Alsof de Italianen het platteland hebben afgeschreven

In april begonnen Tineke Straatman en haar partner aan een voettocht van een halfjaar door Italië. Vertrokken vanuit Gambrië, in de teen van Italië, liepen zij door voornamelijk berggebied naar Zwitserland. Deze week bereikten zij na ruim drieduizend kilometer de Zwitserse grens. Vandaag de laatste aflevering van haar reisverslag.

We hebben de Zwitserse grens bereikt. Sneller dan we van plan waren, maar precies op tijd.

Terwijl we oorspronkelijk eind september de grens wilden oversteken bij het dorpje San Bernardo ten oosten van de Monte Rosa, hebben we twee weken geleden besloten om in noordelijke richting meteen door te steken naar de pas van de Grote Sint Bernard. Een beslissing die mede werd ingegeven door de gedecideerde mededeling van rifugio's en hotels dat ze in de derde week van september dichtgingen. En een beslissing die ons achteraf gezien voor een hoop ellende heeft behoed. Want het weer is pijlsnel omgeslagen sinds we in de Alpen lopen.

Op 5 september zagen we 's morgens vroeg de eerste versgevallen sneeuw hoog op de toppen liggen. Op onze laatste wandeldag, zondag 13 september, klommen we de duizend meter naar de Sint-Bernardpas (2473) over besneeuwde paden, om vervolgens onder een lichte sneeuwbui de grens over te steken. En nu, de dag erna, zitten we op de pas in een prettig jaren-dertighotel, toepasselijk Albergo Italia geheten, terwijl een sneeuwstorm om ons heen jaagt en de weg met moeite sneeuwvrij wordt gemaakt door schuifauto's met zwaailicht.

Een en ander neemt niet weg dat de Alpen de bergkoninginnen van Italië zijn. Hoger, groter, mooier, indrukwekkender, dan welk ander bergmassief ook waar we de afgelopen maanden doorheen zijn gelopen. De variëteit in landschap is enorm. Iedere bergrug, iedere vallei, heeft een eigen karakter. Reeds drie dagen nadat we de Po-vlakte hadden verlaten zagen we de eerste gletsjers. En dan is er nog het constante geluid van water. Je doet geen stap zonder het gekabbel van een stroompje, het geruis van een waterval, het geraas van rivieren.

Even bijzonder als het alpenlandschap is de bouwstijl van de huizen. Voor het eerst zagen we in Italië huizen die volstrekt organisch deel uitmaakten van het landschap. In de bergen zijn er de eenzame boerderijen met lage muren in grijze natuursteen, halfweggedoken tegen een rotsformatie, en met enorme leien op het dak, van minstens een halve bij een halve meter. En in de dorpen staan de huizen, wat hoger van muur maar in dezelfde grijze natuursteen en met dezelfde leien daken, op een kluitje tegen elkaar, alsof ze bescherming zoeken tegen de barre winter.

Interessant detail is daarbij de constructie van de boerderijen die in de dorpen zelf staan. De bovenste verdieping, onder het dak dus, vertoont enorme gaten, alsof het huis al een ruïne is, maar niets is minder waar. Het zijn windgaten, bewust aangebracht om hooi te drogen of geoogst graan te laten narijpen.

Dat laatste gebeurt overigens nog sporadisch. Van de landbouw in de Alpen, waar tot na de oorlog nog op 1800 meter hoogte rogge werd verbouwd, is weinig meer over. De schuld van de Italiaanse regering, zegt een boze ex-boerin in het vlekje Saletta boven Condove. 's Zomers verblijven zij en haar man een paar maanden in de 17de-eeuwse familieboerderij, puur uit nostalgie en om de boel niet helemaal te laten verslonzen.

“We hebben een aantal jaren geprobeerd om de boerderij in stand te houden, met wat koeien en veertig geiten, maar de regering, die alleen uit derden bestaat, heeft het bergboerenbedrijf kapotgemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog woonden er zesduizend mensen in de bergen en drieduizend mensen in Condove zelf.

Nu woont vrijwel iedereen in Condove. Men werkt in de industrie, Fiat meestal. Nee, dan heeft jullie regering het beter gedaan, in Nederland wordt de boer beschermd.''

De teloorgang van de bergboer blijkt een hot item in de Piemonte, merken we ook tijdens latere gesprekken, waarbij men opnieuw opvallend goed op de hoogte blijkt van de agrarische situatie in Nederland. Wél lijkt er inmiddels een lichte tegentendens te ontstaan, waarin een nieuwe generatie boeren toch weer voor de bergen kiest. Diverse malen troffen we op grote hoogte, tot 2000 meter, jonge echtparen aan, soms met kinderen, die koeien hielden voor de kaasproductie. Fontina heet die lokale kaas, die althans in een boerderij geheel ouderwets werd gemaakt. De kaas werd gestremd in een enorme ijzeren ketel die eerst op een houtgestookt fornuis was verwarmd. En dan te bedenken dat die kaas vervolgens 'op de schouder' naar beneden moet worden gebracht. Nogal wat van deze hooggelegen boerderijen zijn slechts te voet bereikbaar.

Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de bergboer - zonder draaglast tenminste - in ongelooflijk tempo langs de muilezelpaden snelt. Tijdens een afdaling van een hoge col passeerden ons twee boerenzonen die 'even' de wekelijkse zoutvoorraad naar hun koeien hadden gebracht. Hoelang het nog naar het dorp Pealpetta was, vroegen we. Een uurtje, zeiden ze. Drie uur later liepen we Pealpetta binnen.

De Piemontese verontwaardiging over de verdwijning van het boerenbedrijf is de zoveelste bevestiging van wat we drieduizend kilometer lang hebben waargenomen, wandelend door de achterkant van Italië. Of het nu Calabrië betreft of de Abruzzen of de Apennijnen; overal storten de landbouwterrassen in elkaar, zijn boerendorpjes vervallen tot ruïnes, keren de bossen terug.

Een tweede constante, wellicht daarmee samenhangend, is de grote eenzaamheid waarin we drieduizend kilometer lang hebben gelopen. Op de allerspectaculairste plekken, Gran Sasso of Gran Paradiso, kwamen we één of twee dagen lang mensen tegen, meestal dagwandelaars. Maar verder liepen we alleen. Alsof de Italianen niet alleen het boerenbedrijf maar ook het platteland hebben afgeschreven. Tegelijkertijd maakte juist die verlatenheid de tocht bijzonder. Vanaf de eerste dag - met sneeuw - in de Aspromonte, tot aan de laatste dag - met sneeuw - in de Italiaanse Alpen, hebben we ons ontdekkingsreizigers gevoeld in onbekend gebied.

14 september, Gran San Bernard

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden