'Alsof ik even een kleed heb opgetild'

interview | Voor zijn nieuwe roman maakte Arjan Visser gebruik van de geschiedenis van zijn familie. Al was dat helemaal niet zo gepland. 'Ik kon het niet meer loslaten. Voor ik het wist, zat ik er tot over mijn oren in.'

Zo ging het eerder. "Bij mijn vorige romans was ik degene die de touwtjes in handen had. Je bedenkt de personages, geeft ze een kind, pakt het weer af, je laat iemand dood gaan of nee, toch maar niet."

Zo ging het nu. "Een spannend verhaal van een afstandje werd een spannend verhaal van heel dichtbij. Er waren op een gegeven moment geen gedachten meer over, dit was wat ik aan het doen was. Dit moest tot het einde worden volbracht."

En het begon zo onschuldig.

Arjan Visser: "Ik had een adresje in Spanje, waar ik een paar weken heen wilde om aan een nieuw boek te werken. Ik had al een idee, had ook al een paar hoofdstukken geschreven." Kon hij ook meteen zijn zus bezoeken, die twee jaar eerder naar Andalusië was vertrokken om in tropische vogeltjes te handelen. "Ik was er nog niet geweest. Ik had er geen zin. Mijn zus heeft vaak heel grote plannen, maar het loopt nogal eens op niets uit. Iets wat eerst 'gouden handel' heet, eindigt dan in een drama."

Dat blijkt. Vlak voor vertrek komt het bericht dat zij en haar man zijn opgepakt op verdenking van drugshandel. In plaats van haar te treffen in haar villa, moet Visser op bezoek in de gevangenis.

Toch heeft hij aanvankelijk de neiging de sores rond zijn zus vooral te beschouwen als irritante onderbreking. Hij wil snel gewoon weer aan het werk. Het lukt niet: "Ik kon het niet loslaten." Niet voor één gat te vangen, schuift Visser de schrijver even opzij en probeert een andere rol: die van journalist. "Ik kan hier op zijn minst een verhaal van maken, dacht ik. Hoeveel mensen maken het nu mee dat een zus in de drugshandel belandt? Dat was bijna een praktische oplossing voor het verlies aan tijd. Kon ik het toch verzilveren, was ik niet voor niets daarheen gegaan."

Ook dat werkt niet. De situatie waarin zijn zus zich heeft gemanoeuvreerd roept herinneringen op aan het zakelijk talent van zijn vader, die ook niet altijd even realistisch was over zijn mogelijkheden op dat terrein. En aan de vele vakanties die het gezin Visser in Spanje heeft doorgebracht. "Het begon te schuiven. Toen ik ging denken aan al die andere verhalen, zat ik er, voor het wist, tot over mijn oren in." Want wat herinnert hij zich precies? En hoe betrouwbaar is het geheugen eigenlijk?

De roman waarvoor Visser destijds naar Spanje afreisde is er niet gekomen. Nog niet in ieder geval. In plaats daarvan ligt er nu 'God staat me bij want ik ben onschuldig'. Ook een roman, zo staat er nadrukkelijk op de omslag. "Uiteindelijk is het een kunstwerk, het staat in het teken van de verbeelding. Het boek is gebaseerd op waargebeurde verhalen. Maar, net als bij mijn andere romans, ben ik toch degene die bepaalt hoe het verhaal wordt verteld. Ik kies wat ik laat zien en wat ik voor me houd. Ik heb gebeurtenissen in de tijd verplaatst, dingen weggelaten of juist uitvergroot om het spannender te maken. En ik heb de waarheid hier en daar bewerkt om mensen die een rol in het boek spelen een beetje te beschermen. Er zaten deze keer verschillende mensen in mij; journalist, schrijver en familielid. Die hebben vaak een strijd gevoerd."

Dit is in ieder geval waar gebeurd. Van de vakanties in Spanje kent de familie Visser Fina, een jonge Spaanse, en haar moeder. Begin jaren zeventig verblijft Fina zo'n half jaar bij de Vissers in Nederland. Kort daarop wordt ze in Marbella door haar moeder vermoord. Een Spaanse krant - een exemplaar ligt verstopt in een kast van Arjan Vissers ouders - maakt er melding van. Visser: "Maar na haar dood werd er bij ons thuis niet meer over gesproken. Mijn moeder zegt nu: we vertelden jullie daar niet over, jullie waren nog zo klein. Dat is raar, want zo klein waren we ook weer niet.

Wat ook raar is: ik vroeg er ook niet meer naar. Terwijl ik een heel nieuwsgierig iemand ben. Wat is het geweest dat mij ertoe heeft gebracht om er niet naar te vragen? Ik zal ergens hebben aangevoeld dat het een no-go-area was. Ik ging het navragen bij mijn broers en zussen en die bleken ook alleen maar een flardje van dit en een flardje van dat te weten."

Visser kan met die flardjes geen genoegen nemen. Op haast Spoorloos-achtige wijze gaat hij op zoek; wie was Fina? En wat had zijn vader precies met haar en haar moeder te maken?

Tijdens ons gesprek in een Amsterdams café omschrijft Visser deze speurtocht opgewekt als een aangenaam tijdverdrijf. Meent hij dat werkelijk? Want Fina blijkt niet de naïeve, jonge Spaanse vrouw die Visser zich herinnert en ook over haar moeder komt hij gaandeweg het een en ander te weten. En hoe zit het trouwens met die prostituee uit Rotterdam die op een dag, hooggehakt, de lippen rood gestift, door zijn vader werd meegenomen naar Werkendam 'om een beetje bij te komen in een normaal gezin'?

"Ik heb daar lang over nagedacht. Wat had mijn vader precies met die vrouwen? Hoe onschuldig waren die contacten? Had hij soms een soort reddingsfantasieën? Ik heb in mijn boek een denkbeeldig gesprek met hem waarin ik mezelf laat worstelen met die vragen. Ik zie een raadselachtige kant aan het gedrag van mijn vader. En ik vraag me af hoeveel ik daar van mag zien, en hoeveel ik daarvan aan anderen mag tonen."

Je vader is in 2004 overleden. Is je beeld van hem door het schrijven van dit boek veranderd?

"Ik heb allerlei scenario's bedacht voor de relatie van mijn vader met Fina en haar moeder. Maar het wonderlijke is dat ik, zelfs bij het meest zwarte scenario, net zo over hem bleef denken als toen hij nog leefde. Ik was dol op die man, de verhouding is niet altijd even jofel geweest, maar werd wel steeds beter en we zijn goed geëindigd."

En je moeder? Je laat haar door een bevriende psychiater in het boek een gangstermeisje noemen.

"Eerlijk gezegd vond ik dat zelf wel een ontroerend beeld. Het is een metafoor, maar ik denk dat hij wel in de buurt komt. Mijn vader was geen gangster, mijn moeder was geen meisje, dus ook geen gangstermeisje. Het gaat meer over een beetje wegkijken in een relatie. Mijn vader had altijd allerlei grote plannen, net als mijn zus, maar vaak werd het niks en dan had het ineens afgedaan. Mijn moeder wist heus wel dat sommige acties van mijn vader niet helemaal in de haak waren, dat geeft ze ook toe. Maar het beeld dat mijn moeder van mijn vader heeft is: hij was een goede man en hij heeft het goed bedoeld.

"Ik heb een herinnering aan het huwelijk van mijn ouders als een gelukkig huwelijk, aan mijn jeugd als een gelukkige tijd. Dat is niet veranderd. Maar natuurlijk denk ik weleens: wat heb ik gedaan. Dan is het alsof ik een groot kleed heb opgetild. Ik heb even gekeken wat er onder lag en daarna heb ik het weer snel laten vallen."

Het kleed ligt weer op de grond, maar wat je hebt gezien geef je nu wel aan de openbaarheid prijs. Je noemt het een roman, maar ziet je familie dat ook zo?

"Die familie van mij kan veel hebben. Mijn zus en mijn moeder hebben het inmiddels gelezen, ze weten wat er komt. Mijn moeder had mij eerder al carte blanche gegeven. Ze zegt: 'Het is jouw waarheid, niet de mijne'. Ik vind het heel mooi dat ze me dit gunt. Ze ziet hoe belangrijk het voor mij is. En ze zegt nu: 'Je beet je zo vast in het verhaal dat er geen stoppen meer aan was. Je leek je vader wel.'

"Net zoals de ik-figuur in mijn boek kom ik iedere week bij mijn moeder. Ik ga op de motor naar haar toe, dan scrabbelen we en we kletsen wat, en dan ga ik weer terug.

"Ik zie wel aankomen dat ik in de verdediging word gedrukt: mag je dit doen, mag je dit je familie aandoen? Ik vind dat je voor de kunst ver mag gaan. Ik weet dat het hoogdravend klinkt, maar ik heb het bedoeld als een verhaal om de lezer te bekoren. Om hem uit te dagen. Als bij jou in de familie zulke verhalen rondzingen, wat doe je dan?

"Toegegeven, mijn familie is wel zenuwachtig. Maar ze willen ook precies weten wat er gebeurt. Mijn moeder zegt in één adem: 'Ik vind het nogal wat' en 'De eerste bestellingen van het boek zijn binnen'.

"Mijn eigen kinderen vinden het ook spannend. Mijn eerdere romans hebben ze geen van allen gelezen. Niet zo raar, ken jij veel lezende pubers? Maar het is een gekke gedachte dat ze zich hier nu wel op willen storten."

En je vader; had hij met dit boek kunnen leven?

"Hij zou veel gaan weerleggen, gaan zeggen wat er allemaal niet klopt. Maar ik denk dat hij er uiteindelijk wel waardering voor zou kunnen hebben dat ik zijn belevenissen als uitgangspunt voor een roman heb gebruikt. Al had er vermoedelijk heel wat water door de zee gemoeten voordat we daar waren uitgekomen."

Wie is Arjan Visser?

Trouw-lezers kennen Arjan Visser (1961, Werkendam) vooral van zijn interviewserie De tien geboden, die hij sinds 1998 maakt. Arjan Visser begon zijn journalistieke carriere bij huis-aan-huisbladen en vrouwenblad Libelle.

In 2003 debuteerde hij als schrijver met 'De laatste dagen', waarin godsdienstwaanzin een belangrijk thema is. Hij werd daarvoor bekroond met zowel de Anton Wachter- als de Geertjan Lubberhuizenprijs. Daarna volgden de romans 'Hemelval' (2006), 'Paganinipark' (2009) en 'Hotel Linda' (2012). De Duitse vertaling van het laatste boek werd bekroond met de Else Otten Übersetzpreis 2014. Volgende week verschijnt 'God staat me bij want ik ben onschuldig'. (Uitgeverij Atlas Contact).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden