column

Als twijfelende pelgrim in Santiago

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Het was de voorlaatste etappe op weg naar Santiago de Compostela en het zomerweer bestond uit regen, wind, mist en kou. Bij het oversteken van een verlaten autoweg maakte ik een foto van het grijze decor, met in de verte een bord waarop het aantal kilometers stond dat ik nog had te gaan: dertig. En die stuurde ik naar Nederland.

‘Echt leuk’, reageerde mijn dochter. ‘Van wat ik er zo van kan zien.’

Zelf had ik ook wel mijn twijfels, maar het naderen van de bestemming hield me op de been. Niet omdat ik iets speciaals te zoeken had in Santiago, maar omdat dat nu eenmaal het reisdoel was en het ondenkbaar zou zijn om in het zicht van de haven op te geven.

Nu voor veel mensen de vakantieperiode erop zit en we elkaar begroeten met verhalen, krijg ik van deze en gene de vraag wat de pelgrimage naar Santiago me gebracht heeft. Ik heb daar geen goed antwoord op, ook omdat ik vermoed dat de vragenstellers nieuwsgierig zijn naar de spirituele werking van het wandelen, en ik niet zeker weet of die er wel was. De staat van mijn enkels heeft me meer beziggehouden dan de staat van mijn ziel, dat is alles wat ik kan zeggen.

De gedachte aan God was weliswaar nooit ver weg, maar het lopen zelf bracht Hem niet dichterbij, al trof ik van Porto naar Santiago wel overal raadselachtige stickers aan met de tekst ‘J’existe’. Ik heb inmiddels begrepen dat die niet namens de Allerhoogste waren opgeplakt – ze hebben een links-politieke achtergrond – maar tijdens mijn tocht zag ik er een verwijzing in naar de God die zich ‘Ik ben die ik ben’ laat noemen, of misschien ook wel naar het ‘bestaan’ zelf.

Dat kwam ook door twee boeken die ik in mijn rugzak had: ‘Heilige onschuld’ van Frits de Lange en ‘De zin van het bestaan’ van Viktor Frankl. In beide boeken kwam de kracht van het leven zelf ter sprake, in beide gevallen verwoord in de context van de Holocaust. De Lange citeert Etty Hillesum, die ondanks de naderende dood bleef geloven in het leven, dat ze belichaamd zag in de verregende bloesem van de jasmijn achter haar huis. ‘Ergens in mij bloeit die jasmijn ongestoord verder. En ze verspreidt haar geuren rond de woning waarin jij huist, mijn God.’ En Frankl, de Oostenrijkse psychiater die Auschwitz overleefde, verhaalt van een vrouw in het kamp die stervende was en zich getroost wist door de kastanjeboom die ze kon zien door het venster. Die boom sprak tot haar: ‘Ik ben hier, ik ben het leven, het eeuwige leven.’

In Santiago aangekomen, meldde ik me als twijfelende pelgrim – maar in bezit van het officiële diploma, op naam van Stephanum Akkerman – in de kathedraal. Ik had me voorgenomen daar een kaarsje te branden, en al kon dat alleen maar elektrisch, ik wilde het toch doen. Op het leven. Voor het eerste kaarsje bedroeg de inworp een euro, verderop was het vijftig cent, en tenslotte vond ik een lichtbak die het voor tien cent deed. Als ik nog eens ga, neem ik een hele zak vol muntjes mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden