Als u niet met mij wilt praten, dan kan ik u niet opereren

Samen met collega’s Smalhout, Levi en Van Boheemen bracht ik een enerverende avond door met een delegatie Amsterdamse co-assistenten, iets meer dan honderd vlijmscherpe jonge artsen-in-spe, die van ons wel eens wilden horen wat wij eigenlijk overal van vinden.

Bert Keizer

Smalhout kwam met heerlijk wilde verhalen uit zijn jonge jaren waar de zaal graag naar luisterde, want hij kan goed vertellen. Tijdens zijn studie heeft hij een tijdje als verpleger in de psychiatrie gewerkt in de Valeriuskliniek in Amsterdam. „De opleiding duurde twintig minuten. Er waren geen psychofarmaca, dus sedatie was nog handwerk in die dagen: je moest gewoon met de patiënten vechten.”

Smalhouts visie op arts-zijn: dat ben je 365 dagen per jaar. Werken in deeltijd maakt dat je geen continuïteit aan je patiënten kunt bieden. Het is vreselijk als patiënten rond dezelfde klacht telkens een andere dokter een ander aspect horen benadrukken.

Geen speld tussen te krijgen, maar dit is alleen haalbaar voor de celibataire, vrijetijdsloze maniak, die het zonder man, vrouw, kind of hond redt, want er bestaan geen partners meer die de boel thuis draaiende willen houden terwijl paps of mams volcontinu celebreert in de Tempel van Asklepios.

Artsenkinderen uit gezinnen die onder dit Devotieniveau gebukt gingen, kennen hun ouders vooral als lieve grootouders voor de kleinkinderen, maar zelf kregen ze weinig mee behalve een snauw of grauw rond magere schoolprestaties.

Bart van Boheemen is anesthesioloog en zelf lijdend aan kanker. Een pijnlijke ervaring die hij probeert te benutten door vanuit zijn situatie als zieke zijn collega’s te vertellen hoe ze in feite bezig zijn. Hij gebruikt woorden als machteloosheid – onzekerheid – vernedering – afhankelijkheid en probeert artsen te wijzen op hoe het anders kan.

Of het nou onwil is of onvermogen, maar zieken krijgen te weinig troost van hun artsen. Volgens van Boheemen is ook de van overheidswege opgelegde administratieve controlemanie hier de schuld. Maar veel ligt bij de dokter zelf. Hij wees terloops op één verachtelijk aspect van medische dienstverlening: het getrut rond uitslagen. Het is beschamend dat mensen daar soms dagen in spanning op moeten wachten, terwijl het resultaat vrijwel altijd binnen enkele uren al op het scherm van de dokter staat.

Wat vind ik zelf eigenlijk? Tsja, ik heb de beroepsvreugde die medische hulpverlening oplevert al meerdere malen geschetst als voortkomend uit het plezier dat mensen ontlenen aan benigne machtsuitoefening met als beloning een kampioensplek als het om sociale betrouwbaarheid gaat. Maar wat benigne vertrekt komt niet altijd zo aan. Vandaar de uitdrukkingen van tergende machteloosheid, waarmee Van Boheemen de ervaring van ziek zijn beschrijft.

Troosten en genezen, zijn in de huidige gezondheidszorg elk een andere kant op gedreven en worden eigenlijk niet goed meer combineerbaar geacht binnen één functionaris. Een co stelde voor: omdat er zo slecht getroost wordt door techneuten zou je de twee bezigheden moeten splitsen, laat types die goed troosten fijn rondgaan op zaal, en laat de horken zich uitleven op de O.K. Een prachtige vraag. Ik wil wel een antwoord proberen.

Ik loop op dit moment mee met de neurochirurgen in het VUmc en was getuige van deze scène: mevrouw R. moet geopereerd worden aan een tumor in haar hoofd en dokter H. wil op de dag voor de ingreep uitleggen hoe het allemaal zit. Mevrouw is met man en dochter, en zegt: „Dokter, u hoeft niet met mij te praten en die plaatjes wil ik al helemaal niet zien, praat u maar met mijn man en mijn dochter.”

Dokter H. was zeer beslist in haar reactie: „Als u niet met mij wilt praten, dan kan ik u niet opereren.”

Zo zit dat. Het gaat bij wat techneuten doen in het menselijk lichaam uiteindelijk niet om de techniek, maar om het lichaam van een levend mens.

Als het je alleen om de techniek gaat, zoek dan werk in de Kliniek voor Kleine Huisdieren om de hoek. Maar ook daar wil je de volgende dag weten ‘hoe gaat het nou met dat hondje?’ en je zult de eigenaar onder ogen moeten komen. Misschien is boomchirurg dan een nog betere vlucht uit menselijk contact. Maar dat snijden in hond of boom wijst de mens-chirurg verontwaardigd af en die verontwaardiging legt fraai op tafel waar het hier om gaat. Hij wil niet zomaar een beetje naaien en verstellen in dierlijk weefsel, want dan zou hij al blij zijn met een runderhart en naaigerei. Nee, hij wil iets doen voor een mens, want dan heeft zijn handelen een heel andere echo.

Velen zouden willen dat de dokter dit op een sympathiekere manier doet. Alleen weet niemand hoe je lieve dokters maakt. Artsen zijn welhaast manisch goed geïnformeerd over ons lichamelijke functioneren, maar door hun biologische onwetendheid, zijn ze vrijwel blind voor ons groepsgedrag als primaat. Vanuit deze blindheid is gedragsbeïnvloeding een illusie.

Dit biologische perspectief is uitermate robuust en tegen deze achtergrond is de aansporing om aardig te zijn voor patiënten een zinloze uiting. Zulke doorzichtige types zijn wij niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden