Boekrecensie

Als Sennetts ‘Stadleven’ zelf een stad was, ging het om een misschien net iets te volle stad

Richard Sennet Beeld Getty Images
Richard SennetBeeld Getty Images

Socioloog Richard Sennett pleit tegen al te star geplande, logische steden.

Georges-Eugène baron Haussmann had een juridische en muzikale achtergrond, geen stedenbouwkundige. Toch was hij het die Parijs in de tweede helft van de negentiende eeuw onherkenbaar veranderde. Hij moderniseerde de Franse metropool en gaf die allure. Voor de mobiliteit waren de brede boulevards een zegen. De autoriteiten hielden bovendien van rechte, brede straten, omdat het gepeupel ze in het tijden van revolte minder makkelijk kon barricaderen.

Tegelijkertijd had Haussmanns Parijs ook zijn schaduwzijden. Ja, bewoners kwamen sneller van A naar B. Maar waar hadden ze nog iets van een thuis? Het buurtgevoel verminderde in een eenvormig ogende stad. Achter de grandeur van de boulevards bleef ondertussen de armoede verborgen. Fraaie façades ontnamen het zicht op bittere werkelijkheden. De economische toestand van Parijs had veel weg van vuil ondergoed onder een baljurk, betoogt Richard Sennett in zijn laatste boek ‘Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst’, dat nu in Nederlandse vertaling is verschenen.

Schaakbordvormig patroon

Centraal in zijn betoog staan twee termen uit het Frans die allebei betrekking hebben op de stad: ‘ville’ staat voor de fysieke, gebouwde omgeving en ‘cité’ voor het levensgevoel en de mentaliteit, hoe de mens er woont en samenleeft. Idealiter sluiten de twee goed op elkaar aan, maar de praktijk is weerbarstiger. Dat is voor een belangrijk deel te wijten aan politici, planners en architecten. Die zijn vooral geïnteresseerd in het grote, drastische gebaar en willen orde en controle. Ze denken voor de bevolking, niet samen met de bevolking.

Bij de talloze historische en actuele voorbeelden die Sennett geeft, zit er nog een uit Parijs. Architect en stedenbouwkundige Le Corbusier publiceerde in 1925 een plan om de oude, joodse wijk Le Marais volledig te slopen. Op de vrijgekomen plek moest een schaakbordvormig patroon worden aangelegd, waarop X-vormige woontorens dienden te verrijzen. “Het huis is een woonmachine”, vond hij. Ook daar omheen hoorde efficiency leidend te zijn. Wonen en werken wilde hij boven de chaos van de straat uittillen. Wat Le Corbusier daar aan ‘cité’ aantrof, beviel hem niet. “De straat put ons uit”, verklaarde hij in 1929. “En als alles gezegd is wat gezegd moet worden, moeten we toegeven dat we ervan walgen.” Het liefst zou Le Corbusier deze aanpak op heel Parijs loslaten: tekentafeloplossingen konden de stad verlossen van alles wat in zijn ogen disfunctioneel en irrationeel was.

Andere blik

Sennetts manier van kijken naar de stad is mede beïnvloed door de beroerte die hij een aantal jaren geleden kreeg. Tijdens zijn herstel met het bijbehorende moeizamer bewegen door de complexe ruimtes van de stad kreeg hij een andere blik op gebouwen en ruimtelijke relaties. Voorheen stelde hij zich onbewust enkel in op weinig meer dan de volgende stap; nu ging hij breder zien en anticiperen.

Na de confrontatie met lichamelijke beperkingen zou je van Sennett misschien een pleidooi voor logica en eenvoud verwachten, maar het tegendeel is het geval. Hij is voor gedoseerde verwarring. Een stad moet in zijn ogen, stimuleren en een beetje desoriënteren. Orde en regelmaat zijn fijn, maar bij een overdaad ervan slaan saaiheid en verveling toe met alle mogelijke kwalijke gevolgen van dien.

Boven op de natuurlijke neiging van stedenbouwers om een werkelijkheid op te leggen, komen in deze tijd de toenemende technologische mogelijkheden. Alles inzetten op gebruiksgemak lijkt verleidelijk, maar kan volgens de auteur uiteindelijk alleen maar leiden tot een onaangename, autoritaire samenleving. Gedrag wordt dan voorgeschreven. De tolerantie voor het afwijkende en onbekende daalt. Kijk naar wat smartphones en computers aan bubbels hebben gecreëerd en aan de bijbehorende verwijderdrang: wat niet bevalt wordt weggeklikt of -geswiped.

Duurzaam en veerkrachtig

Socioloog Richard Sennett, getrouwd met de bekende Nederlands-Amerikaanse stadssocioloog Saskia Sassens, is hoogleraar in Londen en New York en adviseur van de VN. Hij schreef negen toonaangevende boeken over arbeid, steden en cultuursociologie. ‘Stadsleven’ is het slot van een trilogie over de werkende mens, na ‘De ambachtsman’ (2008) en ‘Samen’ (2013).

In ‘Stadsleven’ pleit Sennett voor open steden, waar technologie een hulp- in plaats van een dwangmiddel is. Duurzaam en veerkrachtig moeten steden zijn. Al te starre, stenen statements missen de kracht om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen, ook de volkomen onvoorziene.

In een echte dialoog met de stedelingen dienen stedenbouwkundigen te bekijken wat nodig is. Dat kan soms een snelle, drastische ingreep zijn. Maar je kunt een andere keer de zaken ook gewoon even op zijn beloop laten. Werk mét en niet tegen de complexiteit van de stad, zegt Sennett. Net als in zijn eerdere werk onderstreept hij de kracht van samen iets ondernemen (werkend en recreatief). Dan gaan mensen zich tot elkaar verhouden, weten ze wat in de openbare ruimte van hen wordt verwacht en is het goed samenleven zonder dat iedereen exact dezelfde waarden deelt.

Inzichten- en ideeënrijkdom

‘Stadsleven’ waarschuwt voor het weg bulldozeren van het verleden, maar evengoed voor overdreven verheerlijken ervan. Evenmin is al het nieuwe vrijwel automatisch beter. De verleiding bij planners en ontwerpers om mee te gaan in de bewieroking van revolutionaire breuken met vroeger van onder meer kunstgaleries, startups en andere bedrijven is groot. Het brengt echter zelden veel goeds.

Sennett, zelf opgegroeid in een van de armste en meest gewelddadige buurten van Chicago, waarschuwt daarnaast voor ingesleten automatismen. Waarom wordt in die mindere buurt altijd eerst het hart van de wijk onder handen genomen? Wellicht is het veel slimmer een in het oog lopende plek met bijbehorende activiteit te creëren aan de rand dichtbij het betere deel van de stad, zodat echte verbinding ontstaat. Waak ook voor het doorschieten. Een gebied kan om meerdere redenen opeens the place to be worden. De wetten van de markt kunnen dan heel snel de oorspronkelijke bevolking en authenticiteit verjagen. De ontwrichting is dan vaak groter dan de beoogde impuls.

Omslag ‘Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst’ Beeld
Omslag ‘Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst’

‘Stadsleven’ moet het hebben van de inzichten- en ideeënrijkdom. Als Sennetts boek zelf een stad was dan ging het om een misschien net iets te volle stad, die baat had gehad bij een nog wat helderdere structuur. De schrijver overtuigt ook iets meer met zijn probleemanalyse dan met de door hem opgedragen oplossingen, die enigszins in het vage blijven.

Maar dat doet weinig af aan het belang van zijn boodschap. Steden blijven trekken. Als ze leefbaar willen blijven, moeten ze een balans zien te vinden tussen de zegeningen van anonimiteit en een zekere schaalgrootte en de kracht van gemeenschappen en het relatief kleine.

Oordeel: grote rijkdom aan inzichten en ideeën, maar de vertelstructuur had helderder gekund.

Richard Sennett
Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst
Meulenhoff; 415 blz. € 24,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden