar een van de (weinige) voordelen van deze laatste jaren is geweest dat ik iets meer heb geleerd over de tegenstanders van dat wraakzuchtige en wrede regime, dat, zoals alle dictaturen, op zekere dag vast en zeker tot stof zal vergaan, met achterlating slechts van stank.

Tyrannieen lijken eeuwig, totdat ze ten val komen, waarna de wereld inziet hoe krakkemikkig ze waren en zich afvraagt hoe ze zich ooit door hun poespas heeft kunnen laten beetnemen."

De vijftig ballingen, die eerder hun stem verhieven, zijn ook te vinden onder de tweehonderd namen van een nieuw statement ter verdediging van Rushdie. Zij lopen met hun openlijke verklaring een risico: niet alleen mag hun werk sinds vorig jaar niet meer door Iraanse uitgevers worden afgedrukt, ook hebben ze uit de Iraanse pers mogen vernemen dat zij, nu zij zich achter Rushdie scharen, de kans lopen in navolging van Rushdie zelf slachtoffer van de fatwa te worden.

Twee ondertekenaars in het bijzonder steken hun nek uit. De dichters Nader Naderpoer (in ballingschap in de Verenigde Staten) en Esmail Khoi (Engeland), in Iran alom bekend, mogen sinds hun eerdere verklaring zelfs niet meer bij name genoemd worden in de Iraanse media.

Verboden

Onder het bewind van de sjah was het de Savak (geheime politie) die schrijvers en kunstenaars dwarsboomde, in de gevangenis stopte, hun boeken en schilderijen vernietigde. Sinds ajatollah Khomeini's revolutie van 1979 is dit het werk van de Ershad, het Iraanse ministerie van islamitische leiding en culturele zaken, dat met hulp van knokploegen van de Hezbollah (fundamentalistische moslims) filmvertoningen en exposities verbiedt of verstoort. Veel literatuur is verboden: werk van beroemde Iraanse schrijvers als Sadeq Hedayat en Ahmad Shamloe, vertaald werk van Emile Zola, Samuel Beckett, Harold Pinter, Yukio Mishima en Gabriel Garcia Marquez.

De lijst van Iraanse verboden werken zegt buitenstaanders niet veel, omdat die geen Farsi (Perzisch) lezen of verstaan. Dat geldt ook voor de lijst van kortelings of tot op de dag van vandaag vastgehouden intellectuelen, wier namen buiten Iran geen grote bekendheid genieten, zoals die van de schrijfster Shahrnoesh Parsipoer, de psycholoog Taqi Modaressi, of uitgever Abbas Ma'roefi van het culturele maandblad 'Wereldwijd'.

Levens

De buitenwereld reageert overigens niet opzienbarend meer verontrust, als er mensenlevens in het geding zijn.

In 1992 werkte Engeland drie Iraniers liever het land uit dan ze vanwege hun activiteiten te vervolgen. Er was de poging tot moord op Rushdies Italiaanse vertaler en de - geslaagde - moordaanslag op zijn Japanse vertaler.

Tegenstanders van de Iraanse dictatuur vonden de dood: de dissidente Iraanse zanger Fereydoen Farokhzad werd in Keulen door een Iraans moordcommando in stukken gehakt en in een zak gestopt, de voormalige premier Bakthiar werd in Parijs met messteken afgemaakt, de dichter en theaterregisseur Said Sultanpoer en de schrijver en vertaler Hossein Sadri werden in Teheran geexecuteerd, een tegenstander van het moslim-fundamentalisme als de Turkse theoloog Turan Dursun werd vermoord, de Turkse journalist Ugur Mumcu in zijn auto opgeblazen.

Dankzij organisaties als de Association Internationale de Defense des Artistes (AIDA), Index on Censorship en Article 19 kan de moord op deze dichters en denkers nog altijd niet als 'betreurenswaardig' worden afgedaan en waait hun dood niet over.

In het geval van Rushdie lijkt de internationale pressie na vier jaar eindelijk zelfs enig resultaat te hebben: de schrijver is op het Britse ministerie van buitenlandse zaken ontvangen door staatssecretaris Douglas Hogg, die verklaarde dat het nu het beste was de zaak hoog te spelen ('keeping a high profile'). Rushdie zei hierover, blij en verbitterd tegelijk:

"Het kostte de regering vier jaar zich te realiseren dat de behoedzame aanpak ('softly-softly-approach') niet werkt. Ik heb er spijt van dat ik mijn mond zo lang gehouden heb. Ik liet de andere kant de agenda bepalen." (The Independent, 11 februari).

De laatste maanden nam hij dan ook nadrukkelijk zelf het initiatief. Hij bezocht negen landen, waarvan er een beloofd heeft de kwestie aanhangig te zullen maken bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Ook heeft hij zijn hoop gesteld op de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, die geneigd zou zijn Rushdies zaak in de Raad van Europa te brengen.

In interviews deze week daagde Rushdie de Britse premier, John Major, uit om hem te ontvangen en samen met hem op de foto te gaan: "Als een symbolisch gebaar hebben we een ontmoeting met de premier, hoe kort ook, nodig."

Maar Khomeini's fatwa is toch eeuwig? Hoe zouden dan bijvoorbeeld sancties de Iraanse leiders de uitspraak kunnen doen intrekken?

Rushdie: "Onlangs is in Iran voor het eerst door een functionaris verklaard dat de situatie om 'redenen van nationale veiligheid' anders zou kunnen komen te liggen. Het was toch ook allemaal flauwekul. Iran wordt geleid door een godsdienstige fascistische dictatuur - zo, die woorden durfde ik vier jaar geleden niet te gebruiken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden