Als ze maar lachen

Pas als ze met hartkloppingen en zweethanden op een barkruk in een New Yorkse comedy club haar beurt afwacht, vraag Petra Wolthuis zich af waarom ze dit in vredesnaam wilde: stand-up comedian worden.

TEKST PETRA WOLTHUIS

Mijn hart raast, mijn handpalmen zijn vochtig. Ik zit op de leren kruk aan de bar in de Gotham Comedy Club in New York. Mijn medecursisten en ik wachten lijdzaam op ons optreden. Als een lammeren op een rij, klaar voor de slacht. Dwangmatig veeg ik niet bestaande pluisjes van mijn jurk. Meer publiek schuift aan. De knoop in mijn maag trekt strakker.

"You can do it!", fluistert mijn New Yorkse buurvrouw in mijn oor en klopt geruststellend op mijn knie. Het licht dimt, het geroezemoes verdwijnt en in het donker hoor ik de Master of Ceremony het eerste optreden aankondigen. Ik ben nummer elf. Ik hoor grappen van medecursisten die ik inmiddels kan dromen. Mensen lachen, grinniken, zwijgen en schateren. Bij nummer tien, glijd ik langzaam van de kruk. Dan klinkt: "Let's hear it for Petra Wolthaus, all the way from Amsterdam." Er is geen weg meer terug. Ik loop naar het kleine podium, haal de microfoon uit de standaard en spreek.

Waarom wilde ik optreden als stand-up comedian? Geen idee. Midlifecrisis? Grenzen verleggen? Humor is altijd belangrijkgeweest in mijn leven. Ik waardeer een goede grap en ben al jaren een fervent bezoeker Nederlandse stand-uppers. Waarom New York? Heel eenvoudig; mocht ik afgaan op het podium dan kon ik altijd nog met opgeheven hoofd verder leven in Nederland. Ik hoefde dus niet lang na te denken toen ik op de website van het American Comedy Institute (ACI) in New York stuitte. Ik schreef me in en kreeg per mail de bevestiging dat ik deel kon nemen aan de vijfdaagse cursus. Ervaring was niet nodig.

Het ACI zit op de vijfde verdieping van Hotel The New Yorker in hartje Manhattan en bestaat uit drie kleine ruimtes. In de minst kleine staat een twintigtal stoelen verdeeld over drie rijen dicht tegen elkaar aan. Voor ons staat een microfoon in een standaard met daarachter een bordeauxrood gordijn. In het midden hangt een rond bord met een comedy-masker. Het oefenpodium.

De groep is behoorlijk internationaal: een Nigeriaan, Zweed, Italiaan en Amerikanen. Sommigen treden al op als comedians. Anderen, zoals ik, zetten onze eerste onzekere schreden.

Een vriendelijk ogende man loopt binnen en gaat achter de microfoon staan. Het is oprichter, directeur en docent Stephen Rosenfield (68). Ruim 25 jaar geleden begon hij ACI omdat hij zelf als jonge stand-up comedian een goede opleiding had gemist. Stephen adviseert ons om voortaan van elk optreden een geluidsopname te maken. "Zo hoor je precies wanneer mensen lachen en wanneer niet." Er bestaan volgens Stephen drie soorten lachen en wel de A-, B- en C-lach. 'De C is een grinnik. De B is een echte lach. En de A is die oncontroleerbare schaterlach waardoor mensen het bijna in de broek doen. Streef altijd naar die A-lach en neem met minder geen genoegen."

Dan vraagt Stephen aan de cursist vooraan of hij wil beginnen met zijn act. Ik schrik. Ik had niet verwacht dat we de eerste dag meteen in het diepe gegooid zouden worden. Als het mijn beurt is, ga ik voor het gordijn staan en lees de grappen voor die ik eerder die dag heb geschreven. Mijn medecursisten glimlachen en klappen beleefd.

Ik verontschuldig me voor mijn slechte optreden en krijg van Stephen een vriendelijke berisping. "Je mag je jezelf, je leven, je beroep of je geliefden belachelijk maken. Maar je mag nooit je eigen optreden of je capaciteiten als komiek in twijfel trekken. Hierdoor voelt het publiek zich ongemakkelijk. Zij betalen namelijk voor een optreden van een goede komiek." De moed zakt me in de schoenen.

De volgende middag krijg ik een privé-sessie met Stephen. In zijn kantoor kijkt hij me indringend aan en bestudeert mijn teksten. Hij zwijgt, lijkt even iets te zeggen en zwijgt weer. Dan zegt hij: "Bedenk dat het publiek uit New Yorkers bestaat. Mensen hier associëren Amsterdam met drugs. Dat kun je gebruiken." In eerste instantie vind ik het cliché om over drugs in Amsterdam te praten. Maar volgens Stephen is het belangrijk om aan te sluiten op de leefwereld van je toehoorders.

De daaropvolgende dagen in New York bestaan uit herschrijven, schrappen, privé-sessies met Stephen en 's avonds oefenen voor de groep. Ik leer ook veel van de acts van mijn medecursisten. Een jongen met New Yorks accent praat snel en lacht vaak om zijn eigen grappen. Een jonge vrouw met krullen grapt over het single en Joods zijn. Een net gescheiden Amerikaan van begin vijftig vertelt hoe zijn ex-vrouw zich ergerde aan zijn ademhaling. De Zweed met lang blond haar en dito baard deelt op theatrale wijze zijn gevoelens over Ikea. De sfeer in de groep is goed. Toch gaat iedereen na de lessen meteen huiswaarts. Om eerlijk te zijn, vind ik dat prima. Want hoe verder de week vordert, hoe uitgeputter ik raak.

Als de dag van het optreden eindelijk daar is, ben ik een zombie. Niets doet er meer toe, behalve mijn optreden.

Mijn moment suprême is daar. Op het podium in de Gotham Comedy Club pak ik de microfoon, glimlach en zeg: "I've heared that New Yorkers are annoyed by tourists. But in Amsterdam it's much much worse." Als na de punchline de eerste lach volgt, voel ik me euforisch. Dan volgt een tweede grap. Mensen lachen opnieuw. Ik zweef. En dan gebeurt precies datgene waar ik zo bang voor was. Ik krijg een black-out. Stephen had me geadviseerd om aantekeningen bij me te dragen. Maar ik wilde per se mijn nieuwe jurk aan en die heeft geen zakken. Dus rest mij niets anders dan op het podium, diep in mijn decolleté te grijpen om de papieren uit mijn bh te vissen. Tot mijn verbazing hoor ik het publiek schateren. Ik lees mijn aantekeningen terwijl de A4'tjes voor mijn ogen trillen. "Blijde communicatie", klinkt Stephen's stem in mijn achterhoofd. "Heb plezier met je toehoorders, wat er ook gebeurt!"

Ik ontspan iets, lach, verberg de aantekeningen weer in mijn bh en vervolg mijn act. Die verloopt nu foutloos. Als na mijn optreden een enthousiast en lang applaus volgt, voel ik me geweldig. Als een bergbeklimmer die ondanks ontberingen de top bereikt! Ik dank het publiek met een oprecht "You were great!" en loop in een roes terug naar mijn barkruk.

Na de show, nip ik op het dakterras van een New Yorkse hippe club gelukzalig aan mijn cocktail. Ik denk aan Stephens antwoord op mijn vraag: Hoe weet je ooit of je een goede comedian bent? "Als mensen lachen!" En dat deden ze.

Hoe maak je een goeie grap?

Wees origineel en authentiek. Maak grappen over zaken die je echt hebt meegemaakt.

Zet je toehoorders op het verkeerde been. Kom met verrassende kwinkslagen.

Durf grenzen te zoeken en taboes te doorbreken. Maar vermijd seksgrappen (vaak cliché en zelden nog taboedoorbrekend).

Overdrijf en vergroot alles.

Wacht niet te lang met het maken van de punchline, de grap. Te veel voorinformatie is saai.

Blijf op een vrolijke wijze voortdurend in contact met je publiek (blije communicatie).

undefined

Reageren?

Is er iets wat u heel graag wilt leren of beschikt u juist over kennis die u best met anderen wilt delen, wilt u ons dat dan vertellen? Dan maken we in de volgende Doe Iets weer een rubriek van vraag en aanbod. Mail ons, voor 1 november, op tijdpost@trouw.nl, maximaal 70 woorden. Met uw mailadres, zodat u elkaar zonder onze bemoeienis kunt vinden. Zet bij het onderwerp: vraag en aanbod.

Ik wil ook op cursus

Bij the American Comedy Institute in New York, (www.comedyinstitute.com) kost een cursus van 5 dagen $450.

Er is eigenlijk maar één vergelijkbare cursus in Nederland: de Standup Comedy workshop-reeks van muzikant en stand-up commedian Roel C. Verburg. (www.roelcverburg.nl)

Prijs: euro330 (11 bijeenkomsten en optreden in een comedyclub) De eerstvolgende cursus begint maandag 15 september in het Comedy Theater in de Nes in Amsterdam.

Bij de Comedy Workshop van Get events kun je je alleen per groep aanmelden. Optreden is voor eigen groep (min. 10-12 personen) Prijs: euro 25 per persoon voor 1,5 uur, zie:

www.getevents.nl/workshops

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden