'Als we alle Zwarte Pieten vanaf heden laten verkleden als Badr Hari zijn we van heel veel gelazer af'

Filosoof Coen Simon laat zien hoe je uitspraken uit het nieuws fileert

Daan Heerma Van Voss bij 'Avro's Vrijdagmiddaglive' Radio 1,
Wat we in een eerbetoon haast vergeten, is dat de herinnering aan onze helden hun gedachten niet alleen levend houdt, maar ze evengoed - als bij een grafheuvel - van een steeds dikkere laag van eigentijdse interpretaties en oppervlakkige verwijzingen voorziet. De vele ik-heb-een-droomrubrieken die ons medialandschap rijk is, zijn daar een voorbeeld van; je treft ze op de radio, de televisie, en zelfs deze krant heeft er een. De naam van Martin Luther King en zijn befaamde uitspraak I have a dream zullen niet gauw uit ons collectief geheugen verdwijnen, maar de historische betekenis van zijn speech is allang bedolven onder goedbedoelde vergezichtjes. Actrice Anousha Nzume gebruikte de rubriek I have a dream van het Avro radioprogamma 'Vrijdagmiddag Live' om de Zwarte Pieten-discussie een zoveelste zetje te geven. Ze sprak, King parafraserend, de geëmotioneerde hoop uit, dat er ooit een einde komt aan liedjes met teksten als 'Al ben ik zwart als roet ik meen het tóch goed'. Nzume beseft niet dat de groteske vergelijking tussen de rassenscheiding in het Amerika van begin jaren zestig en de maatschappelijke positie van de Zwarte Piet nu niet alleen Kings strijd ridiculiseert maar ook haar Zwarte Pieten-kwestie ongeloofwaardig pathetisch maakt.

In deze brandende kwestie is maar één houding erger dan de pathetiek van het eigen gevoel, en dat is die van de ironicus die aan elke polarisatie ontkomt door grappig bedoeld boven de discussie te staan. "Als we alle Zwarte Pieten vanaf heden laten verkleden als Badr Hari zijn we van heel veel gelazer af", schertste schrijver Daan Heerma Van Voss een week na Nzume in dezelfde radiorubriek. Om zijn plaagstootje inhoud te geven, sloot hij af met de confessie van zijn 'werkelijke droom': om ooit 'de wapenen der ironie te kunnen laten zakken om oprecht te kunnen zijn'. Voor deze ironicus, die zelfs zijn eigen ironie ironiseert, waarschuwde de Deense filosoof Søren Kierkegaard in 1841. Hij trekt zich voortdurend terug, 'vecht van ieder fenomeen de realiteit aan, teneinde zichzelf te redden'. Maar 'om zichzelf te kunnen handhaven in zijn negatieve onafhankelijkheid van alles', gedraagt hij zich als 'het eeuwige Ik, waarvoor geen enkele werkelijkheid de adequate is'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden