Alternatieve geneeswijzen in alle opzichten schadelijk

De auteur is huisarts en bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

Hij beschrijft de grondlegger van de iatrosofie, J.P. de Kok, als een pathologische leugenaar met, zelfs voor een alternatieve genezer, uitzonderlijk geschifte ideeen.

De nog steeds groeiende populariteit van alternatieve geneeswijzen in het algemeen verklaart Verbrugh vanuit een onzekerheid bij patienten, ontstaan doordat artsen geen evenwicht weten te vinden “tussen wat ze wetenschappelijk allemaal weten en kunnen en hun intutieve vaardigheden, alias geneeskunst”. 'Ongelukken' zoals die met de iatrosofie zijn volgens Verbrugh grotendeels verklaarbaar, maar niet te verontschuldigen.

Behalve De Kok zelf wijst Verbrugh een vijftal instanties aan die mede schuldig geacht kunnen worden aan het bestaan van de pseudo-medische, criminele praktijken waartoe hij de iatrosofie rekent. Het is fraai dat hij daarbij de hand in eigen, antroposofische boezem steekt, maar geeft dit een vrijbrief om ook anderen voor het iatrosofiedrama verantwoordelijk te stellen?

Om te beginnen is het lang niet zeker dat de sinds de jaren zestig toenemende populariteit van alternatieve behandelmethoden simpelweg toegeschreven kan worden aan het onvermogen van artsen om geneeskunde en geneeskunst in evenwicht te brengen.

In feite is de oorzaak van dit merkwaardige verschijnsel helemaal niet bekend. Het enige dat we weten, is dat de kolossale groei van alternatieve geneeswijzen parallel loopt aan een aantal andere ontwikkelingen in de maatschappij. Hiervan is ongetwijfeld de enorme toename van medische kennis, gepaard met vertechnisering en een zekere dehumanisering van de gezondheidszorg (vooral in het ziekenhuis), van groot belang.

Maar ook andere ontwikkelingen spelen wellicht een rol. Men denke aan de democratiseringsprocessen die zich op alle terreinen van het maatschappelijk leven hebben afgespeeld, de burger 'mondig' hebben gemaakt en het traditionele gezag van de dokter hebben aangetast. Of aan de ontkerkelijking, die gepaard is gegaan met een toenemend geloof in paranormale verschijnselen als astrologie, telepathie en helderziendheid en een groeiende belangstelling voor nietwesterse levensbeschouwingen.

En last but not least aan de steeds grotere welvaart, die het ons mogelijk maakt om ons allerlei 'uitspattingen' te veroorloven, ook op het gebied van de gezondheidszorg.

Schadelijk

Er valt niet te ontkomen aan de vraag of deze groei en bloei van alternatieve geneeswijzen schadelijk zijn voor de gemeenschap. In tegenstelling tot Verbrugh, die er weinig op tegen heeft zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan, ben ik van mening dat deze vraag met ja moet worden beantwoord. Niet alleen vanwege pijnlijke gebeurtenissen zoals die met de iatrosofen, gebeurtenissen die zich zullen blijven voordoen omdat het nu eenmaal onvermijdelijke nevenverschijnselen zijn van alternatieve geneeswijzen, maar ook vanwege de enorme medicalisering waartoe deze geneesmethoden aanleiding geven.

Anders dan bij de reguliere geneeskunde, waar men slechts antwoord kan krijgen op medische vragen - en dat nog lang niet altijd afdoende -, kan men bij alternatieve genezers ook terecht voor een (pseudo-) medische aanpak van niet-medische problemen, zoals tandjes krijgen, angst voor inbrekers, weerzin tegen ouder worden, huwelijksmisere en slechte gewoonten als roken en drankmisbruik. Het behoeft geen betoog dat van een werkelijke oplossing van deze problemen uiteindelijk geen sprake is, maar dat het de gemeenschap wel handen vol geld kost en dat patienten zo slechts afhankelijker en minder mondig worden.

Van geen enkele alternatieve behandelmethode is ooit een andere dan suggestieve werking aangetoond. Iets anders is per definitie ook onmogelijk. Mocht immers ooit, door middel van goed wetenschappelijk onderzoek, blijken dat een alternatieve behandelwijze een geneeskrachtige werking kan ontplooien, dan zou deze methode onmiddellijk haar alternatieve status verliezen en bij de reguliere geneeskunde worden ingelijfd.

Wet BIG

Er is reden genoeg om alternatieve geneeswijzen te bestrijden. Niet alleen om ernstige ongelukken te voorkomen, maar ook om medicalisering, kwakzalverij en bedrog tegen te gaan en om de kostenstijging in de gezondheidszorg te beteugelen. Verbrugh vindt dit niet zo nodig en is al tevreden als er geen dodelijke slachtoffers vallen.

Dat dit toch weer, voor de zoveelste keer, is gebeurd, schrijft hij in de eerste plaats op rekening van overheid en parlement. Hierin heeft hij natuurlijk volkomen gelijk. Hoewel de wet BIG, waarin bepaald wordt dat geneeskundig handelen niet langer is voorbehouden aan artsen, anders dan Verbrugh veronderstelt, nog niet van kracht is, is het overheidsbeleid van de laatste jaren toch uiterst bevorderlijk geweest voor het ontstaan van kwakzalverij.

Niet alleen wordt de nog altijd bestaande wet, die het uitoefenen van de geneeskunst door onbevoegden verbiedt, al jaren niet meer gehandhaafd, maar bovendien worden door allerlei subsidies alternatieve genezers aangemoedigd om zich te organiseren en hun status te verbeteren. En nog maar kort geleden is een eind gemaakt aan de belachelijke situatie dat duizenden zeker of hoogstwaarschijnlijk onwerkzame homeopathische en antroposofische middelen vergoed werden via de AWBZ. De uit 1989 daterende maatregel om deze middelen voor vergoeding door het ziekenfonds in aanmerking te laten komen, leidde niet alleen tot kostenverhoging van de gezondheidszorg, maar, wat veel erger was, versterkte bij het publiek de mening dat het hier om volwaardige geneesmiddelen ging.

Verbrugh beschouwt de op stapel staande wet BIG als een uiting van maatschappelijke vooruitgang, omdat de burger mondig is geworden en zelf wil uitmaken waar hij zijn “geneeskundig en ander heil” zoekt. Dit is natuurlijk volledig waar, maar minder mooi dan het lijkt. De burger is al veel langer mondig genoeg om zelf uit te maken waar hij zijn eten koopt. Toch blijft de overheid zich verantwoordelijk voelen en garandeert, door handhaving van de Warenwet, de kwaliteit van het voedsel. Heel anders stelt de overheid zich op tegenover alternatieve geneeswijzen. Ze wil en kan geen kwaliteitsgarantie geven; de dames en heren alternatieve genezers moeten het onder elkaar maar regelen, daar krijgen ze zelfs subsidie voor.

De wet BIG, zoals deze er nu uitziet, biedt geen mogelijkheden om sterfgevallen als gevolg van onkunde of waandenkbeelden van alternatieve genezers te voorkomen. Alleen van de geneeskunde die wordt onderwezen aan universiteiten, die voortdurend in ontwikkeling is door de vorderingen van de medische wetenschap en die beoefend wordt door lieden die een academisch examen hebben afgelegd, kan de kwaliteit behoorlijk bewaakt worden.

Blaam

De antroposofische vereniging en antroposofische beroepsgroepen treft volgens Verbrugh blaam, omdat ze niet in het openbaar stelling hebben genomen tegen het misbruik dat de iatrosofen hebben gemaakt van de ideeen van Rudolf Steiner. Hetzelfde verwijt zou men overigens ook anderen kunnen maken. Bij voorbeeld de diverse homeopatische instanties, want ook bij de homeopathie heeft de heer De Kok een belangrijk deel van zijn denkbeelden geleend.

Het is trouwens zeer de vraag of hier sprake is van misbruik of van consequent, dogmatisch gebruik. Dat bij voorbeeld door de activiteiten van homeopaten niet veel vaker dodelijke slachtoffers te betreuren zijn, is vooral te danken aan het feit dat de meeste van deze genezers zo verstandig zijn hun therapie te reserveren voor lijders aan onschuldige ziekten, die vanzelf ook wel zouden zijn genezen.

Antroposofen en andere vertegenwoordigers van niet traditionele levensbeschouwingen is echter een veel ernstiger verwijt te maken.

Namelijk dat ze voedsel geven aan de wijd verbreide gedachte dat er twee soorten geneeskunde bestaan, een rationele, op wetenschap gebaseerde en een irrationeel alternatief, dat vrij is van de nadelen die de eerste aankleven.

Men is geneigd deze irrationele geneeskunde te associeren met geneeskunst, volgens Verbrugh “de intutieve vaardigheden van de geneesheer”. In plaats van onder geneeskunst te verstaan het op een menselijke, invoelende wijze optimaal gebruik maken van de verworvenheden van de medische wetenschap, zien velen de kunde pas in kunst overgaan als er iets bovenzinnelijks aan te pas komt: astraal of etherisch lichaam, aura, Yin en Yang, vloeiende levensenergie, dierlijk magnetisme enz. In een dergelijk denkklimaat kunnen ongelukken als die van de iatrosofen niet uitblijven.

Natuurlijk treft ook de medische faculteit blaam. Niet alleen omdat het aan filosofische vorming van geneeskundestudenten zou schorten, zoals Verbrugh meent, maar vooral omdat ze er blijkbaar niet in slagen aankomende artsen zo te trainen in wetenschappelijk denken dat die niet het risico lopen ook meegesleept te worden door irrationele denkbeelden.

Een toenemend aantal artsen begeeft zich de laatste jaren namelijk op het alternatieve pad. Dit is vooral schadelijk doordat het de consumenten van gezondheidszorg sterkt in de mening dat alternatieve geneeswijzen volwaardig zijn. Door hun status van universitair geschoolde geven deze artsen aan alternatieve behandelwijzen een onverdiend wetenschappelijk cachet, dat de populariteit ervan waarschijnlijk bevordert en dus kwakzalverij in de hand werkt.

Het is hierom dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich zo heftig teweer stelt tegen deze ontwikkeling en zich concentreert op het bestrijden van alternatieve ideeen onder artsen. Het is wat merkwaardig dat Verbrugh hierin een van de oorzaken van de iatrosofische ongevallen wil zien. Het is overigens lang niet de enige activiteit van de vereniging. Herhaaldelijk wordt ook kwakzalverij onder niet-medici aan de kaak gesteld. Dat dit bijna nooit leidt tot vervolging, kan de vereniging niet verweten worden.

Voorlichting

Verbrugh pleit voor de oprichting van een onafhankelijk instituut dat het publiek snel en effectief kan informeren over “riskante nevenverschijnselen van de wetenschappelijke vooruitgang in de geneeskunde en de maatschappelijke vooruitgang in de gezondheidszorg”.

Hoewel het me nogal merkwaardig voorkomt om de ongebreidelde groei van alternatieve geneeswijzen, met alle schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid van dien, te rangschikken onder maatschappelijke vooruitgang, ben ik het met Verbrugh eens over het belang van onafhankelijke voorlichting.

Tot nu toe wordt het publiek over alternatieve geneeswijzen vrijwel uitsluitend voorgelicht door haar pleitbezorgers. Het is dan ook geen wonder dat vaak eeuwenoude waanvoorstellingen over de fysiologie, anatomie en pathologie van de mens bij het publiek meer en meer de plaats gaan innemen van de normale kennis over het eigen lichaam, ziekte en gezondheid.

Onafhankelijke voorlichting is hard nodig, maar het is de vraag of er een nieuw instituut voor in het leven moet worden geroepen. In Nederland zijn invloedrijke consumentenorganisaties actief, die deze taak goed op zich zouden kunnen nemen.

Dat er tot nu toe nog niet veel van terecht is gekomen, heeft waarschijnlijk minder te maken met gebrek aan voorlichtende instanties, dan met het ontbreken van het besef dat we getuige zijn van een gevaarlijke ontwikkeling in de gezondheidszorg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden