Essay

Alternatieve feiten bestaan

Beeld EPA

Hoe kan het dat Trump met zijn ‘feiten’ wegkomt? Hans de Bruijn analyseert de rechtse én linkse identiteitspolitiek, waarin feiten een nieuwe rol vervullen.

Vlak na het aantreden van Donald Trump kreeg diens adviseur Kellyanne Conway een lastige vraag. Volgens de media waren heel weinig Amerikanen op Trumps eedaflegging afgekomen. Volgens Trump was het de drukst bezochte inauguratie uit de Amerikaanse geschiedenis geweest. Dat klopte niet en dus was de vraag of het Witte Huis misschien de verkeerde informatie had gegeven? Welnee, zei Conway, het Witte Huis had ‘alternatieve feiten’ laten zien. Er ging een gehuil van woede op. Feiten zijn feiten - alternatieve feiten zijn geen feiten, het zijn leugens.

Alternatieve feiten - het is een antwoord dat past in de trend dat feiten en wetenschappelijke bevindingen er voor veel conservatieve politici niet toe lijken te doen. “Feiten zijn domme dingen”, zei Ronald Reagan. Bill Clinton klaagde over de neiging van de Republikeinen om ‘feitenvrij’ beleid te ontwikkelen.

Republikeinse politici die een vraag krijgen over de opwarming van de aarde, hebben een standaardreactie: “Ik ben geen wetenschapper.” Dat lijkt bescheiden, maar dat is het niet. Ze zijn geen wetenschappers, dus kunnen ze niet beoordelen of wetenschappers gelijk hebben - en dus hoeven ze zich niets van wetenschappelijke kennis aan te trekken. De potsierlijkste uiting van dit dedain voor de feiten is natuurlijk Trumps opvatting over de opwarming van de aarde: slechts een leugen van de Chinezen.

Wat is het toch dat conservatieve Amerikaanse politici zo’n moeite hebben met de feiten? Voor het antwoord op die vraag moeten we eerst een eenvoudige waarheid onder ogen zien: alternatieve feiten bestaan.

Terugredenatie

Dat kan ik met een simpel voorbeeld duidelijk maken - uit de wereld van het milieubeleid. We nemen twee verpakkingen voor melk: een kartonnen pak en een glazen statiegeldfles. De vraag: welke verpakking is het meest milieu-vriendelijk? Het antwoord op die vraag vergt onderzoek en dat vergt keuzes en aannames. Je hebt data nodig over de productie en het gebruik van de verpakkingen - en je kunt altijd ruzie maken over de kwaliteit van data. Wat is de goede afbakening van je onderzoek? Voor een kartonnen pak moet je een boom kappen, dat is milieu-impact. Je moet de boom op een vrachtauto vervoeren naar de fabriek, dat kost energie en dat is ook milieu-impact. Die vrachtauto is ooit geproduceerd, dat heeft ook impact op het milieu. Moet je die nu ook nog meenemen in je analyses? En misschien nog verder terugredeneren? Je kunt over de vraag waar dat terugredeneren ophoudt (excuses voor de woordspeling) een stevige boom opzetten.

Verder, een verpakking die nu slecht scoort op milieu, heeft misschien veel meer mogelijkheden om te innoveren, dan de verpakking die nu goed scoort. Misschien scoort de glazen fles goed op milieu, maar slecht op veiligheid - er kunnen glassplinters in achterblijven en dat is gevaarlijk.

Kortom, het kan allemaal prima onderzoek zijn, maar de keuzes en aannames van de onderzoekers kunnen ter discussie staan. Het is misschien een feit dat een verpakking milieuvriendelijk is, maar er is een alternatief feit dat de verpakking minder veilig is en nog een alternatief feit dat die verpakking minder innovatiepotentieel heeft. Elk van die feiten blijkt vervolgens op keuzes te zijn gebaseerd, waar je het niet mee eens hoeft te zijn. De feiten worden bepaald door de aannames. Feiten zijn best wel domme dingen.

Waarden in plaats van feiten

Nu wordt de soep vaak minder heet gegeten dan die hier door mij wordt opgediend. Vaak is er best overeenstemming te bereiken over wat redelijke keuzes en aannames zijn. Daar zijn allerlei technieken voor (gevoeligheidsanalyses, normalisaties - ik zal de lezer daar verder niet mee vermoeien).

Maar daar gaat het me hier niet om. Het gaat me erom dat de feiten niet altijd voor zich spreken. Dat gegeven kunnen politici uitbuiten en ze zijn meer dan ooit geneigd zijn om dat te doen. Waarom?

Politici willen kiezers overtuigen, terwijl heel veel problemen bijzonder ingewikkeld zijn - zelfs die eenvoudige keuze tussen twee verpakkingen is al verre van eenvoudig.

Hoe doe je dat, anderen overtuigen in zo’n ingewikkelde werkelijkheid? Daarvoor bestaat een strategie die vooral door de Republikeinen wordt toegepast. Je overtuigt je kiezer niet met allerlei feitelijke analyses of beleidsverhalen - dat is allemaal veel te ingewikkeld. Je moet het over je waarden hebben, over wat je ten diepste motiveert - dat is niet ingewikkeld en daar raak je de mensen mee. Dus hameren de Republikeinen het er bij hun kiezers in: het gaat om waarden als een kleine overheid, ondernemerschap, een patriottisch Amerika, het gezin. Vertrouw daar nu op - een politicus die staat voor de juiste waarden, zal de juiste beslissingen nemen.

Thomas Frank schrijft in zijn boek ‘What’s the Matter With Kansas?’ over arme kiezers in Kansas, die sterk afhankelijk zijn van de sociale zekerheid. Ze stemmen op de Republikeinen, die het systeem van sociale zekerheid juist willen ontmantelen. Feit: de uitkeringen worden sterk gekort. Waarom stemmen deze kiezers toch op de Republikeinen? Die voeren campagne met conservatieve waarden en dat trekt deze kiezers aan, daardoor worden ze geraakt. Ook al kost hun dat inkomen.

Arlie Russell Hochschild schrijft in ‘Strangers in Their Own Land’ over de door de indu-strie zwaar vervuilde moerasgebieden in Louisiana. Veel inwoners lijden aan kanker, er is massale vissterfte, het gif drijft soms vrij rond. De mensen houden van hun land, maar ze willen niets weten van strengere milieuregels. Waarom niet? Die komen van de overheid, uit Washington, en dat is in strijd met hun conservatieve waarden en emoties, waarin geen plaats is voor big government. Feit: het slappe, conservatieve milieubeleid leidt tot grote gezondheidsproblemen, de mensen lijden daaronder. En toch stemmen ze op conservatieve kandidaten. Waarom? Waarden en de bijpassende emoties zijn belangrijker.

Die sterke oriëntatie op waarden heeft drie belangrijke gevolgen.

1. Waarden bepalen de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen

We accepteren feiten als feiten, als die onze waarden bevestigen. Waarden leiden ook tot wegkijken: we willen bepaalde zaken niet zien omdat ze strijdig zijn met onze waarden. Zie de studies van Frank en Hochschild.

Klimaatwetenschappers vertellen ons dat onze consumptiepatronen radicaal anders moeten, willen we opwarming tegengaan. Stel dat je conservatieve waarden hebt: de overheid behoort zich niet te bemoeien met jouw keuzes, je werkt hard en daarvoor behoor je te worden beloond, jij en niemand anders bent verantwoordelijk voor je toekomst. Een overheid of wetenschappers die een radicale verandering van je consumptiepatronen eisen? Dat past niet bij die waarden. Dus ga je de feiten zo kneden dat ze wel passen bij je waarden: opwarming heeft niets met de mens van doen, het is een natuurlijk verschijnsel: in de ene periode warmt de aarde op, in de andere koelt ze af. Of het is gewoon een verzinsel van de Chinezen.

Ziehier het eerste gevolg van de waardenpolitiek: waarden ontnemen ons het zicht op de werkelijkheid. We staan niet meer onbevangen tegenover wetenschappelijke kennis.

2. Waarden polariseren

Dat gebeurt zeker in een tweepartijensysteem als dat van de VS. Republikeinen staan voor ondernemerschap, een krachtig, patriottistisch Amerika, het gezin. En dus staan Democraten volgens hen voor big government, een zwak, multicultureel Amerika, met dedain voor gezinswaarden. Of, andersom, Democraten staan voor gelijke kansen en zien de zwakken staan en dus zijn Republikeinen egoïstisch en hardvochtig.

Waarden definiëren daarmee wie je bent, wat je identiteit is. Dat is een voedingsbodem voor identity politics. Je identiteit is bijvoorbeeld dat je een godvrezende, blanke blue collar werker bent of dat je tot de LGBT-gemeenschap behoort - en je kiest voor de partij die jouw identiteit wil vertegenwoordigen. Voor jouw bubble.

Dat heeft verstrekkende gevolgen. Wie conservatieve waarden aanhangt, vindt niet alleen dat opwarming een natuurlijk verschijnsel is dat niets met de mens van doen heeft. Nee, conservatieven behóren te vinden dat opwarming een natuurlijk verschijnsel is, dat niets met de mens van doen heeft. Het is onderdeel van je identiteit. Wie een andere mening heeft, kan geen goede conservatief zijn. En zo ontstaan er value-sensitive facts: feiten die je behoort te onderschrijven, omdat de achterliggende waarden deugen en je daarmee loyaal bent aan je identiteit. Amerika kent de lijstjes met opvattingen over feiten, die je als goede Republikein of goede Democraat behoort aan te hangen. Van een onbevangenheid richting wetenschappelijke kennis is zo natuurlijk nog minder sprake.

3. Feiten worden inzet van een waardenconflict

Zomaar een discussie op de nieuwssite Reddit. Hoe komt het dat links de feiten laat spreken en rechts niet?, is de vraag. Dat heeft te maken met de aard van progressieve mensen, zo luidt het antwoord. Die hebben het vermogen tot zelfcorrectie, liggen niet aan de keten van de traditie, maar zoeken altijd weer nieuwe wegen en mogelijkheden, denken out of the box. Conservatieve Amerikanen daarentegen zijn vooral bezig met het gezag van oude instituties.

Wat gebeurt hier? Er is een waardenconflict tussen links-progressief en rechts-conservatief >> Amerika, en in dat waardenconflict beweert progressief Amerika dat het de feiten aan zijn zijde heeft. Het is de uitstraling die D66 soms heeft: wij zijn rationele, analytische wezens en laten de feiten spreken, de anderen zitten allemaal gevangen in oude ideologieën of dogma’s.

En zo worden de feiten onderdeel gemaakt van het waardenconflict tussen conservatieven en progressieven. Progressief Amerika is van de feiten, conservatief Amerika van de ontkenning van de feiten. Tja, als je het zo framet, is het niet zo vreemd dat conservatieve Amerikanen hun schouders ophalen als het weer gaat over de feiten die dit of dat zeggen. Dat je bumperstickers tegenkomt met Reality has a liberal bias - vrij vertaald: de werkelijkheid is links. Overigens, dit is een beeld dat progressief Amerika oproept, maar dat conservatief Amerika maar al te graag bevestigt. Links als de chardonnay-nippende, sushi-etende, latte-drinkende, The New York Times-lezende, Volvo-rijdende, feiten-claimende arrogantie tegenover de gewone, vergeten kiezers, de stille meerderheid.

Er zijn twee misverstanden die ik even weg moet nemen. Als onderzoek gestuurd wordt door aannames en keuzes, is dan ook al het onderzoek over opwarming af te serveren als meer aanname dan feit?

Voor veel individuele onderzoeken zal ongetwijfeld gelden dat de uitkomsten ter discussie kunnen staan, gegeven de aannames. Maar wetenschappers werken al decennia samen in het internationale klimaatpanel, waar onderzoek na onderzoek zeer kritisch wordt bekeken door collega-wetenschappers en overheden. De uitspraken van het klimaatpanel kun je om die reden echt niet negeren.

En dan dit: de progressieve lezer van dit essay kan verbijsterd zijn over zoveel conservatieve domheid - of er schuddebuikend van de lach kennis van nemen. Maar ook links kan de gevangene zijn van de eigen waarden. In de jaren zeventig en tachtig praatten sommige linkse politici communistische dictaturen goed: Cuba was het paradijs op aarde. De waarden, de ideologieën waren goed, dus moest de praktijk dat ook zijn - en keek je weg als die dat niet was. En korter geleden negeerden veel progressieve politici de problemen van de multiculturele samenleving. Die pasten namelijk niet in hun multiculturele waardenpatroon.

Kloof

Welkom in de 21ste eeuw, waar wantrouwen ten opzichte van onderzoek en feiten een fact of life is. En waar de kloof tussen onderzoek en beleid echt niet kleiner zal worden. Wat mij, tenslotte, nu vaak opvalt, is dat de aanwezigheid van deze kloof tot kritiek op uitsluitend politici leidt. Zij moeten het vooral ontgelden en eens wat meer naar de feiten luisteren, om zo de kloof te overbruggen.

Maar ook van wetenschappers mag wat worden verwacht om deze kloof te overbruggen. Betere communicatie van onderzoeksresultaten. Een actievere rol van wetenschappers in bestuurlijke processen, in de media, in het publieke debat. Meer betrokkenheid van burgers bij hun onderzoek - meer citizen science. En zo is er ongetwijfeld meer te noemen. Wetenschappers zitten allang niet meer in de rol waarin ze de politieke besluitvormers kunnen vertellen wat goed beleid is. Dat betekent niet dat goede beleidsontwikkeling zonder wetenschappers kan - en die hebben een verantwoordelijkheid zich daarvoor in te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden