'Alsof hij zijn lot had voorvoeld'

De Serge Heederikprijs werd afgelopen week uitgereikt aan het beste filosofische essay van jongens en meisjes onder de achtentwintig jaar. Winnares Marieke Borren maakt in haar essay duidelijk dat we de utopie en het paradijs niet meer nodig hebben voor een betere wereld.

Yoram Stein

'Er zijn genoeg moordenaars die het ijskoud laat of ze een medemens om zeep hebben geholpen, zonder ook maar een greintje last van hun eigen geweten te hebben.'' Dat schreef de filosofiestudent Serge Heederik in 1991. Hij was pas twintig. Vijf jaar later werd hij zelf vermoord. Drie jongens in Heerlen staken -zomaar, voor de lol- met messen op hem in.

Vorige week was het precies vijf jaar geleden dat Serge aan de gevolgen van deze messteken overleed. Aanleiding om voor de tweede keer de Serge Heederik prijs toe te kennen aan een jeugdig filosofisch talent. De Serge Heederik stichting hoopt zo anderen de kans te geven om zich verder te ontwikkelen. Iets wat Serge ook graag gewild zou hebben, en iets wat hij ook zeker gedaan had, als hij niet zo ongelukkig was geweest om op het verkeerde moment op straat te lopen.

Er is groeiende belangstelling voor deze filosofische essaywedstrijd voor jongeren. Vorig jaar werden er nog maar 11 essays ingezonden, dit jaar waren het er al 58. Veel van de inzendingen gingen over zinloos geweld. Andere jongeren schreven over zingeving, dierenrechten, kunst en godsdienst.

De jury vond 'Leven zonder garanties' van de zesentwintigjarige Marieke Borren het beste essay. Daarnaast waren er eervolle vermeldingen voor de inzendingen van E.Tonnard, M.Boven, C.Rijsbergen, en voor de zestienjarige leerlingen van een klas van het Maerlant Lyceum in Den Haag.

Het essay van Borren dat de geldprijs van vijfduizend gulden won, gaat dieper in op de angst voor het verliezen van de grip op het bestaan. Wetenschap en technologie kunnen ons niet beschermen tegen de dreiging van ouderdom, ziekte en dood.

,,Misschien komt het er wel op aan de onzekerheid niet symbolisch of technologisch op te heffen'', schrijft Borren. ,,Maar gaat het erom deze onder ogen te zien, te accepteren als de menselijke bestaanswijze.''

Acceptatie van de condition humaine (het leven zonder garanties) hoeft niet tot machteloosheid te leiden, betoogt Borren. ,,De 'postmoderne uitdaging', dat wil zeggen, de mogelijkheid van het uithouden van de breekbaarheid, contingentie en ambivalentie van het menselijke bestaan in de risicovolle wereld van vandaag, ligt voorbij naïviteit, technocratische almachtsfantasieën, absolute antwoorden én machteloosheid.''

Martijn Boven onderneemt in zijn essay een poging om het geweld te ontmaskeren. ,,Het gewelddadige karakter van de mens bewijst dat de mens slecht is'', schrijft hij. ,,Niet door en door slecht, maar geneigd tot slechtheid. Dit komt vooral doordat de mens geneigd is zichzelf belangrijker te vinden dan ieder ander mens. Een geweldspleger ziet de mens die hij geweld aandoet slechts als een object, dat naar eigen inzicht gebruikt mag worden. Geweld is dan ook een vorm van hoogmoed.''

Een van de bestgeschreven essays was dat van Elisabeth Tonnard, dat zaterdag in het katern Letter & Geest van deze krant wordt gepubliceerd.

Antoon van den Braembusche, de oprichter van de Serge Heederik Stichting, is tevreden over de kwaliteit van de inzendingen. Borren noemt hij 'een grote belofte', en haar essay 'een meesterlijke analyse'. Martijn Boven ('Ik zoek een leraar') en Elisabeth Tonnard ('In het oog, in het hart') hebben hem en de jury ook bekoord. Zij schreven wat toegankelijker dan het redelijk abstracte betoog van de winnares. De jury vond Borrens tekst echter 'het meest filosofisch'.

Er waren ook goede inzendingen van middelbare scholieren. ,,We denken erover om de prijs in twee leeftijdscategorieën op te delen'', zegt Van den Braembussche. ,,De jury vond het nu namelijk erg moeilijk om de gedachten van zestienjarigen te vergelijken met die van tien jaar oudere studenten.''

Van den Braembusche ontmoette Serge toen hij een jaar gastdocent filosofie was aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vertelt dat hij Serge beter kende dan de de meeste studenten. Soms gingen ze na de colleges op een terrasje zitten om wat te drinken, en om nog een beetje te filosoferen. ,,De ene week zat hij in de collegebanken, en de volgende week was hij vermoord. Heel onwerkelijk. Ik vertelde het aan de studenten. Iedereen was geschokt.''

Van Serge's moeder hoorde hij dat haar zoon bezig was geweest met een boek. De filosofiedocent heeft het werk van zijn leerling toen bekeken, duizenden pagina's, want Serge schreef al sinds zijn achttiende. Niet alles wat Serge geschreven had was even goed, vertelt Van den Braem bussche die zegt 'de pareltjes' uit zijn teksten gedestilleerd te hebben. ,,Zoals elke jongen van die leeftijd moest hij natuurlijk ook nog van alles ontdekken: over de liefde en zo.'' Maar uiteindelijk verscheen drie jaar na Serge's dood het boek 'De zon is het oog van God'.

,,Toch is het heel vreemd'', zegt Van den Braembussche. ,,Als achttienjarige ontwikkelde hij al een theorie van de moord. Toen ik dat las, kon ik het bijna niet geloven. Het lijkt alsof hij iets van zijn eigen lot voorvoeld heeft, alsof hij al over zijn eigen moordenaar aan het filosoferen was. Het gaat echt om hetzelfde type moord: de pure zinloze moord. Ik kan niet verklaren waarom hij daar op zo'n jonge leeftijd al zo mee bezig was.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden