Als schrijver kan ik het leven plooien zoals ik het wil

Harm de Jonge schreef het Kinderboekenweekgeschenk 2014. In zijn jeugdboeken lopen fantasie en werkelijkheid door elkaar. "Je komt alleen verder door de dingen die je niet kent."

ANNEMIEKE LENSSINCK

Les 1

Jeugdherinneringen zijn niet allesbepalend

"Nico Scheepkamer heeft ooit een boek geschreven over de eerste herinnering. Die is bepalend voor de rest van je leven, beweerde hij. Ik geloof daar niet zo in, want dan zou in mijn leven angst een centrale rol spelen. Mijn prilste herinnering is er namelijk een van vluchten en van pijn. Ik moet een jaar of drie zijn geweest, we waren in de haven van Rotterdam, toen plotseling vliegtuigen met bommen naderden. Mijn vader pakte mijn hand en zette het op een rennen, richting de schuilkelder. Hij nam zulke grote passen dat ik hem niet kon bijbenen en struikelde. In volle vaart sleurde hij me mee en stapte daarbij op mijn hand.

Ik ben geboren op het binnenschip van mijn ouders. Ze vervoerden vooral kolen uit het Ruhrgebied naar Nederland. Toen ik acht was, moest ik naar school en werd ik ondergebracht bij een pleeggezin in Groningen. Mijn ouders kozen bewust voor een gezinssituatie en niet voor een internaat. Helaas nam het bewuste echtpaar mij niet in de kost uit liefde maar voor het geld. Hun huis was heel klein. Er was geen kamer voor mij, ik sliep in een la in de kast op de overloop.

Mijn pleegmoeder was erg streng. Ik kwam een keer op één schoen en met een scheurtje in mijn broek naar huis. Nou, dat was niet best. Voor straf moest ik van haar een hele middag in het schuurtje bovenop de berg kolen zitten. Ze was wel zo uitgekookt dat ze de straf tot zaterdag uitstelde - dan ging ik namelijk in bad. Een andere keer moest ik de hele zondag in bed blijven. Mijn moeder kwam onverwacht langs. Toen ze mij in die la zag liggen, heeft ze me direct meegenomen en een ander kosthuis gezocht.

Misschien denk je nu: hij heeft een akelige jeugd gehad. Zo herinner ik het me niet, ik heb die jaren niet als heel naar ervaren. Dat werkt zo bij kinderen, denk ik. Ik zag ook niet de ellendige kanten van de oorlog, alleen de leuke. Aan boord speelde ik met oorlogstuig. Ik verzamelde kogels en gooide die tegen het schip om te kijken of er een gat in kwam. Heimwee heb ik wel gekend. Ik weet nog dat ik een hele middag achter een man aanliep die in de verte op mijn vader leek. Ik heb mijn vader niet lang gekend. Hij overleed toen ik 13 was.

De jaren in het kosthuis hebben me zelfstandig gemaakt. Als het vakantie was, reisde ik alleen met de trein naar het schip, het hele land door. En dat recalcitrante, opstandige en eigenwijze van mij, dat komt ook voort uit mijn jeugdervaringen, denk ik. Mensen die op een schip wonen zijn toch wat anders dan die aan de wal. Ze vormen een eigen groep, een gesloten gemeenschap, net als mensen in woonwagens. Ik zat op een school voor schipperskinderen. De school ernaast was voor stadse kinderen. Het was altijd oorlog. Dan leer je wel jezelf te verdedigen."

Les 2

Vergroot je wereld door te lezen

"'Het was in den zomer dat twee studenten aan de Leidsche Hoogeschool...' De eerste regels van 'De roos' van Dekama van Jacob van Lennep ken ik uit mijn hoofd. Ik was een jaar of 8 toen ik dit boek las, in de stuurhut onderweg van Delfzijl naar Groningen. Het is een avontuurlijk boek over de strijd tussen de Friezen en de Hollanders in de veertiende eeuw; vijfhonderd bladzijdes dik, met van die kleine lettertjes. Zeker geen kinderboek en toch kon ik het niet wegleggen, zo ontzettend spannend en meeslepend was het, met moord en doodslag en ridders op een paard.

Op de middelbare school raakte ik in de ban van Vestdijk. Alle mensen die ik in mijn leven zou willen ontmoeten, zitten in de 52 romans die hij heeft geschreven. Anton Wachter was mijn held. Ik herkende mezelf in hem. Ook ik ben in mijn jonge jaren verliefd geweest op een onbereikbare vrouw. Of eigenlijk: ik pakte de liefde onhandig aan. Bij de boekenafdeling van V&D werkte bijvoorbeeld Maya.

Een mooi meisje dat het hof maken waard was. Maar ik durfde nauwelijks een woord tegen haar te zeggen. Dus kocht ik kasteelromannetjes, met vreselijke, maar toepasselijke titels als 'Mijn hart klopt voor jou'. Ik legde het boek zo neer op de toonbank dat ze die titel goed kon lezen. Mijn krantenwijk ging grotendeels op aan die flutboekjes. Ik denk niet dat ze het heeft gesnapt. Het is in ieder geval nooit wat geworden."

Les 3

Gebruik de kracht van fantasie

"Een zes-, zevenjarige leest graag sprookjes waarin alles kan. 'Jonas en de visjes van Kees Poon' is het verhaal van een jongen die voor het raam zit en het allemaal maar een saaie boel vindt. Hij besluit dingen te zien die hij wil zien. Goudvissen en een krokodil in de gracht, een pianolerares die in een pianohuis woont.

In 'Tjibbe Tjabbes' wereldreis' komt een dier voor dat door gangen kruipt en zich lastig kan omdraaien. Daarom heeft de evolutie hem aan beide kanten een kop gegeven, zodat hij zich niet hoeft om te draaien.

Boeken brengen je in een wereld die zo veel mooier is dan ons echte leven. Want laten we wel wezen, dat is vaak saai. In boeken beleef je ontzettend veel, je ontmoet mensen, leert ze kennen. De wereld wordt een stuk groter. De kracht van fantasie en verbeelding is heel sterk. Die kan zelfs depressies voorkomen. Het is niet voor niets dat de universiteit van Groningen daar onderzoek naar doet.

Het fijne van een boek schrijven is dat je daarin het leven kunt plooien zoals je wilt. Alles wat in werkelijkheid is mislukt, kun je goedmaken. Dromen over iets wat je graag wilt, is eigenlijk ook leuker dan het ideaal bereiken. Ik heb lange tijd gecorrespondeerd met een kleuterjuf in Schoonhoven. Destijds woonde ik aan een klein diepje in Slochteren. De postbode had een pesthekel aan me, want hij moest steeds met al haar brieven een klein bruggetje over en tussen de koeien de weilanden door. Op een dag heb ik haar opgezocht. Ze was aardig, ze was mooi en toch wilde ik zo snel mogelijk weer weg. De droom bleek mooier dan de werkelijkheid.

Wat in het echte leven misloopt, kun je als schrijver en als lezer beter beleven. In mijn boeken lopen fantasie en werkelijkheid daarom door elkaar heen. Vaak gaat het over mijn werkelijkheid. Peer in 'Het Peergeheim' krijgt kanker, net zoals een vriend uit mijn jeugd. Die jongen stierf gewoon in een ziekenhuisbed. In het boek zit Peer in een bootje op het meer, hij speelt op zijn saxofoon.

Het bootje drijft langzaam weg en wordt later teruggevonden, zonder Peer. Peer is naar Attaland, het door hem gefantaseerde eiland van gelukzaligheid, waar alles mogelijk was.

Een paar jaar geleden kreeg ik een brief van een jongen die schreef dat zijn vriendin 'Het Peergeheim' zo mooi had gevonden. Zij had ook een vriend verloren en bij zijn overlijden gedacht aan het troostende beeld van Attaland."

Les 4

Waardeer het kind-zijn

"Een goed kinderboek bevat actie en spanning. Er zit ook iets van reflectie in. Het is mooi als je een verhaal niet alleen consumeert, maar dat het je ook aan het denken zet. Er is misschien een conflict of probleem dat je herkent en iets met je doet.

Ik krijg soms het verwijt dat mijn boeken daardoor te moeilijk zijn. Maar dat valt wel mee, denk ik. Je kunt over bijna alles schrijven, als het taalgebruik maar helder is. Kleuters schotel ik geen lange, samengestelde zinnen voor, bij het gebruik van beeldspraak houd ik rekening met het ontwikkelingsniveau - een kind dat nog nooit een reiger heeft gezien, snapt niet wat lopen als een reiger betekent. Paul Biegel zei ooit: je moet niet afdalen naar het kind, het kind moet naar jou opklimmen. Dat klopt. Je komt alleen verder als iemand je het onbekende presenteert.

Kinderen moeten zo gauw mogelijk volwassen worden. In de opvoeding is alles daarop gericht. Fantasie is een fase - de sprookjesleeftijd - en een kind moet zo snel mogelijk naar het echte leven, de realiteit.

Het is jammer dat we als volwassene die fantasie niet vasthouden. Een jeugdboekenschrijver lukt het wel om in de fantasiewereld te blijven hangen. Dat heeft soms helaas zijn weerslag in de waardering van jeugdliteratuur.

Ik krijg wel eens de vraag: wanneer ga je nu eens een écht boek schrijven? Voor volwassenen, bedoelen ze dan."

Les 5

Durf afscheid te nemen van zekerheid

"Juffrouw Stubbe is belangrijk voor me geweest. Bij haar schreef ik mijn eerste opstellen. Ze was oogverblindend mooi, met zilverblond haar en een zilveren bril. Bovendien was ze ontzettend lief. Als we met onze kroontjespen een inktvlek maakten, werd de meester of juf kwaad. Juf Stubbe niet, die maakte van elke vlek een bloemetje. Ik was goed in spelling, maar haalde nooit een tien. Dat was niet erg. Ze zei: als je weer de beste van de slechtsten bent, dan ben je eigenlijk ook een winnaar. Jaren nadien kreeg ik een brief van haar. Ze had een boek van mij gelezen. Ik moest maar goed mijn best doen, schreef ze, dan zou ik misschien nog eens het mooiste boek van de wereld schrijven.

Een jaar of vijftien geleden deden moderniteiten als probleemgestuurd onderwijs hun intrede. Op de pabo waar ik toen nog lesgaf, verdween de rol van vakdocent steeds meer naar de achtergrond. We werden tutors die de studenten een casus voorschotelden. Jantje is lastig en hij wil de klas niet uit, hoe los je dat op? Daar werd dan eindeloos over gediscussieerd. De docent zat erbij en bewaakte het proces, greep alleen in als het misging. Zijn kennis deed er niet meer toe. Vreselijk. Ik had natuurlijk een gezin en een hypotheek, maar ik ben toch opgestapt.

In het begin van mijn schrijversbestaan was het armoe troef. Ik verdiende wat met het geven van lezingen over boeken op scholen. Van het schrijven ben ik daarna ook niet rijk geworden, maar het was een goede beslissing. Als schrijver ben ik schepper. Ik maak werelden die er niet zijn, schep mensen die God vergat te maken. Dat is het mooiste wat er is, ik zou niet meer zonder kunnen.

Jurre in het Kinderboekenweekgeschenk 'Zestig Spiegels' bestaat niet. Toch is hij voor mij net zo levend als mijn buurjongen. De wereld is wat mooier omdat ik hem ken. Jurre kan maar vijf woorden zeggen: hij heeft spreekangst. De juf besluit dat hij dan maar een spreekbeurt moet geven. Omdat een spreekbeurt van vijf woorden wel wat kort is, raakt hij in paniek. Gelukkig krijgt hij hulp van een meisje dat hem in een fantasiewereld trekt. Zij overtuigt hem ervan dat als je gelooft wat je wilt, het dan ook gebeurt. Dat is waar, dat denk ik echt."

undefined

Harm de Jonge

Harm de Jonge (Groningen, 1939) is schrijver van jeugdboeken. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer, studeerde Nederlands in Amsterdam en Groningen en gaf les op de pabo. Zijn debuut verscheen in 1989. Hij won prijzen zoals de Woutertje Pieterseprijs voor 'Josja Pruis' en een Zilveren Griffel voor 'Vuurbom'. Zijn nieuwste boek 'Jonas en de visjes van Kees Poon' kreeg een Vlag en Wimpel. Diverse boeken zijn vertaald in het Frans, Duits, Hebreeuws, Koreaans of Turks. De Jonge schreef 'Zestig Spiegels', het Kinderboekenweekgeschenk voor dit jaar. De Kinderboekenweek duurt nog tot en met 12 oktober.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden