Als vreemden geen vrede meer brengen

In 2014 verlaten Navo-troepen en de Amerikanen Afghanistan. Vanaf dat moment is de veiligheid een zaak van de eigen militairen. Veel inwoners kijken met angst en beven naar de toekomst. Vooral de Hazara in Bamiyan hebben veel te verliezen.

Lijken moest hij rapen. Tientallen doden uit een buurdorp onder dwang van de taliban in een gat gooien en ondertussen uitkijken dat hij zelf niet alsnog werd doodgeschoten. De 60-jarige boer Safar Mohammed huilt nog vaak als hij terugdenkt aan de tijd dat de taliban dood en verderf zaaiden in de Afghaanse provincie Bamiyan. Eind vorige en begin deze eeuw richtten zij er soms massaslachtingen aan. Zoals die in het district Yakwolang, waarbij volgens mensenrechtenorganisaties in januari 2001 driehonderd burgers werden gedood. Mohammed was er getuige van. "Allemaal onschuldige boeren", zegt hij.

De Hazara in Bamiyan kijken met afschuw terug naar die tijd en prijzen de laatste tien jaar als de vredigste van hun leven, nadat de Amerikanen de taliban verjaagden uit Bamiyan. Mohammed onderhoudt nu veilig de aardappelvelden voor een landeigenaar. Hij schoffelt een dammetje weg, zodat het water kabbelend zijn weg kan vervolgen langs eeuwenoude irrigatiekanaaltjes. Achter hem staan tanks uit vervlogen oorlogen en even verderop liggen VN-complexen achter betonnen muren.

Terwijl het grootste deel van Afghanistan nog, of weer, onveilig is, heerst in Bamiyan vrede. In het hooggebergte in het midden van het land valt bijna nooit een schot. De uit Nieuw-Zeelanders bestaande veiligheidstroepen van de Navo (ISAF) verlaten bij wijze van spreken alleen hun basis naast het vliegveld om souvenirs te kopen in het centrum van Bamiyan. Het is ook niet voor niets dat dit de eerste provincie is waar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid is overgedragen aan de Afghaanse militairen en politie.

Maar wie je ook spreekt in Bamiyan, iedereen is doodsbenauwd voor de periode na de ISAF en de Amerikaanse militairen. Die trekken zich in 2014 terug en dragen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in heel Afghanistan over aan de Afghaanse militairen. De Hazara vrezen dat de taliban weer snel de macht krijgen in Afghanistan en hen opnieuw zullen onderdrukken. Of vermoorden.

Mohammed is jaren geleden gespaard door de taliban. Waarom is hem nog steeds niet helemaal duidelijk. Tenslotte is hij ook boer en de Hazara, een grote minderheidsgroep in Afghanistan die sinds jaar en dag op gespannen voet leeft met de Pashtun. Die vormen de grootste bevolkingsgroep en domineren de taliban. Volgens de Hazara zijn ze in de ogen van de Pashtun tweederangsmensen en hadden ze het vooral in de tijd van de taliban zwaar te verduren.

De strijd tussen de Hazara en de Pashtun gaat veel verder terug dan de talibantijd. De Hazara leefden rond de achttiende eeuw met name in het zuiden van Afghanistan, maar werden daaruit grotendeels verdreven door de Pashtun. Die maakten de Hazara het leven moeilijk en legden hun onder andere hoge belastingen op.

Weerloze slachtoffers zijn de Hazara zeker niet en verscheidene keren komen ze gewapend in opstand. Maar de opstandelingen vallen in verschillende groepen uiteen en onderlinge strijd tussen met name de elite en boeren verzwakt hun eigen positie.

Totdat een leider het grootste deel van de Hazara-partijen bij elkaar krijgt en een eigen militie meestrijdt om de hoofdstad Kaboel na het vertrek van de Russen in 1989. De Russen probeerden Afghanistan onder controle te krijgen en hebben daar jarenlang strijd gevoerd. De militie gaat net als alle andere milities flink tekeer en moordt net zo hard. Het zijn de taliban die Kaboel uiteindelijk weten in te nemen. De Hazaraleider hebben zij inmiddels gedood.

In Bamiyan vechten de Hazara tegen de taliban in de bergen, een afgesloten en moeilijk in te nemen gebied. Uiteindelijk lukt het de taliban Bamiyan te veroveren, maar alleen doordat een Hazaracommandant verraad pleegt, waardoor ze het gebied kunnen binnendringen.

Karim 'de Kreupele' zal de dagen die hij doorbracht als commandant over 320 strijders in de bergen, en vocht tegen de taliban, nooit vergeten. "Gras aten we en we vochten elke seconde." Karim is manager van een eethuis en hotel aan het begin van de bazar in Bamiyan. Veel van zijn gasten zijn oude strijdmakkers. Ruige mannen zijn het, die roken en stoeiend met elkaar over de rode tapijten op de grond rollen, nadat ze grote hoeveelheden kebab en zwarte thee hebben genuttigd. Een grote flatscreen-tv laat een Bollywood-liefdesdrama zien.

Karim wordt 'de Kreupele' genoemd omdat hij in de oorlog met de Russen door een mijn zijn linker onderbeen verloor. Het is niet het enige wat hij heeft overgehouden aan de oorlogen. In zijn zij zit een kogel en zijn rechteroog is beschadigd door een granaatscherf.

Maar ondanks het verleden, telt Karim zijn zegeningen en geniet hij van wat hij noemt 'de meest vredige jaren van Bamiyan'. "Hazara kunnen nu naar school en ik kan een hotel openen. Dat mochten we allemaal niet onder de taliban."

Maar ook hij denkt dat het snel gedaan is met de vrede als ISAF Afghanistan verlaat. "Alleen God kent de toekomst, maar er zijn twee opties: vluchten of vechten," zegt hij grimmig. Hij zou voor het laatste kiezen. Met een grijns voegt hij toe: "Maar laten we hopen dat de gevechten voorlopig in het zuiden blijven. Of dat ISAF de taliban in mensen verandert."

Volgens Martine van Bijlert van denktank Afghanistan Analysts Network zijn alle minderheden in Afghanistan kwetsbaar. "Maar de Hazara zijn waarschijnlijk het bangst voor de toekomst. Vanwege het verleden, maar ook omdat zij van allemaal misschien wel het meest te verliezen hebben. Er zijn ongekende mogelijkheden, met name op het gebied van onderwijs en ontwikkeling. Jonge Hazara doen het erg goed, halen vaak de hoogste cijfers op de universiteiten en zijn erg actief in maatschappelijke organisaties. Ze zijn niet langer de kwetsbare groep die ze zijn geweest."

Die opvatting leeft bij de Hazara zelf nog niet. Boer Safar Mohammed is bang dat de ergste dagen van zijn leven nog moeten komen, hoewel hij al twee oorlogen heeft meegemaakt. Dat de weg tussen Kaboel en Bamiyan, die tot een jaar geleden een van de weinige veilige wegen in Afghanistan was, dat nu niet meer is, ziet hij en veel andere Bamiyani met hem, als een voorteken dat de taliban al oprukken. "Wij worden beroofd of vermoord."

Zodra de ISAF-troepen Afghanistan hebben verlaten, denkt hij net als tijdens de talibantijd te moeten vluchten, hoger de bergen in. En dat hij zal moeten bedelen om zijn gezin van acht kinderen te eten te geven. "Waarschijnlijk zullen de oudsten gaan vechten. Soms is dat de enige mogelijkheid. Ik ben heel erg bang voor de toekomst. Ik weet wat de slechte dagen brengen."

Volgens Van Bijlert is het begrijpelijk dat veel Hazara en andere Afghanen zenuwachtig worden van het vertrek van de internationale militairen. "Niemand weet wat er in Afghanistan gaat gebeuren en dus projecteren mensen het verleden op de toekomst."

Het staat volgens haar echter helemaal niet vast dat de taliban sterk of coherent genoeg zijn om opnieuw de macht te grijpen in Afghanistan of om opnieuw Bamiyan binnen te komen.

"Het is een afgelegen en afgesloten gebied en daardoor goed te verdedigen. Het kon destijds alleen worden ingenomen doordat een Hazara-commadant een deal sloot met de taliban."

"Aan de andere kant zijn het meestal minderheden die het meest onder chaos lijden. De Hazara en andere Afghanen die zich zorgen maken, zetten hun zorgen over de toekomst dus flink aan in de hoop de westerlingen ervan te overtuigen te blijven en op die manier een stabiel Afghanistan te creëren."

De Boeddhabeelden van Bamiyan
De Afghaanse provincie Bamiyan is even wereldnieuws als de taliban er in 2001 de enorme, staande Boeddhabeelden opblazen. De twee beelden, die stammen uit de zesde eeuw, vormden eeuwenlang een religieuze en toeristische trekpleister. Zij waren 55 en 37 meter hoog, en daarmee de grootste van alle staande Boeddhabeelden in de wereld. In de honderden grotten om de Boeddha's heen mediteerden monnikken, eeuwen later kwamen hippies erheen om te genieten van de vrijheid en de natuur. De mensen in Bamiyan voelden zich nauw verbonden met de beelden. Mogelijk stammen ze zelfs af van de makers. Historici zijn het er namelijk niet over eens waar de Hazara oorsponkelijk vandaan komen. Maar hun lichaamsbouw en gelaatstrekken laten duidelijk zien dat ze mongoolse voorouders hebben. De Hazara vormen tussen de 9 en 18 procent van de Afghaanse bevolking. Ze wonen met name in en om Bamiyan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden