Als vrouw moet je aaibaar zijn, anders ben je gauw een bitch

Margriet van der Linden. Foto: Maartje Geels

INTERVIEW | Ze is hoofdredacteur van het feministisch maandblad Opzij. En daarmee ook boegbeeld van de vrouwenbeweging. Een rol waar Margriet van de Linden even aan moest wennen. "Er hoeft maar ergens in het land een vrouw een nare wind te laten, of er wordt naar mijn mening gevraagd."

Margriet van de Linden (1970) groeide op in een orthodox gereformeerd gezin. In 2008 werd ze hoofdredacteur van Opzij, na een loopbaan bij onder andere de EO en SBS.

Homoseksualiteit
Verscholen achter de Grote Bosatlas las ze als tiener stiekem in de openbare bibliotheek 'Rubyfruit Jungle', de in de jaren zeventig populaire, lesbische bildungsroman van Rita Mae Brown. Dat de hoofdpersonage Molly openlijk uitkwam voor haar geaardheid sloeg in als een bom bij Margriet van der Linden. "Ik heb het meerdere keren gelezen. Het was voor mij een wordingsboek."

Want de hoofdredacteur van Opzij groeide op in een orthodox gereformeerd gezin in Ridderkerk, waar over homoseksualiteit niet kon worden gesproken. En er golden strenge normen. Daar had ze op zich geen moeite mee. "Er wordt weleens gedacht dat ik een zeer moeizame jeugd heb gehad. Dat valt wel mee. Ik was ook niks anders gewend. Op zondagochtend liepen we om negen uur naar de kerk, en 's middags om half vier gingen we weer. En dat was prima. Waar ik veel meer moeite mee had, was dat ik het leven wilde leiden op mijn manier, op basis van mijn identiteit, en dat dat werd gewaardeerd en erkend. Maar ja, homoseksualiteit ligt moeilijk in die contreien. Zoals dat ook moeilijk is binnen de orthodoxe islam, het jodendom en de steile tak binnen de katholieke kerk."

Heeft die strenge opvoeding je ook iets gebracht wat je nog steeds met je meedraagt?

"Jazeker. Via een U-bocht. Het heeft mij op jonge leeftijd gedwongen na te denken over wie ik zelf ben en wat ik ten diepste wil en hoe zich dat verhoudt tot mijn opvoeding en het geloof zoals dat in mijn omgeving werd beleden. Eigenlijk het tegenovergestelde van waarin je wordt grootgebracht. Ik ben mezelf al vroeg vragen gaan stellen."

Heb je ook moeten loslaten?

"Uiteindelijk wel. De structuur en de geborgenheid van de opvoeding, de kerk, de Bijbel, de grote mate van veiligheid en overzichtelijkheid van het bekende. Als dat begint te schuiven, moet je loslaten. En het levert niet meteen een instant-bevrijding op. Zo van: holadijee, het leven gaat nu beginnen. Er breekt een periode aan van verwarring en rouw om de dingen die niet meer zijn."

En je wereld werd wat breder?

"In bevindelijke kringen wordt gesproken over 'de wereld'. Niet de wereld als aardkloot waar allerlei mensen wonen en waar interessante, mooie en ook minder fraaie dingen gebeuren, maar als de boze buitenwereld, de wereld die je van het rechte pad af probeert te brengen, tot en met een eigentijds Sodom en Gomorra aan toe. Maar, ik was alleen maar heel nieuwsgierig naar de wereld, waarin ik mezelf op een heel normale manier hoopte te kunnen bewegen en ik was nieuwsgierig naar de mensen die er rondliepen. Er was vroeger enige animositeit tussen christelijke en openbare scholen. Het maakte mij heel nieuwsgierig naar die andere kinderen. Zij mochten naar Feyenoord, zij keken televisie. Zij deden dingen die mij wel aanspraken en waar ik geen kwaad met een hoofdletter in kon ontdekken."

Waar haalde je de informatie vandaan als jullie geen televisie hadden?

"De openbare bibliotheek. Ik heb me uren vermaakt op de leesafdeling. Ik las de Haagse Post, De Tijd, Vrij Nederland, Opzij, andere kranten dan het Reformatorisch Dagblad. En boeken die niet voorkwamen in het oeuvre van de schoolbibliotheek. Jan Wolkers, Maarten 't Hart. Ik las voor het eerst een boek waar twee kussende vrouwen in voorkwamen."

En zo kwam je uit bij Rita Mae Brown?

"Ik was ongelofelijk geïnteresseerd in topsport en een groot fan van Martina Navratilova, de tennisster. Die was 'het' ook en kwam daar openlijk voor uit. In haar biografie las ik dat ze een relatie had met een Amerikaanse schrijfster, Rita Mae Brown. Dus ik naar de openbare bibliotheek en daar stuitte ik op de avonturen van Molly in 'Rubyfruit Jungle."

En toen lonkte de journalistiek.

"Ik ging naar Amersfoort, de Evangelische School voor Journalistiek. Nou, dat was al een revolutie hoor. Daar leerde ik ook andere groepen kennen, de pinkstergemeenten, de doopsgezinden, de zevendedagsadventisten, de christelijk gereformeerden, de vrijgemaakten. Men vond elkaar rond hetzelfde woord, maar ze gaven er allemaal een eigen draai aan. Dus dat was al een stapje meer. Je leert meer schakeringen kennen. En ik ging op kamers. En hoewel ik daar in het begin vreselijk aan moest wennen, bracht dat - letterlijk - al meer afstand ten opzichte van 'thuis'."

Hoe kwam je terecht bij de EO?

"Ik ging al heel snel op pad, die drang heb ik altijd gehad. In het tweede jaar moesten we een maand een zogeheten snuffelstage lopen. Ik ging naar de EO, de natuurlijke habitat van onze school. Die stage verliep zo goed, dat ze mij vroegen of ik één dag in de week bij het programma 'Tijdsein' wilde werken. Ik liep als eerste van onze school ook stage bij 'NOS-laat'. En als je als stagiaire je donderse best doet, dan kom je ergens binnen. Eerst bij 'De Ronde van Witteman', daarna kwam 'RTL-nieuws'."

Vervolgens ging je '5 In het Land' presenteren, een heel ander journalistiek genre.

"Dat was - met 'Hart van Nederland' van SBS - het begin van Nederland als Navelstarenland. Met je kont naar de rest van de wereld staan en alleen bezig zijn met wat er in Nederland gebeurt. Het presenteren op tv was een bijzondere ervaring, maar voor de rol van presentatrice moet je geduld hebben, en het niet erg vinden dat anderen de hort op gaan en jij aan het einde van de rit vertelt waar ze dan allemaal naartoe waren gegaan en wat daar dan was gebeurd. Uiteindelijk vind ik het leuker om bij de brand, vooraan te staan."

Dat presenteren een vak apart is moet je ook hebben gemerkt toen je in 2009 'Zomergasten' presenteerde, want je kreeg nogal wat kritiek over je heen. Te afstandelijk, geen humor.

"Ja, maar dat heeft veel meer te maken met de standing van het programma. En met alle mensen die het ook graag zouden willen doen. De messen zijn geslepen, dat weet je van tevoren. En natuurlijk had het in al die uren interviewen soms boeiender gekund. Dat heb je altijd. Het zou wel kunnen dat dat je als vrouw toch altijd harder wordt aangewreven. Dat is niet omdat ik dat zo graag vaststel of daar achter wil duiken, integendeel. Maar ik weet zeker, om maar iets te vergelijken, dat als minister Rosenthal een vrouw was geweest of minister Leers, de kolommen al uit hun voegen hadden gebarsten. Over haar strategische en diplomatieke klunzigheid, dat ze een ijskoude en keiharde tante was, of: ze kan het niet, ze is ongeloofwaardig, de zwakke schakel van het kabinet."

Denk je dat echt?

"Ik weet het zeker. Vrouwen hebben met hele andere elementen te maken. Van ons wordt verwacht dat we zacht en aaibaar zijn. Ben je dat niet op het eerste gezicht, dan ben je al gauw een bitch, of berekenend. Ik zat onlangs bij 'De wereld draait door', en daar ging het over Arianna Huffington, die Amerikaanse die haar nieuwswebsite voor 321 miljoen euro had verkocht. En toen vroeg Peter Vandermeersch (hoofdredacteur NRC, red.) aan mij: 'Ja maar, vind je dat geen bitch?' Waar komt zo'n vraag vandaan? Huffington heeft op een heel goede, doordachte wijze iets uit de grond gestampt wat ze voor gruwelijk veel geld heeft verkocht, en dan moet ik zeggen of ik haar wel of niet een bitch vind?"

Jij schuift nog wel eens aan bij een praatprogramma, maar we zien vooral witte mannen op televisie.

"Het is dramatisch gesteld met de aanwezigheid van vrouwen in praatprogramma's. Maar vrouwen wordt ook ernstig de maat genomen door vrouwen zelf. Op redacties, waar dan wel weer veel vrouwen werken, zeggen juist die: 'Nee, die-en-die nemen we niet hoor, dat is zo'n vreselijke muts'. En het is ook zo dat als vrouwen om hun expertise wordt gevraagd, ze al gauw zeggen: 'Nou ja, ik weet er wel wat van, maar Pietje weet er nog veel meer van'. En Pietje denkt: ik weet er geen barst méér van, maar ik doe het wel. Er is een exclusief gezelschap van vrouwen die er wel gehoor aan geven. Vrouwen als Neelie Kroes, Femke Halsema. Je moet er ook een beetje mee kunnen spelen, de bravoure voor hebben. En durven. Wat kan er nou helemaal gebeuren?"

En aantrekkelijk zijn? Worden feministen alleen maar serieus genomen als ze strak in het pak zitten en er perfect gekapt eruit zien?

"Ach welnee, ik denk dat het vooral in de koppen van sommige mensen zit dat feministen er een beetje smotsig uitzien. Dat blijft een hardnekkig idee; van die vrouwen met tuinbroeken en haar op plekken waar je het niet wilt zien. Dat beeld. Daar klopt natuurlijk geen donder van. Kijk, de mode was in de jaren zeventig een beetje anders. Toen liep iedereen in een paarse tuinbroek. Ook op de catwalk."

Is het niet prettig, dat tegenwoordig heel mooie, vrouwelijke vrouwen er op televisie openlijk voor uitkomen dat ze lesbisch zijn?

"Daarmee kantelt het klassieke beeld natuurlijk wel. Maar de gemiddelde mens denkt ontzettend graag in hokjes. Die reduceert homoseksualiteit tot die ene string die één keer per jaar door de grachtengordel van Amsterdam vaart. Daar heeft het niets mee te maken, maar het geeft aan hoe weinig origineel en oorspronkelijk mensen durven denken. En daar houd ik juist wel van."

Vandaar de keuze voor de heel eigen, vrolijke vrouwenportretten die de covers van Opzij tegenwoordig sieren?

"Opzij moet absoluut eigenheid uitstralen en de fotografen worden wat dat betreft goed geregisseerd. Het gaat om zelfbewustzijn én plezier. Het is geen ramp om vrouw te zijn, het is geen tranendal. En het laat zich niet in één hokje duwen. Ook niet in politiek opzicht. Kijk, je komt als blad vanuit de Tweede Feministische Golf en je gaat naar de generatie van nu. Die vorige generatie heeft nu in Opzij een eigen column, de F-side. Ontzettend leuk, veel zelfspot ook. Het is de generatie van de vrouwenhuizen, die zelf als eerste trouwens vaststellen dat sommige dingen niet meer van deze tijd zijn."

Zoals?

"Nou, vrouwen van nu denken niet meer in feministische golven. Ze laten zich ook niet meer voorschrijven hoe ze moeten denken. En dat lijkt me een heel verfrissende aangelegenheid. Ze zijn mondiger en staan sterker in het leven, met dank aan hun moeders en grootmoeders. Of een tante. Ze zijn zelfbewust, ontwikkelen zichzelf en maken hun eigen keuze. Dat is wat je eigenlijk bedoelt met emancipatie, dat je zelf bedenkt wat goed voor jou is."

Maar ook jonge vrouwen lopen tegen de vaak moeizame combinatie van werk en zorg aan. Zijn we wat dat betreft opgeschoten?

"Natuurlijk. Het enige dat nog niet zo opschiet in Nederland, is dat er een oplossing wordt bedacht voor dit soort problemen. Namelijk: hoe verdeel ik werk en zorg. Er wordt al jaren gepraat over het aanpassen van de schooltijden. Iedereen kent het voorbeeld van een collega die zegt: 'Sorry ik moet weg, want om drie uur gaat de bel'. Dan moet het kind worden opgehaald en dat gehaast levert stress op. Misschien moeten we keuzes maken en minder gaan werken. En wie gaat er dan minder werken? Helaas is dat nog veel te vaak de vrouw, de moeder. Maar ik denk dat het er over tien à vijftien jaar al heel anders uit ziet. Het is meer een tussenstand."

Maar op dit punt waren we twintig jaar geleden toch ook al?
"Ja, maar sinds die tijd zijn meer vrouwen gaan werken. Dat kan nog wel wat beter, vanuit financieel-economisch oogpunt. Eén op de drie huwelijken strandt en een groot deel van de vrouwen is niet economisch onafhankelijk. Van mij mag je één dag in de week werken. Als je daarmee je economische zelfstandigheid geregeld hebt, dan zit je goed."

Jij werkt fulltime?

"Ja, ik heb natuurlijk een beetje rare baan. Het grootste deel van de tijd besteed ik aan de redactie en aan het blad. Maar ik zeg weleens voor de grap, er hoeft maar ergens in het land een vrouw een nare wind te laten, of er wordt naar mijn mening gevraagd. De functie van uithangbord is een eervolle, maar ik moest in het begin wennen aan de heftigheid waarmee je als hoofdredacteur van een blad als Opzij soms tegemoet wordt getreden."

Jouw voorgangster Cisca Dresselhuys wilde geen hoofddoekje op de redactie. Jij trekt een columniste aan met een hoofddoekje.
"Ik ben het helemaal eens met Femke Halsema die er moeite mee heeft dat op de school van haar kinderen vijf- of zevenjarigen al een hoofddoekje moeten dragen. Die meisjes kunnen zelf niet beslissen. Maar de Fatima Elatiks van deze wereld en Nora Kasriouri, die een column bij ons heeft, zijn heel wel in staat dat zelf te doen. Aan niets in Elatiks' gedrag kan ik ontdekken dat ze een onderdrukte vrouw is. En als ze dat wel is, schiet mij dan maar lek. Misschien dat ze op een dag bedenkt: Ach, ik doe het niet meer."

Ben jij voor een quotum voor topvrouwen?

"Ik denk dat die tijd is aangebroken. Het is een draconische maatregel, en ik heb een hekel aan dwang, maar het schiet gewoon niet erg op. Het levert in ieder geval op dat het geregeld is. Bij de presentatie van onze lijst van 100 machtigste vrouwen, was er een debat met tien van die topvrouwen. Iedereen was voor een quotum, maar had moeite met het woord. Dus werd er een beetje gepolderd. En toen kwamen ze op een soort zorg- en verantwoordingsplicht. Het bedrijfsleven moet ervoor zorgen dat 40 procent - of wat het percentage ook is - aan de top vrouw is en verantwoorden waarom het niet is gelukt. Neelie Kroes pleit sinds dit kabinet ook voor een quotum voor de politiek. Dat daar zo weinig vrouwen in zitten, is niet meer van deze tijd.

"Aan de andere kant: ik kan me ook voorstellen dat vrouwen denken: alsjeblieft, ik blijf liever op de universiteit, of, ik moet er niet aan moet denken dat ik over twee jaar weer op straat sta. Want dat kan zomaar, met dit kabinet. En alsjeblieft zeg, niet iedereen hoeft aan de top. De meeste mensen willen gewoon een baan waar ze gelukkig in zijn. We moeten het ook niet overdrijven, anders wordt het te druk aan de top."

Dinsdag is het voor de 100-ste keer de Internationale Vrouwendag. Wat heb jij daar mee?


"Eén dag hé? Jullie hebben één dag. Ach, zoals een chef-kok zich tijdens de kerstdagen de blubber werkt, dat heb ik met 8 maart. We hebben als Opzij bewust gekozen voor een debat over internationale solidariteit. Ik heb een vreselijke hekel aan dat naar binnen gericht zijn van de Nederlandse cultuur. Ik heb altijd veel geleerd van de positie van vrouwen in andere landen, hoe zij het doen. En het is belangrijk dat je je om anderen bekommert. Dat gaat van vrouwen in Afghanistan, of de vraag of vrouwen wel een rol mogen spelen in de landen in het Midden-Oosten, tot de verschrikkingen van het seksueel geweld tegen vrouwen in Congo. Juist als Nederlandse vrouwen moeten we een duidelijke stem laten horen. We moeten ingezonden stukken schrijven, ja, van ons laten horen. Vrouwen hebben een uitzonderlijk oog voor andere vrouwen, en voor moeders en kinderen in andere landen."

Dus Nederlandse vrouwen moeten opkomen voor dat Afghaanse meisje Sahar, dat eind deze maand definitief krijgt te horen of ze hier mag blijven?

"Ja! Zij mag niet uitgezet worden. Ben je besodemieterd. Weet je wel waar dat kind in terechtkomt? Het is een Fries meisje geworden. We zijn hier onder de PVV zo onderhand tegen alle hoofddoekjes, maar als we dat meisje terugsturen naar Afghanistan, dan krijgt ze met heel wat anders te maken. Daar zijn we tegen, en we moeten als vrouwen onze stem laten horen."

Je straalt iets onverwoestbaars uit, waar komt dat vandaan?

"Nou, dat zal wel te maken hebben met die grote vragen aan het begin van mijn leven. Maar ook voor kinderen die in een seculiere omgeving opgroeien geldt dat je bij de allereerste gedachte dat je misschien wel eens 'anders' bent, niet meteen naar je ouders rent. Je hoort niet bij de grote groep en als kind vind je dat zeker niet prettig. En als duidelijk wordt dat het dát wordt, dan ben je als kind heel alleen. Daar is de basis gelegd van tegen een stootje kunnen, zonder dat ik gevoelloos zou zijn overigens. Integendeel. Ik ben blij dat het leven vele malen prettiger is geworden."

Ook het ouder worden? Je bent net 41 jaar geworden.

"Daar heb ik geen moeite mee, eerder hoop ik dat het leven nog lang doorgaat. Ik heb nu niet meer die somberte die ik ooit wel gevoeld heb. Ik vind het leven echt leuk. Laten we maar vol doorgaan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden