Altijd als onderdeel van een groter geheel

Tranströmer toont menselijk tekort én menselijke rijkdom

Natuurlijk zal het Zweedse Nobelprijscomité zich twee keer achter de oren hebben gekrabd alvorens de literatuurprijs voor 2011 toe te kennen aan een auteur uit de eigen stal, maar Tomas Tranströmer (1931), de eerste dichter sinds jaren, is een meer dan terechte laureaat.

Volgens het comité biedt Tranströmer met zijn compacte, transparante beelden een nieuwe toegang tot de werkelijkheid, en dat is in zijn kortheid een rake kenschets. Het werk van de Zweedse dichter is vol, krachtig en menselijk. Geen flauwe woordkunst of hermetisch abacadabra, maar poëzie die het menselijk tekort maar vooral ook de menselijke rijkdom op de voorgrond zet en daarnaast toch ook belangstelling vertoont voor de schemergebieden van het bestaan, een materie die de psycholoog Tranströmer wel is toevertrouwd.

Tranströmers eerste gedichten verschenen in de jaren vijftig, toen de dichter, inmiddels tachtig jaar oud, zelf nog begin twintig was, een aanstormende jongeling maar al vol humane wijsheid. Zijn eerste gedicht in zijn debuutbundel '17 gedichten' begint als volgt: 'Ontwaken is een parachutesprong uit de droom. / Vrij van de verstikkende maalstroom zinkt / de reiziger de groene gordel van de ochtend tegemoet'.

Het bestaan als een heldere plek in de duisternis en de mens als een reiziger in de realiteit is een notie die Tranströmers werk doordesemt. Niet een bepaald soort realiteit, niet slechts de idyllische of juist de technologische maar álle realiteit. Zijn werk is urbaan en landelijk tegelijk.

In het werkzame leven van alledag zoekt de mens naar momenten van verlichting, en naar de bron van het bestaan:

Tranströmers werk, dat onmiskenbaar gesitueerd is in onze tijd en maatschappij, raakt even zo gemakkelijk oernoties aan. Of het nu vrachtwagens op de weg zijn, treinwagons op zijsporen, een hotelkamer of een 'woud van steen en beton' dat hij oproept, steeds weet de lezer zich in deze gedichten bewoner van de planeet aarde en onderdeel van een groter geheel: ''s Ochtends brengen mensenmassa's onze stille planeet al trappend op gang.'

Tranströmers werk was aanvankelijk aangeraakt door het surrealisme maar ontwikkelde zich in de loop der jaren steeds meer tot een haast nonchalante praatkunst.

Maar op welke toon hij ook schrijft, zijn poëzie is van meet af aan hedendaagse visioenenkunst; dwars door de beelden van onze werkelijkheid gloeit een andere, sterkere werkelijkheid, maar het is steeds de mens die die realiteit mystiek ervaart.

In de jaren zeventig kreeg Tomas Tranströmer wel kritiek omdat zijn werk te weinig politiek engagement zou vertonen. Over zijn geboorteland schreef hij eens:

'Zweden is een op land gesleept / en afgetakeld schip, zijn masten staan tegen / de avondhemel opgebonden.' Daar krijg je de handen van activisten niet mee op elkaar maar het is wel een raak beeld van zijn geboorteland.

Het laat overigens zien dat Tranströmer met al zijn universele thematiek, toch ook een typisch Zweeds dichter is, helder en knisperend, zijn beelden zijn even simpel als sterk en veelzeggend, wat dat betreft herinnert hij aan een filmer als Ingmar Bergman.

Tranströmer, die in zijn dagelijks leven als psycholoog in jeugdinrichtingen en met criminelen en drugsverlaafden werkte en verder als pianist optrad, werd begin jaren negentig getroffen door een hersenbloeding die hem halfverlamd achterliet, spreken kan hij sindsdien niet meer.

Na die tijd ging hij weer haiku schrijven, een versvorm die hij ook in zijn jonge jaren wel hanteerde. In 2002 trad hij tijdens een indrukwekkend optreden met die korte gedichten en eenhandig vertolkte pianostukken op het Poetry International Festival in Nederland op.

Zijn werk, inmiddels in vijftig talen vertaald, is al sinds de jaren tachtig toegankelijk gemaakt in het Nederlands door de vertalingen van J. Bernlef, een groot pleitbezorger. Met de bundel 'De herinneringen zien mij', uitgegeven bij de Bezige Bij, heeft de Nederlandse lezer toegang tot vrijwel zijn gehele poëtische oeuvre.

Midden onder het werk

beginnen wij heftig te verlangen naar wild groen,

naar de Wildernis zelf, slechts doorschoten

door de dunne beschaving van de telefoondraden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden