'Alsof je de baan van je leven verliest'

Sportsociologe Agnes Elling waarschuwt voor gevolgen van stoppen

Af en toe komt in de media de schrille keerzijde van topsport aan de oppervlakte. Berichten of reportages over medaillewinnaars die ooit werden bejubeld, maar van wie nu wordt weggekeken. Aan lager wal geraakt, berooid, verslaafd, suïcidaal, of zich overgevend aan mishandeling van hun partners.

Ter geruststelling: de meeste topsporters komen goed terecht. Maar het kost moeite om een weg in de maatschappij te vinden. De helft van de topsporters die vrijwillig afscheid namen, hadden of hebben problemen met de overgang. Van degenen die hun loopbaan noodgedwongen afbraken geldt dat zelfs voor tweederde.

Deze gegevens staan in Bloed, Zweet en Tranen - en een moment van glorie, de meest recente, vierde meting van het Nederlandse topsportklimaat. Het hoofdstuk 'Stoppen met topsport' is daarin een van de negen pijlers.

"In vorige metingen was dit onderwerp niet vanzelfsprekend", zegt sportsocioloog en co-auteur Agnes Elling, verbonden aan het Mulier Instituut in Utrecht. "Dit deel kwam er op ons initiatief in en is minder gefinancierd door algemeen geld. Stoppen met topsport en de gevolgen daarvan werd minder belangrijk gevonden dan het winnen van medailles en de weg er naartoe. Sportkoepel NOC-NSF vond dat het probleem werd overschat. Je hoort alleen de slechte verhalen, zo werd geredeneerd. Dankzij ons onderzoek weten we nu dat het een groter probleem is."

"In het verleden zijn problemen gesignaleerd bij fulltime profvoetballers en wielrenners. Olympische sporters hadden nog nauwelijks status, ze sportten naast studie of een baan. Wie tegenwoordig wil deelnemen aan een olympisch programma, moet zich daaraan committeren voor zeven dagen in de week, 24 uur per dag."

"Sporters gaan langer door en talenten komen steeds vroeger in een fulltime programma terecht. Dat is allemaal niet bevorderlijk om na de sportcarrière de moeilijke transitie naar een normaal sociaal en maatschappelijk leven zonder problemen te doorstaan."

"Er is bijna geen extremer beroep, je bent alléén topsporter. Ook elders zijn monomane mensen en workaholics, maar dat komt meer vanuit die mensen zelf. In sport wordt het gedicteerd. Je moet het allereerst zelf willen, maar vervolgens wordt volledige overgave geëist. Je moet je whereabouts invullen, je bent nooit bij belangrijke familiedagen. Het sociale leven staat op een waakvlam. Olympische Spelen wachten niet."

"Er zijn twee gelijkopgaande ontwikkelingen waardoor het netto probleem hetzelfde blijft. Meer mogelijkheden om begeleiding na de sportcarrière te krijgen. Daarnaast wordt van de topsporter geëist er nóg dominanter voor te gaan."

Gouden rekstokturner Epke Zonderland is uitzondering op de regel. "Hij heeft een duidelijk ander doel in zijn leven, arts worden. Het is ongelooflijk dat hij naast zo'n opleiding in zo'n sport goud haalt, dat is weinigen gegeven. Maar hij doet dat wel in een relativerende omgeving."

Dat relativeren missen topsporters met een eenzijdig ontwikkelde identiteit. "Die komen vaak uit een topsportgezin en vinden in de topsport hun partner. Hun leven ís topsport. Dat helpt misschien in hun sportieve ontwikkeling, maar het is niet bevorderlijk voor het verkleinen van de kans op het zwarte gat."

"Sporters denken na hun carrière: zo mooi krijg ik het nooit meer. Zo extreem hoeft het niet te zijn. Krijgen zij een kind, dan is dat het mooiste en is de sportcarrière gerelativeerd. Ze moeten iets nieuws vinden dat ze boeit, dat is niet voor iedereen even makkelijk. Bovendien hebben ze een baan nodig, het merendeel moet geld verdienen."

"Je hoort sporters zeggen: voor mij geen zwart gat. Iedereen is ervan overtuigd dat het hem of haar niet overkomt. Ze realiseren zich niet dat het zo'n grote impact heeft. Ze vinden dat ze een goede leerschool hebben doorlopen. Ze leren inderdaad dingen die later van pas komen. Ze leren ook veel dingen niet. Ze hebben nooit 'gewoon' gewerkt, op veel gebieden hebben ze stilgestaan."

"Wie stopt, raakt (deels) zijn identiteit van topsporter kwijt. Hoe eenzijdiger die identiteit was, des te lastiger is het hervinden van wie ze zijn. Ze zijn hun vertrouwde omgeving en structuur kwijt. Alles wat werd geregeld, moeten ze ineens zelf doen. Ze hebben alleen gesport en zien daarna wel, met het idee dat de wereld op hen wacht. Dat is niet zo. Werkgevers willen best topsporters in dienst nemen vanwege hun mentaliteit. Maar die motivatie en het doorzettingsvermogen hadden ze in de context van hun sport. Het is de vraag of ze dat ergens anders in diezelfde mate hebben."

"We moeten het overigens niet te bijzonder maken. Er zijn veel mensen die geen topsporter zijn en moeite hebben met dit soort veranderingen. Mensen met een midlifecrisis, die niet zijn geworden wat ze wilden. Het is heel goed vergelijkbaar met mensen die de baan van hun leven verliezen. Die verliezen ook respect en identiteit."

"De problemen na de carrière kunnen zo klein mogelijk worden gehouden door ze eerder bespreekbaar te maken. Topsporters praten er echter niet over met anderen. De nadruk ligt op emotioneel in balans zijn, de mentale coach is gemeengoed geworden. Maar de gesprekken gaan over focussen, zijn puur gericht op de topsportcarrière."

"Ik ben wel geschrokken tijdens gesprekken. Oud-sporters die al twee, drie jaar zijn gestopt maar er over praten alsof het gisteren was. Die kunnen het niet loslaten. Dan heb ik het ook over de enorme groep die de Spelen niet haalt, namen die het grote publiek niet kent. Die doen er evenveel voor."

"We hebben onderzoek gedaan naar jonge talenten. Ook daar zijn er die moeten stoppen door blessures of uit een selectie worden gegooid. Ze komen thuis op de bank terecht, voelen zich afgedankt en weten niet wat ze moeten. In hun vormende jaren hebben ze hun studie eraan gegeven en zijn vol gegaan voor hun droom. Veel ouders maken zich daar zorgen over, maar zijn er ook die hun kinderen pushen. Kinderen die vervolgens niet durven stoppen uit schuldgevoel ten opzichte van hun ouders."

"Juist jonge talenten moeten goed worden begeleid. Er is zoiets als pedagogische verantwoordelijkheid. Er komen steeds meer begeleidingstrajecten, maar NOC-NSF is nog steeds zoekende en bonden zouden veel meer moeten doen. Sporters zijn op dit gebied moeilijk te bereiken. Wanneer moet je ze benaderen? Willen ze wel? Het zijn trotse mensen die hun problemen niet aan de grote klok hangen."

Elling, A. & Reijgersberg, N. (2012) Stoppen met topsport. In Bloed, zweet en tranen - en een moment van glorie. 3-meting topsportklimaat in Nederland (pp. 99-119). Nieuwegein: Arko Sports Media.

Topsport is van een verslavende spanning. Romantisch is die wereld zelden; niet de weg naar de top, zeker niet de weg er vandaan. Trouw zoekt naar de harde realiteit van de (ex-)topsporter. Deel 1 van een serie: Sportsociologe Agnes Elling: "Er is bijna geen extremer beroep, je bent alléén topsporter".

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden