'Als we niks doen, worden we links en rechts ingehaald'

Het onderwijs staat aan de vooravond van een revolutie, zegt Sjoerd Slagter, scheidend voorzitter van de VO-raad, de vereniging van scholen voor voortgezet onderwijs. 'We moeten leerlingen voorbereiden op beroepen die nog niet bestaan.'

Toen hij zeven jaar geleden de eerste voorzitter werd van de vereniging van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, stond hij voor een lastige klus. Protestantse, reformatorische, katholieke, vrije, montessorischolen... die hadden allemaal hun eigen verenigingen, maar namens deze kruiwagen vol kikkers moest de VO-raad dé gesprekspartner worden voor iedereen die ertoe doet in Nederland. Dat is gelukt, zegt voorzitter Sjoerd Slagter, die volgende week afscheid neemt.

Staan de schoolbesturen er nu beter voor dan zeven jaar geleden?

"Ja. Bedrijven, het ministerie, maatschappelijke organisaties, de Tweede Kamer: ze kloppen allemaal bij ons aan om te horen wat wij ergens van denken. Ze hebben ons ook nodig. Wij leiden de burgers van de toekomst op en de periode tussen twaalf en achttien jaar is bepalend voor de schoolcarrière en daarmee voor de rest van het leven. Mijn belangrijkste verdienste is dat het voortgezet onderwijs een gezicht heeft gekregen."

U vertegenwoordigt ruim zeshonderd scholen van allerlei pluimage. Staan alle neuzen dezelfde kant op?

"We mogen trots zijn op ons pluriforme onderwijsbestel. In het buitenland zijn ze daar jaloers op. Maar dat betekent niet dat je geen eensgezinde visie kan en móet ontwikkelen op de toekomst van ons onderwijs. In het begin was elke school geneigd te zeggen: wij willen het zelf bepalen, wij zijn anders. Nu is er het urgentiebesef dat het onderwijs moet veranderen."

Wat moet er dan veranderen in het onderwijs?

"Wij bereiden leerlingen nog te weinig expliciet voor op die internationale arbeidsmarkt. Zij gaan straks misschien aan de slag in Duitsland, Spanje of Singapore, omdat daar behoefte is aan specialisten in een bepaald vakgebied. Dat betekent dat je je talen moet spreken, je moet willen verdiepen in andere culturen. Onze jongeren moeten gaan concurreren met leeftijdsgenoten uit Finland, Singapore, China.

"Ons onderwijs is goed, maar als we niets doen, worden we links en rechts ingehaald. Dan heb ik het niet alleen over het verbeteren van reken- en taalscores. In internationale onderzoeken wordt ook het wetenschappelijk inzicht van leerlingen gemeten: kunnen ze met complexe vraagstukken omgaan? Daarin zijn onze jongeren juist goed. Dat zijn toekomstgerichte vaardigheden - wat we met een hip woord '21st century skills' noemen."

Dat weten scholen toch best?

"Het is wel een worsteling geweest om ze daarvan te doordringen. Van nature zijn scholen erop gericht om bestaande kennis over te dragen. Maar onze grootste uitdaging is om leerlingen voor te bereiden op beroepen die nu nog niet eens bestaan. Er zijn momenteel tienduizenden app-ontwikkelaars. Die jongens zaten op school toen er van smartphones nog helemaal geen sprake was. Daar heb je eigentijds onderwijs voor nodig."

Leren voor een internationale arbeidsmarkt, hoe ziet dat eruit in de klas?

"Het antwoord op die vraag is: maatwerk. Daarmee kunnen we meer uit individuele leerlingen halen. Dat probeerde ik dertig jaar geleden al, toen ik als biologieleraar voor de klas stond. Dan maakte ik drie versies van één opdracht over de werking van het menselijk hart: een basisles, een moelijkere versie waarin het orgaan allerlei afwijkingen had en eentje met herhalingsstof, voor wie het niet in één keer begreep. Dat was ontzettend veel werk, zat je stencils te maken en te kopiëren.

"Nederlandse leerkrachten geven verhoudingsgewijs ontzettend veel les. Het aantal uren drastisch terugschroeven zou miljarden kosten, dat kan niet. Maar door beter gebruik te maken van methodes en digitalisering kunnen we de werkdruk wel degelijk verlichten. Met slimme programma's kunnen we een leerling toetsen zodat de leerkracht vervolgens de juiste vervolgstof kan aanbieden.

"Onderwijs hoeft straks niet meer tijd- en plaatsgebonden te zijn. We hebben het eindelijk voor elkaar dat de onderwijsinspectie en het ministerie een ruimere definitie van onderwijstijd aanhouden: onderwijs is nu alles wat gebeurt onder supervisie van een docent. Dat kan dus een les van een leraar in de klas zijn, maar ook e-learning: het volgen van een 'mooc', een 'massive online open course', of een 'spoc', een 'small private open course'. Daardoor hebben docenten meer tijd om aandacht te besteden aan individuele leerlingen. Het getuigt bovendien van lef als een leraar zich kwetsbaar durft op te stellen en tegen zijn leerlingen zegt: 'Deze collega legt het in een youtube-video veel beter uit dan ik het kan. Kijk naar hem en kom dan met je vragen bij mij.'

"We zitten straks ook niet meer aan vaste roosters vast. Leerlingen komen nu na twee uur gym bezweet in de les Frans terecht, daar hebben ze dan helemaal de concentratie niet voor. Straks kunnen we veel meer inspelen op de voorkeuren van individuele leerlingen. Laatst nog had ik hierover een gesprek met leerlingen. Eentje zei dat 'ie altijd met de moeilijke opdrachten begon, terwijl zijn klasgenoot juist eerst alle makkelijke opdrachten maakte. In de toekomst kunnen we veel beter op zulke verschillen inspelen."

Gaan pubers daadwerkelijk harder lopen als ze op hun eigen manier mogen leren?

"Het blijft een feit dat veel leerlingen hun best doen omdat ze de docent aardig vinden. Die leraar heb je dus ook nodig, maar door het slim aan te pakken kun je de individuele prestaties van leerlingen wel verhogen."

U klinkt enthousiast. Hebt u erover nagedacht om zelf weer voor de klas te gaan staan?

(Lacht) "Ik zou zo weer les gaan geven, ja. Sterker nog, ik ben al gevraagd om ergens een paar uur biologie en filosofie te komen geven. Leuk hè?"

U heeft vier broers die leraar zijn. Zijn die net zo enthousiast over uw plannen?

"Die noemden me eerst natuurlijk een overloper, ik ging werken voor de vijand, de schoolbesturen. Toen het ging over de bapo, de verlofregeling voor oudere docenten, zei mijn ene broer: 'Sjoerd, ik zal toch niet meemaken dat jij me die dagen afpakt'. Maar hij heeft ook twee dochters in het onderwijs, dus mijn antwoord was: 'Wil jij hun carrière in de weg zitten en de reden zijn dat zij geen vaste baan vinden?'"

Dat was niet de eerste keer dat u de leraren tegen u in het harnas joeg.

"Als vertegenwoordiger van het voortgezet onderwijs heb je met meer partijen rekening te houden dan alleen de leraar. Ik werd aangesproken door leraren die over passend onderwijs zeiden: 'Ik ben scheikundeleraar, geen hulpverlener'. Maar het is een diepe wens van ouders met een moeilijk lerend kind dat het samen met zijn vriendjes naar school kan. Mijn boodschap is dan: het is lastig om opeens twee leerlingen met ADHD erbij te krijgen in de klas, maar je doet het voor de leerling.

"Als ik met een nieuw plan kwam zeiden schoolleiders de afgelopen jaren vaak tegen me: 'Jij hoeft het niet op maandagochtend in de personeelskamer uit te leggen.' Dat had ik altijd in mijn achterhoofd als ik besluiten nam: kan ik dit uitleggen?"

Sjoerd Slagter
1947 Geboren op 25 juni in Bussum

1965 Studie biologie en filosofie in Utrecht

1975-1993 Docent biologie en filosofie

1993-1997 Onderwijskundige bij CPS in Amersfoort

1995 Auteur van de filosofiemethode 'Leren filosoferen', samen met broer Martin

1997-2001 Regiodirecteur bij ROC ASA in Amersfoort

2001-2006 Voorzitter van het college van bestuur van de Stichting Scholengroep Christelijk Onderwijs in Zwolle/Kampen/Dronten

Sinds 2006 Voorzitter VO-raad

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden