Column

Alsjeblieft dopingcontroleurs, mogen sporters ook een leven hebben?

Beeld Maartje Geels

Er moet mij iets van het hart, over dopingcontroles. Altijd een heikel onderwerp, dus voordat ik mijn verhaal begin, vind ik het belangrijk te zeggen dat ik grote waarde hecht aan dopingtests.

Ik ben voorstander van controles voor en na de wedstrijd en controles buiten competitie. Al is het een behoorlijke inbreuk op de privacy van een mens, ook het whereabouts-systeem waarin sporters altijd moeten laten weten waar ze te vinden zijn voor een eventuele test, vind ik een prima middel.

Als sporter die staat voor een schone sport moet je dat ervoor over hebben, vind ik, en dat het nodig is blijkt wel weer uit het feit dat er na ruim een week koersen al drie dopinggevallen gelinkt zijn aan de Ronde van Italië.

Maar wat ik niet begrijp, is dat controles altijd uitgevoerd worden. En met altijd bedoel ik: ­áltijd. Het meest schrijnende voorbeeld daarvan stamt van tien jaar terug. Wielrenner Kevin Van Impe had een te vroeg geboren zoon gekregen. Zes uur na de ­geboorte overleed het jongetje.

Geen clementie

In shock zaten zijn vrouw en hij met de begrafenisondernemer om tafel de crematie te regelen, en toen belden er dopingcontroleurs aan. Of ze gelegen kwamen. Nou, niet bepaald. Maar opdracht is opdracht: Van Impe mocht dan wel protesteren, hij had geen keus. Hij werd verplicht onmiddellijk in een potje te plassen, ­anders zou hij een officiële waarschuwing krijgen die in het ergste geval tot een schorsing kan leiden.

Over dit verhaal ontstond veel ophef. Je zou denken dat er misschien wel iets zou veranderen in het beleid van de dopingautoriteiten. Maar nee. Sindsdien heb ik legio voorbeelden gehoord over renners met veertig graden koorts, zo ziek dat ze nog geen glas water konden binnenhouden, maar waar de controleurs net zo lang bleven tot er tóch ­geplast was. Renners die werden weggeplukt bij feestelijke Sporter van het Jaar-verkiezingen, bij een begrafenis of bij hun eigen huwelijk. Geen clementie. Plassen, en wel nu.

Afgelopen week kwam me een verhaal ter ore waarbij ik ­opnieuw uit mijn vel sprong. Nog niet zo lang geleden stond de vrouw van een wielrenner op het punt van bevallen. De vliezen ­waren gebroken, de taxi om naar het ziekenhuis te gaan was in aantocht en dingdong daar stonden dopingcontroleurs voor de deur. Van het feit dat de vrouw des huizes over een stoel gebogen weeën stond weg te puffen waren ze kennelijk niet onder de indruk: de controle moest en zou doorgaan.

Discretionaire bevoegdheid

Omdat ze de renner volgens de regels niet uit het oog mogen verliezen tot de controle voorbij is, namen de controleurs hem in een tweede taxi mee, achter de taxi met zijn vrouw aan, naar het ziekenhuis. Daar moest hij de controle ondergaan, terwijl de bevalling verder ging. Gelukkig was het hun derde kind, dus niet alles was nieuw. Maar dan nog. Dan nog!

Boos worden op de controleurs in kwestie heeft weinig zin. Zij voeren slechts hun opdracht uit. Daarom is het hoog tijd dat de ­nationale en internationale dopingautoriteiten hier eens een goed gesprek over voeren. Ik zou willen voorstellen dat controleurs een discretionaire bevoegdheid krijgen. Het lijken me geen domme mensen, de lieden die de testen uitvoeren. Ik neem aan dat ze prima kunnen inschatten wanneer een aangetroffen situatie een uitzondering op het controleren vraagt. 

Sporters zijn mensen. Mensen die net als iedereen dingen meemaken waarbij de wereld stilstaat, of zelfs even vergaat. Je kunt mij niet vertellen dat ­dopingjagers een controle écht te allen tijde belangrijker vinden dan dat.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees meer van haar columns op trouw.nl/marijndevries.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden