Altijd daar zijn, waar zich de problemen voordoen Periode-McCarthy was in Amerika een vreselijke tijd

MADRID - Opvallend aan de 365 oud-Spanje-strijders, die deze week in Spanje herdenken dat de Spaanse Burgeroorlog 60 jaar geleden begon, is dat velen nog zo goed Spaans spreken, zelfs als zij sinds 1938 niet meer in het land zijn geweest.

ANITA LOWENHARDT

Opmerkelijk is verder dat de meesten tot op hoge leeftijd een zeer actief leven hebben geleid en sommigen dat nog steeds doen. Dat geldt zeker voor Virginia Malbin-Covici, 80 jaar en ongelooflijk vitaal. “Hoe krijg jij het toch voor elkaar om altijd op díé plaats te zijn waar de meeste problemen zijn”, zei haar zoon eens. Het is de geschiedenis van haar leven in een notedop.

Virginia Covici werd in 1916 geboren in Chicago uit joodse ouders. Haar vader kwam uit Roemenië, haar moeders familie uit Letland. Op de middelbare school won Virginia een beurs voor de universiteit, waar ze anders nooit naar toe had gekund, want haar vader stierf toen ze vijf was. Bovendien was het de tijd van de grote recessie, die begon met de beurskrach van 1929.

Ze studeerde biologie en psychologie, maar was vooral geïnteresseerd in sociaal werk, omdat dat volgens haar dé manier was waarop de slachtoffers van de massale werkloosheid konden worden geholpen. De universiteit stond midden in de zwarte wijk van Chicago, wat Virginia deed besluiten te ijveren voor goede huisvesting voor zwarten.

Intussen had ze iemand leren kennen met wie ze trouwde toen ze 18 was. Hij vestigde zich als arts, zij kreeg werk als sociaal werkster en “leerde de werklozen hun weg te vinden in de bureaucratie, opdat ze zouden krijgen waar ze recht op hadden.” Ze was mede-oprichter van de eerste Amerikaanse vakbond voor sociaal werkers, “héél ongewoon omdat tot dan toe er alleen vakbonden voor handarbeiders waren.”

Toen Virginia en haar man hoorden dat de jonge Spaanse republiek werd bedreigd door Franco, besloten ze naar Spanje te gaan. “Niet alleen vanwege de dreiging van het fascisme in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje, ook vanwege de fascistische en antisemitische stromingen in Amerika.” Híj ging begin 1937, als hoofd van een groep artsen en verpleegsters uit Chicago. Zij volgde in augustus als vertegenwoordigster van het 'Comité van sociaal werkers tot hulp aan de Spaanse democratie', met als eerste doel informatie te verzamelen over waar de burgers in de Spaanse republiek de meeste behoefte aan had en wat daar van Amerika uit aan kon worden gedaan.

Daarbij werkte ze voor de Franse Commissie voor hulp aan kinderen en reisde ze geregeld uit Spanje naar het internationale kantoor van de Internationale Brigades in Parijs om te overleggen over het probleem van de vele vluchtelingenkinderen.

In Spanje hielp ze bij het onderbrengen van mensen die uit fascistische delen waren gevlucht en bij de distributie van voedsel en medicijnen. “Toen de hulp voor de vluchtelingenkinderen was geregeld, ging ik naar Amerika om lezingen te houden over Spanje en geld in te zamelen”, vertelt Virginia. In juni 1938 werd ze gevraagd als sociaal werkster voor de medische dienst van de Internationale Brigades. In die hoedanigheid assisteerde ze in Barcelona, vlak voor en tijdens de ontbinding van de Internationale Brigades, bij de evacuatie van gewonde Interbrigadisten en vooral bij het zoeken naar veilige plaatsen voor diegenen die niet terug konden naar hun eigen landen, zoals Duitsland, Italië of Polen.

Haar ogen stralen als ze vertelt over de samenwerking tussen al die mensen van 54 verschillende nationaliteiten, die in Spanje waren met hetzelfde doel: het fascisme een halt toeroepen. “Het is zó hoopvol dat mensen samen tot zoiets in staat zijn.”

Terug in Amerika was de ontvangst koeltjes. Zó populair waren deze 'communisten' niet in de meeste landen van herkomst. Haar man en zij gingen over tot de orde van de dag. Ze kregen twee kinderen en zij werd actief in de 'progressieve' politiek.

Inmiddels was in Amerika de McCarthy-periode begonnen en natuurlijk waren zij en haar man verdacht. Niet alleen als oud-Spanjestrijders, maar vooral door Virginia's activiteiten voor vrede, vluchtelingen, zwarte activisten en in de vakbond. “Omdat ze mij niet konden pakken - ze waren vooral geïnteresseerd in het 'onthoofden' van kopstukken van organisaties die ze verdacht wilden maken - kreeg mijn man een oproep om voor de McCarthy-commissie (die onderzocht 'communistische' activiteiten) te verschijnen. Gelukkig heeft hij nooit hoeven te getuigen, omdat hij ziek werd.”

“Het was echt een vreselijke tijd, er was zoveel angst. Angst om je baan te verliezen, angst voor elkaar, om met elkaar te praten, zelfs in je eigen huis durfde je niet met je kinderen te praten, uit angst voor afluisteren of dat ze hun mond voorbij zouden praten. Als er bij ons een vergadering was, zagen we de politie de nummerborden van de auto's van onze gasten noteren. Weet je, alles was verdacht voor de McCarthy-commissie, elke afwijking van de status quo, als je hardop zei dat je iets wilde veranderen in de maatschappij was je een communist.”

Het duivelse was dat alle media meewerkten, waardoor de mensen werden gehersenspoeld. Als je elke dag leest of hoort dat het communisme Amerika bedreigt, moet je het op het laatst wel geloven. En dan te bedenken dat wat wij deden, in vakbonden, in actiecomité's en zelfs onze visa voor Spanje, allemaal legaal was. Ik was weer gaan werken als sociaal werker en moest een eed afleggen dat ik geen lid was van een organisatie die banden had met het communisme. Toen heb ik gezegd dat die lijst zo lang was dat ik dat niet kon en heb alleen een loyaliteitsverklaring voor mijn land afgelegd.''

Toen Virginia's man was gestorven, hij was midden 40, ging zij werken aan de Universiteit van Berkeley en later die van San Francisco. Daar kwam ze midden in de studentenrellen van eind jaren '60 terecht, vooral gericht tegen de oorlog in Vietnam. “Uit solidariteit wilden we geen college even op de campus, dus deden we dat in kerken. Ook daar kwam de FBI me vragen of ik namen wilde noemen van activisten of communisten, maar ik wist daar mee om te gaan en antwoordde dat ik ze de naam van mijn advocaat kon geven.”

In Californië bleef ze ook actief in de zwarte beweging voor burgerrechten, was ze mede-oprichter van de Bond van hoogleraren in Californië, in de organisatie Vrouw voor vrede, de anti-Vietnam beweging én de Grijze panters. Ook ging ze steevast naar de maandelijkse ontmoetingen van Spanje-veteranen.

Strijdbaar is ze nog steeds, al zou je dat niet afleiden uit haar fragiele gestalte en zachte stem. Op alle bijeenkomsten die voor de Interbrigadisten in Spanje zijn georganiseerd, maakt zij aantekeningen. “Ik heb beloofd verslag uit te brengen aan de leden van de Internationale vrouwenbond voor vrede en vrijheid én aan de organisatie van progressieve joden. Ja, natuurlijk blijf ik actief, zoals de meeste Spanjeveteranen. Wat kun je anders, als je de strijd in Spanje hebt meegemaakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden