Altijd bezig met taal

Jacques Kraaijeveld 1953-2016

Hij moest niets hebben van begraafplaatsen. "Het zijn onbetamelijke oorden des verderfs. Groeven van gemeentelijke geldzucht ook. En het ergste van alles: ze wakkeren valse sentimenten aan, gevoed door religieuze motieven", schreef hij in een beschouwing die Trouw in 2012 plaatste in Letter&Geest. "Je moet haast een ziekelijke inborst hebben om wél aangetrokken te worden door zo'n verzameling zerken bij elkaar."

En nu ligt hij er zelf. Toen het tijd werd om over zijn einde te spreken, liet Jacques Kraaijeveld zijn vrouw en kinderen de vrijheid. Zij zouden immers moeten leven met zijn dood. "Mijn mening is geen wet van meten en persen", zei hij, met een van zijn woordspelingen die hem altijd makkelijk van de tong rolden.

Zijn spel met de taal was voor hem belangrijker dan welke zerk dan ook. Hij ging met het woordenboek naar bed. Maar het duurde een tijd voordat hij van de taal zijn werk kon maken.

Zijn vader wilde dat hij boekhouder werd, net als hij zelf. Bij de Sliedrechtse koekjesfabriek Merba, destijds befaamd om zijn kletsmajoors, had hij een verantwoordelijke financiële positie. Maar Jacques nam weinig aan van zijn vader die hij veel te oud vond.

Hij was de jongste in het gezin van zes kinderen. Een dubbel nakomertje, noemde hij zichzelf want hij was zes jaar jonger dan een zus die op haar beurt ook zes jaar scheelde met de laatstgeborene.

Dus vaders wil was voor hem geen wet. Hij ging naar de kweekschool, niet om onderwijzer te worden, maar gewoon omdat hij zo gauw niets anders wist. Toen hij daarmee klaar was, ging hij als invaller les geven op een huishoudschool en studeerde verder om actes Nederlands en Engels te halen.

Ook tartte hij zijn vader (en het conservatieve baggeraarsdorp Sliedrecht) door de militaire dienstplicht te weigeren. Als zogeheten gewetensbezwaarde deed hij vervangende dienst bij het arbeidsbureau in Dordrecht.

Hij had toen al vaste verkering met Sophia, een meisje uit het dorp, ook een Kraaijeveld maar geen familie. Veel later zou hij met drie anderen een boek schrijven over de Kraaijevelds, waaruit bleek dat hij en Sophia afstamden van grootvaders die neven waren. "Zij is van de blonde kraaien en ik van de zwarte kraaien", zei Jacques.

Van grotere zorg voor de familie was dat zij nog maar zeventien was en hij al 23 toen ze elkaar ontmoetten. Bij hem begon zijn zwarte haar al te vergrijzen, zodat ze eens voor vader en dochter werden aangezien. Toen zij op de sociale academie in Ede zat en daar op kamers woonde, mocht hij in de weekeinden bij haar slapen omdat de hospita dacht dat hij haar broer was. In die tijd schreven ze elkaar elke week een brief, die ze altijd op woensdag ontvingen.

Ze werden echt man en vrouw in 1978. Op hun bruiloft hadden ze wortels en andere rauwkost als borrelhapjes, want ze waren vegetariër geworden. Dat hebben ze volgehouden tot hun drie kinderen, Ruben, Ruth en Joram, die bij opa en oma wel gehaktballen kregen, de smaak van vlees te pakken kregen.

Ook in andere opzichten waren ze anders dan anderen. Jacques moedigde Sophia aan om te studeren en te blijven werken. Hij deed veel huishoudelijk werk. Koken deed hij graag, vooral Italiaans. Sophia stond liever met een boor in de hand om te klussen. Op het huishouden keek hij niet neer. Hij vond dat zijn moeder ook wel een lintje had verdiend als huisvrouw, zoals zijn vader dat kreeg na veertig jaar werken.

Na zijn alternatieve dienstplicht had Jacques moeite om opnieuw een baan te vinden in het onderwijs. Hij schreef wel honderd sollicitatiebrieven. Veel later zou hij van een schooldirecteur horen wat hij al vermoedde: die dienstweigering speelde hem parten. Uiteindelijk lukte het hem werk te vinden bij Scholengemeenschap Frederika Fliedner in Dordrecht. Daar bleef hij vijftien jaar.

Naast zijn docentenbaan en het huishouden, bleef Jacques leren. 's Morgens vroeg en 's avonds studeerde hij voor de middelbare onderwijsactes Engels en Nederlands. Hij was gedisciplineerd, ook in zijn vrije tijd. Zo moest hij van zichzelf 10.000 kilometer per jaar fietsen, een van zijn liefhebberijen. Ook was hij graag zuinig en hij stelde zichzelf besparingen tot doel. Hij had toch iets van een boekhouder in zich.

Luxe kwam hem soms aanwaaien. Zoals toen hij in een wedstrijd in reclameleuzen een Mercedes E-klasse won. Hij ruilde de auto meteen in voor twee eenvoudiger wagens van de A-klasse. "Ik ga niet naast mijn schoenen rijden", zei hij. Zo won hij ook een duur kostuum. Hij droeg dat nooit, hij voelde zich beter in spijkerbroek.

Toen het onderwijs begin jaren negentig in de greep kwam van vergaderaars, notaschrijvers en fusies, had hij er genoeg van. Hij zag een toekomst voor zichzelf met taal. Bij het Sliedrechtse huis-aan-huisblad Kompas had hij al ervaring opgedaan met schrijven en hij had veel contacten met bedrijven gelegd. Hij begon als zelfstandig tekstschrijver en noemde zijn bureau 'To the point'.

Omdat hij een aparte werkruimte wilde hebben, verhuisden ze naar een groter huis in een nieuwbouwwijk van Gorinchem. Ze waren blij om het wat bekrompen Sliedrecht te verlaten. Toch hield hij zijn contacten in zijn geboortedorp. Hij was kind aan huis bij de baggeraars, over wie hij schreef in het scheepvaartblad Schuttevaer. Ook schreef hij folders en jaarverslagen voor andere ondernemingen. Zijn tekstbureau kwam tot bloei.

Vaak zat hij al om zes uur 's morgens te schrijven, om vervolgens het ontbijt voor de kinderen klaar te maken. Ook als hij even geen opdrachten had, zat hij achter zijn bureau. Gedichten, verhalen, losse invallen, hij bleef altijd bezig met taal. De financiële crisis die in 2008 begon, doorstond hij zonder kleerscheuren.

Met zijn lijf tobde hij af en toe wel, vooral met zijn darmen. Dat gebruikte hij ook als inspiratie voor twee boeken: 'Poepgoed' en 'De grote boodschap'.

Vijf jaar geleden werd het ernstig. Terugkerende koortsaanvallen bleken het gevolg te zijn van een weinig voorkomende leverziekte. Als zijn huid vergeelde werden zijn galwegen schoongemaakt en ging het weer een tijdje goed. "Ik ga mijn naam veranderen in Kanarieveld", zei hij. Met zijn grappen en met muziek luisteren hield hij zich op de been.

Begin 2013 kwam hij op de wachtlijst voor een nieuwe lever. Met zijn zeldzame bloedgroep had hij niet zoveel kans. Hij werd steeds zieker en hij moest zijn tekstbureau in 2014 sluiten omdat hij geen afspraken meer kon maken vanwege het risico van een koortsaanval. Het viel hem zwaar dat fietsen lastiger werd; voor het eerst reed Sophia voorop. Zijn gebit werd uitgetrokken omdat dat een ontstekingsrisico zou zijn bij transplantatie. Hij deed er niet moeilijk over. En ze moesten altijd de telefoon bij zich hebben, voor het geval er een lever beschikbaar kwam.

Het langverwachte telefoontje kwam in de nacht van 1 april 2015. Op een holletje gingen ze naar het academische ziekenhuis in Rotterdam. Toen hij helemaal klaarlag in bed, kwam het slechte nieuws: de lever was ongeschikt. In november kwam er weer een kans. Nu ging de transplantatie wel door en hij leek snel op te knappen. Toch was er iets misgegaan en zijn nieuwe lever bleek na enkele weken zwaar gehavend. Hij moest wachten op weer een nieuwe lever.

Afgelopen zomer ging het wat beter. Hij genoot van drie kleindochters en hij maakte er het beste van. Met zijn nieuwe elektrische fiets maakte hij met Sophia een tochtje naar Fort Vuren aan de Waaldijk dat nu een uitspanning is waar ze wat konden eten. Er speelde een bandje. Bij het laatste nummer schuifelden Jacques en Sophia als enigen over de dansvloer. De nieuwe lever bleef uit. Hij bleef erop hopen, maar vergeefs.

Na de begrafenis trok iedereen naar Fort Vuren. Daar hieven ze het glas op, zoals Jacques had gezegd, het kostbare leven en de vermaledijde dood.

Jacob Cornelis Kraaijeveld werd geboren op 15 mei 1953 in Sliedrecht. Hij stierf op 7 oktober 2016 in Gorinchem.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden