Alsnog een roman neerzetten

Ad Fransen, Gerard Koolschijn, Rudi Wester, allemaal al een andere carrière achter de rug

In glossy magazines zie je af en toe foto's van het zogeheten debutantenbal, een chique gelegenheid waarbij keurig opgevoede en in avondkledij gestoken jongens en meisjes hun entree in de grote wereld maken. In de regel zijn ze tussen de zeventien en twintig. Vijftigplussers zijn uitsluitend welkom in de rol van trotse moeder of vader.

Voor literaire debutanten daarentegen geldt geen leeftijdsgrens. De dichters Jacques Perk en Albert Verwey publiceerden vóór hun twintigste. Toen Gerard Reve en Arnon Grunberg hun eerste romans schreven waren ze nauwelijks ouder. Maar Charlotte Mutsaers was bij haar debuut de veertig voorbij, en F.B. Hotz mocht zich ten tijde van 'Dood weermiddel' al bijna pensioengerechtigd noemen.

Vandaag de dag lijkt het schrijverschap uit te groeien tot een late roeping. Je kunt er ook wat laconieker tegen aankijken en vaststellen dat de openbaarmaking van kunstzinnige poëzie of proza met literaire pretenties sommige oudere debutanten troost met de illusie dat ze niet voor niets hebben geleefd. Zei Confucius al niet dat je onsterfelijk wordt wanneer je een zoon verwekt, een boom plant en last but not least ook een boek schrijft? Misschien wagen daarom zoveel senioren alsnog een kansje. Niet zelden zijn het mannen of vrouwen die voordien in een andere hoedanigheid naam hebben gemaakt. Zo zagen we het afgelopen seizoen journalist Ad Fransen (1955), vertaler Gerard Koolschijn (1945) en oud-literatuurmanager Rudi Wester (1943) hun eerste roman presenteren.

Wie op leeftijd is, heeft de neiging om te zien naar de afgelegde levensweg. Geen wonder dat de zoektocht naar de verloren tijd een van de grote thema's is uit de wereldliteratuur. Geen wonder ook dat beginnende romanciers, de senioren onder hen voorop, eerst maar eens de balans opmaken, is het niet van een compleet bestaan dan wel van hun jeugdjaren. Zo ook Victor Schiferli (1967), die zich na drie dichtbundels aan het verhalend proza heeft gewaagd. 'Dromen van Schalkwijk' leest als een vrij stereotiepe en vlakke terugblikroman waarin een ik-figuur de confrontatie aangaat met schimmen uit het verleden. Hier zijn dat een even strenge als gelovige stiefvader en een vriend die het zoekt bij seks, drugs en rock-'n- roll. Schiferli heeft zijn boek opgezet aan de hand van popsongs waaraan de hoofdpersoon ooit zin en betekenis ontleende en die nu nog altijd een glimlach van vertedering weten op te wekken, dat wil zeggen bij zijn alter ego. Ik werd er eerlijk gezegd niet warm of koud van.

Pittiger kost biedt Ad Fransens eerste roman 'Het meisje met de mooiste heupen', al moet daar meteen bij worden gezegd dat de ingrediënten zijn ontleend aan de receptenboeken van de pur sang stilisten Céline (en dan vooral diens koortsachtige driepuntjesprocédé) en Jeroen Brouwers (die net als Céline zijn pen pleegt te dopen in een mengsel van gal en adrenaline). Fransen laat de held van het verhaal niet in alleen in zijn verbeelding maar ook in werkelijkheid terugkeren naar de plaats waar hij opgroeide, om daar te ervaren dat zijn leven al meer verzandt en versjaggerijnt. Daartegen is zelfs de welwillendste lezer op den duur niet bestand.

Rudi Wester ensceneert haar duik in het verleden op een manier die onlangs ook werd gepraktiseerd in Joke Hermsens roman 'Blindgangers'. In 'Vriendinnen van vroeger, vrouwen van nu' laat Wester een vijfkoppig gezelschap oude studievriendinnen een weekend lang levenservaringen uitwisselen. Een echte roman wil het boek niet worden. Het blijft tamelijk levenloos hangen in de notulen van een drie dagen durende marathonsessie waarbij de personages elkaar in naam van de oude banden, maar ook ten koste van een hoop heisa, eindelijk eens durven zeggen wat ze van elkaar vinden. Herkenbaar voor de directe doelgroep, maar eentonig voor wie zich niet aangesproken voelt.

Eén oudere debutant laat alle andere verlate literaire intreders ver achter zich, en dat vooral omdat hij wordt gedreven door wat met een modewoord 'urgentie' heet. Gerard Koolschijn móést 'Geen sterveling weet' schrijven, in een verbeten poging zich te weer te stellen tegen de frustraties die zijn deel werden tijdens een ultra-orthodoxe opvoeding in de vreeze des Heeren. Verantwoordelijk daarvoor waren niet alleen zijn vader en moeder, maar ook dominee J.P. Paauwe, al eerder een bron van inspiratie voor Jan Siebelinks roman 'Knielen op een bed violen'. Maar anders dan bij Siebelink, die het in de eerste plaats te doen was om de religieuze martelgang van een vader, gezien door de ogen van de zoon, staat hier de zoon centraal.

En die heeft veel meer op zijn lever dan alleen de zoveelste afrekening met het calvinistische milieu. Koolschijn neemt in de eerste plaats zichzelf de maat, en maakt in dit genadeloze zelfgericht duidelijk hoeveel kwade trouw er kan schuilen in excuses in de trant van 'het is allemaal de schuld van mijn ouders'.

Het snijdende onderscheid tussen Schiferli, Fransen en Wester aan de ene en Koolschijn aan de andere kant zit hem in de aanpak, de manier van schrijven vooral. De kwaliteit van 'Geen sterveling weet' wordt gedragen door een heel eigen mengsel van dramatiek en ironie, waarin overdrijving en absurditeit om voorrang strijden. Sinds Gerard Reve's fameuze reisbrieven, verschenen in de jaren zestig, las ik nooit meer iets wat me zo hevig naar de strot greep en op mijn lachspieren werkte.

Natuurlijk zijn er ook nog debutanten van onder de dertig. De opvallendste is Wytske Versteeg (1983), schrijfster van de roman 'De wezenlozen'. Met de nodige durf en stilistische brille steekt ze de mythe van Antigone in een modern jasje, daarbij slim gebruikmakend van eigentijdse verschijnselen als anorexia en docusoaps in de trant van Big Brother en De Gouden Kooi. Op de ondergrond van een oeroude, maar tevens onverslijtbare tragedie etst Versteeg met even scherpe als accurate pen het drama van een desintegrerend gezin, een thema dat in de Nederlandse roman een zekere actualiteitswaarde heeft, getuige Arnon Grunbergs 'Tirza' en Peter Buwalda's 'Bonita Avenue'.

Vergeleken met de schwung die Versteeg kenmerkt, is de verteltrant van David van Bodegom (1978) tamelijk ingetogen. Tegelijk geeft zijn roman 'Nood breekt wet' een indringend beeld van de botsing tussen de harde Afrikaanse werkelijkheid en het boterzachte westerse idealisme van ontwikkelingswerkers die vol goede moed filantropie bedrijven tot ze vroeg of laat ontnuchterd raken. Velen kunnen dan inmiddels niet meer terug, gegeven het feit dat het zwarte continent onder hun huid is gekropen en niet van wijken weet. Zo vergaat het ook Van Bodegoms hoofdpersoon. Hij probeert het nog wel even in Nederland, maar keert na enige tijd terug naar het Ghanese oerwoud, vol scepsis, maar toch nog steeds toegewijd aan wat hij als een onontkoombare missie ziet.

Waar ooit aankomende en inmiddels gevestigde schrijvers als Mensje van Keulen, Oek de Jong en Margriet de Moor debuteerden met korte verhalen, lijkt het vandaag de dag alsof je alleen nog kunt scoren met een roman.

Toch breekt er af en toe nog een korteverhalenschrijver door. Een paar jaar geleden was dat het geval met Sanneke van Hassel, inmiddels een vaste waarde in de Nederlandse literatuur. De afgelopen weken heeft het genre aanzienlijke versterking gekregen van Rosan Hollak ('Scherptediepte'), Gillis van der Loo ('Hier sneeuwt het nooit') en Sander Kollaard ('Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde').

Van deze drie is Sander Kollaard (1961) de meest getalenteerde. Van de vorm van zijn bundel heeft hij iets bijzonders gemaakt. In elk van de veertien verhalen hult hij zich in de gedaante van Erik van Duijn, een verteller die steeds een stukje van zijn biografie prijsgeeft, niet door zich te richten op grote lijnen en ingrijpende gebeurtenissen, maar door quasi-achteloos maar tegelijk liefdevol aandacht te vragen voor kleine details en onbeduidende voorwerpen.

Die vormen immers de aanhechtingspunten waaromheen zijn bestaan zich heeft uitgekristalliseerd. Daarbij gaat om zaken als "een paar door zeewater geloogde stukken wrakhout, een zakschaakspel waarvan drie zwarte pionnen missen, een zelfgemaakte fruitschaal, en natuurlijk het kasboek".

Het zijn deze schijnbaar verwaarloosde, maar in werkelijkheid innig gekoesterde voorwerpen die Erik inlijst in een mooi verhaal. Van het kasboek onthoudt hij dat er geen ontkomen aan was toen hij het als tienjarige bij een kantoorboekhandel zag liggen: hij moest en zou het hebben. Waarvoor hij het kon gebruiken, zou hem later wel te binnen vallen. Maar wanneer hij het na jaren weer in zijn handen houdt, is het nog steeds leeg, als een onvervulde maar ook ongeschonden belofte. En dus kan het terug in de doos, en de doos terug naar zolder, "ongezien, ongeopend, maar op een vanzelfsprekende manier aanwezig, ongeveer zoals het hart".

Schrijven uit het hart, maar met het hoofd, dat levert nog altijd de mooiste literatuur op. Van jonge én oude debutanten.

Victor Schiferli: Dromen van Schalkwijk. € 17,95
Vrij stereotiepe terugblikroman, waarin wordt afgerekend met een strenge, gelovige stiefvader.

Ad Fransen: Het meisje met de mooiste heupen. € 17,90
Hoofdpersoon keert terug naar plaats van herkomst. Leunt stilistisch nogal zwaar op Céline.

Rudi Wester: Vriendinnen van vroeger, vrouwen van nu. € 18,95
Vriendinnen vertellen elkaar eindelijk de waarheid.

Gerard Koolschijn: Geen sterveling weet. € 19,95
Genadeloze afrekening met orhodox milieu, waarbij de schrijver zichzelf niet ontziet.

Wytske Versteeg: De wezenlozen. € 17,95
Slim, met schwung geschreven drama rond desintegrerend gezin.

David van Bodegom: Nood breekt wet. € 17,95
Ingetogen roman over filantropen die in Afrika ontnuchterende ervaringen opdoen.

Sander Kollaard: Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde. € 17,50
Bijzondere reeks verhalen rond gekoesterde voorwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden