Alsof je verliefd bent op een hoer

Bloedwraak, nationalisme, dictatuur: dat waren altijd de thema’s van de grote Albanese romancier Ismael Kadare. In ’Het ongeluk’ schrijft hij, vrijwel voor het eerst, over de liefde.

De Albanees Ismail Kadare (1936) hoort onbetwist tot de grootste Oost-Europese schrijvers van de laatste decennia. Dat geven zelfs zijn vele criticasters toe, die er graag op wijzen dat Kadare tijdens de communistische dictatuur een dubieuze rol heeft gespeeld: hij was partijlid, schreef in zijn vroege jaren lofzangen op de dictators Enver Hoxha en Josef Stalin, en heeft zich na de politieke ommekeer in allerlei bochten moeten wringen om zijn houding te rechtvaardigen.

Maar wat een artistieke allure. Kadare heeft als ’Marquez van de Balkan’ (een uitspraak van George Steiner) een heel continent literair tot leven weten te brengen. De historische achtergronden van bloedwraak en familievetes, op de spits gedreven nationalisme en angst voor de geheime politie wist hij knap voelbaar te maken. Zijn romans bestaan vaak uit een mengeling van realistische- met groteske- of satirische elementen, niet zelden maakt hij gebruik van mythen en legenden.

Binnen ons taalgebied is Kadare een van de populairste schrijvers van het vroegere Oostblok. Zijn meesterwerken ’Kroniek van de stenen stad’, ’Een breuk in april’ of ’De brug met drie bogen’ beleefden terecht vele herdrukken. Nu verschijnt van de opvallend productieve Albanees ’Het ongeluk’, een oorspronkelijk in 2008 gepubliceerde roman die deels een nieuwe ontwikkeling laat zien.

Centraal staan Besfort en Rovena, een Albanees liefdespaar. Besfort is werkzaam als ’politiek analist’ voor de Raad van Europa in Straatsburg. Zijn mooie vriendin Rovena loopt stage bij het Archeologisch Instituut in Wenen. De twee ontmoeten elkaar in Tirana en op hotelkamers in diverse Europese metropolen, grofweg tussen 1995 en 2005. In het laatste jaar bekoelt hun relatie.

Tweederde van ’Het ongeluk’ draait om de verhouding tussen Besfort en Rovena: het proces van aantrekking en afstoting, de wederzijdse jaloersheden, de zinnelijke en soms uitvoerig beschreven liefdessessies (bed en badkamer zijn favoriete locaties van de vroeger bijna preutse Kadare). De rest van de roman, het eerste en het laatste deel, bestaat uit een tamelijk luguber politieonderzoek.

Op de eerste bladzijde wordt al meegedeeld dat het Albanese paar dodelijk is verongelukt tijdens een taxirit van Tirana naar het vliegveld. Ging het wellicht om een politieke moord? Zeker is dat zowel de Republiek Joegoslavië als de Albanese geheime dienst belangstelling hadden voor het paar. De politie probeert de toedracht van het ongeval te achterhalen, doet naspeuringen bij hotelpersoneel en een Zwitserse vriendin van Rovena, met wie deze misschien een lesbische verhouding heeft gehad. Maar zekerheid verkrijgt men niet, integendeel, alles lijkt gaandeweg nog veel ondoorzichtiger te worden.

Kadare heeft met ’Het monster’ iets te veel gewild. Is het een literaire thriller? Een politieke roman? Of toch in de eerste plaats een liefdesroman over het eeuwige conflict tussen man en vrouw? Op mij maakte deze roman de indruk van een wonderlijk allegaartje, te meer omdat ergens gesuggereerd wordt dat wellicht ook Besfort biseksueel is en hem de ideeën van Plato’s androgyne mensbeeld in de mond worden gelegd. Rovena en vooral Besfort blijven schimmen, ze gaan niet echt voor de lezer leven.

Deze roman speelt zich deels af in Albanië tijdens de woelige overgangsfase. „Na de val van het communisme was alles in Albanië volledig doorgeschoten: de hang naar geld en luxe, overal homobars en lesbienneclubs... Iedereen leek haast te hebben om de verloren tijd in te halen.” Kadare schetst een ambivalent beeld van zijn vaderland, dat hij deels bekritiseert en bespot, maar waarvan hij gelijktijdig schijnt te houden en nooit meer los lijkt te komen. „Het is net alsof je verliefd bent op een hoer”, laat hij iemand zeggen.

Tegen het slot wisselt het decor en zijn we plotseling in Den Haag, waar Besfort een (niet geheel duidelijke) bijdrage levert aan het Joegoslaviëtribunaal tijdens het proces tegen de Servische dictator Milosevic. Deze krijgt, net als de eveneens aanwezige pro-Servische schrijver Peter Handke, een duidelijke veeg uit de pan. In hetzelfde hoofdstuk komt Kadare ook tot een soort moreel resumé, dat voor alle Balkanbewoners lijkt te gelden: „Iedereen moest op zijn of haar manier voor het Haagse tribunaal verschijnen, alsof dat het gerecht was waar Hades, de god van de onderwereld, zitting placht te houden. Iedereen voor zijn eigen zielenheil. In stilte en in het halfduister.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden